Woensdag 10 maart

Bijbeltekst(en)

-door zuster Katharina-

Vandaag lezen we Psalm 69:2-14 in de vertaling van Ida Gerhardt:

Psalm 69: Met uw trouw die verlossing bewerkt

2 Red mij, God,
het water staat aan mijn lippen,
3 ik zink weg in bodemloos slijk
en vind geen grond voor mijn voeten,
ik ben in diep water geraakt,
de stroom sleurt mij mee.
4 Uitgeput ben ik van het roepen,
mijn keel is schor geschreeuwd,
mijn ogen zijn verzwakt
van het uitzien naar mijn God.
5 Talrijker dan de haren op mijn hoofd
zijn zij die mij haten zonder reden,
met velen zijn mijn belagers,
mijn vijanden die mij bedriegen:
teruggeven moet ik
wat ik niet heb geroofd.
6 God, u kent mijn lichtzinnig leven,
mijn schuld is u niet ontgaan.
7 Laat ik niet beschamen wie naar u uitzien,
HEER, God van de hemelse machten,
laat wie u zoekt niet om mij te schande staan,
God van Israël.
8 Om u moet ik smaad verduren
en bedekt het schaamrood mijn gezicht.
9 Ik ben voor mijn broers een vreemde geworden,
een onbekende voor de zonen van mijn moeder.
10 De hartstocht voor uw huis heeft mij verteerd,
de smaad van wie u smaadt, is op mij neergekomen.
11 Ik huilde tranen toen ik vastte,
maar wat ik oogstte was hoon,
12 ik hulde mij in een boetekleed,
maar verachting werd mijn deel.
13 In de stadspoort wordt over mij gepraat,
en de liedjes van drinkers spotten met mij.
14 En nu, HEER, richt ik mijn gebed tot u,
laat dit een uur zijn van mededogen.
Groot is uw ontferming, God, antwoord mij,
toon uw trouw en red mij.

Vorige zondag hoorden we in het evangelie hoe Jezus resoluut elke commercie de tempel uit gooit. Hij moet niets weten van al dat gesjacher. Het moet weg. Hij gooit tafels omver, geld valt op de grond, duiven fladderen weg, het is gedaan met al dat handeldrijven op deze heilige plek. Hij stuit velen tegen de borst met dit gebaar: wie is Hij wel dat hij zoiets mag doen? Mensen houden niet van zonderlingen die gewoontes doorprikken en afwijzen. Zijn leerlingen citeren een vers uit Psalm 69 om het gebeuren te duiden: ‘De ijver voor uw huis heeft mij verteerd.’ Het is een straffe zin, die ook voor ieder van ons confronterend klinkt. Verteert de ijver voor Gods huis mij? Lig ik ervan wakker? Lijkt mijn gebed daarentegen ook niet vaak op handel drijven: ‘God, ik geef U mijn gebed en mijn tijd; wilt U mij dan de volgende dingen geven die ik vraag…?

Psalm 69 is een psalm vol tegenstrijdigheden. We zingen in onze abdij die psalm om de twee weken tijdens de vespers op vrijdag, alternerend met Psalm 22. Het is het verhaal van een man die uitgeput is, die de menselijke conditie kent en weet dat hij zelf niet helemaal onschuldig is – en hierin ligt het grootste verschil tussen ons en Jezus – maar die belaagd wordt, gepest, geen uitweg meer vindt. Een man die eerlijk probeert te geloven, zijn vertrouwen op God wil stellen, maar hiervoor gehoond, belasterd wordt. Het is een lange klaagzang van iemand die zich resoluut tot God keert en daar om hulp schreeuwt, als laatste redmiddel, als enige uitweg.
Ik heb een stukje uit Psalm 69 geselecteerd omdat het een lange psalm is, en mij laten leiden door een inclusie met de woorden: ‘Red mij.’ Ik vind die woorden terug in het eerste vers: ‘Red mij God,’ en ik kom ze ook tegen in vers 14, het laatste vers van mijn selectie: ‘Red mij.’

Hoe redt God ons uit die moeilijke, extreme situatie? Waarin schuilt onze verlossing? Welke uit-weg is er uit de impasse waarin de psalmist zich bevindt? Hoe redt God mij als ik in zak en as zit? Dit wordt precies uitgedrukt in vers 14.

In de Nieuwe Bijbelvertaling zegt vers 14: ‘Toon uw trouw en red mij.’ In de psalmvertaling van Ida Gerhardt en Marie Van der Zeyde, die wij gebruiken, klinkt het vers: ‘Met uw trouw die verlossing bewerkt,’ wat een andere, uitgesproken kleur heeft.

Ik hou erg veel van de woorden ‘met uw trouw die verlossing bewerkt’, omdat die mij een sleutel geven om zowel het lijden van Christus alsook de verlossing die erop volgt te verstaan. En ze duiden ook een weg aan om zelf in dit spoor te leven: in trouw die verlossing bewerkt. Ik word uitgenodigd om trouw te blijven aan de keuzes die ik maakte, aan de weg die ik insloeg, aan de gevolgen van de beslissingen die ik nam.

Trouw is momenteel misschien wel de meest verguisde deugd. Er zijn er nog wel enkele andere, zoals nederigheid en gehoorzaamheid, maar trouw is in elk geval niet erg populair in onze samenleving, die graag zwaait met slogans als: YOLO: You only live once! Als je maar één keer leeft, kun je toch niet een heel leven trouw blijven aan een keuze die onvermijdelijk door periodes van dorheid of verveling gaat, als de vlam eruit is, er niets nieuws meer lijkt te beleven. De psalmist denkt er anders over en ziet in trouw een weg naar verlossing.

Iemand vertelde me ooit dat trouw misschien een van de meest dynamische woorden is die er bestaan. Al te vaak vereenzelvigen we trouw met starheid, onbeweeglijkheid terwijl het net veel dynamiek, creativiteit en openheid vraagt om trouw te blijven in een werkelijkheid die voortdu-rend verandert: mijn partner, mijn kinderen, mijn medezusters, mijn collega’s; zelfs mijn straat en mijn dorp zijn niet meer wat ze tien of twintig jaar geleden waren. Onophoudelijk treedt er ver-andering op, vernieuwing, en word ik uitgedaagd trouw aan mijn keuzes toch mee te groeien.

Ook voor Jezus was trouw een sleutelbegrip. In het boek The last temptation of Christ van Kazantzakis gaat het er precies om wat er zou gebeurd zijn als Jezus uiteindelijk zou toegeven aan de bekoring om van het kruis af te komen en niet langer trouw te blijven aan zijn zending. Hij zou tijdelijk een gelukkig man zijn, maar uiteindelijk zou Hij niet gedaan hebben wat zijn diepste le-vensmissie was: de weg voor de mensheid opnieuw openen naar God. Judas noemt Hem op het einde een verrader omwille van zijn ontrouw. Jezus beseft dit en kruipt zelf terug zijn kruis op, een kruisdood die tegelijk de grootste weg ten leven opent voor heel de mensheid. Jezus’ trouw opent de poort naar verlossing voor elke mens, want vanaf nu heeft de dood niet meer het laatste woord, maar geloven we in de overwinning van het leven, het volle leven in en met God.

  • Wat roept het zinnetje ‘met uw trouw die verlossing bewerkt’ bij je op?
  • Wat zijn enkele fundamentele keuzes, grote of kleine, die je maakte in je leven, en waar speelde trouw hierbij een rol?
  • Hebt u ooit ervaren dat trouw een weg naar verlossing, naar geluk kan zijn?
  • Welke bede zou u tot God willen richten, waarvoor vraagt u zijn hulp als het gaat om trouw?