Woensdag 17 februari

Door zuster Katharina

MEDITATIO
Vandaag beginnen we aan onze grote tocht door de spirituele woestijn. In deze veertigdagentijd worden we uitgenodigd ons bewust te worden van onze menselijke conditie en ons te verzoenen met ons menselijk bestaan. We zijn allemaal mensen, gewoon mensen. We zetten de spot als het ware veertig dagen lang op ons mens-zijn en zoomen verder in op onze verhouding of relatie met God. Paulus gebruikt het beeld van aarden potten als hij over onze menselijke conditie spreekt. Als we eerlijk zijn tegen onszelf, moeten we dan niet toegeven dat wij, mensen, vaak denken dat we een beetje god zijn, dat we alles zelf kunnen, dat we meester zijn over ons leven en niemand nodig hebben? Om in het beeld van Paulus verder te gaan: dat we onbreekbaar zijn? Deze veertig dagen willen ons realiseren dat we een schat dragen in aarden potten. Over die schat spreken we straks. Die aarden potten, dat is ons sterfelijk bestaan, ons pure mens-zijn, onze condition humaine met de breekbaarheid en broosheid van aarden potten.
Wat is eigen aan een aarden pot, zo’n roodbruine stenen bloempot zoals we die allemaal ken-nen? Zo’n pot is gemaakt van klei, aarde, en laat lucht door, er zit vanonder en vanboven een gat in, planten gedijen goed in zo’n pot, maar we moeten voorzichtig zijn, want ze zijn breekbaar. Is dit ook niet zo met ons menselijk bestaan? Als we er verstandig mee omgaan, dan zijn we tot veel in staat. Hiervoor wordt de komende weken aandacht gevraagd. We gaan behoedzaam om met ons mens-zijn als we matig zijn in onze primaire behoeften, niet te veel en niet te weinig, want excessen leiden niet tot God, ze kunnen ons zelfs breken… Zoals de Regel van Sint-Benedictus vraagt: ons wat eten, wat drinken, wat slaap, wat flauw gepraat ontzeggen om goed in vorm te zijn om ons helemaal te focussen op onze tocht naar Pasen. Als we goed voor onszelf zorgen, met mate eten en drinken, genieten van de buitenlucht, tijd nemen voor gebed – alle-maal manieren om onze aarden pot goed te verzorgen – dan zijn we tot veel in staat. Dan zijn we goed voorbereid voor het grote feest van Pasen. Dan kunnen we volop leven, groeien in ge-loof en Gods liefde verspreiden op aarde.
Paulus vertelt het zelf in zijn tweede brief aan de gemeente in Korinte: aan die aarden potten heeft God een schat toevertrouwd. Wat is die schat? Welke schat dragen wij in ons mens-zijn mee? God heeft ons het grootst denkbare geschenk, de grootste schat geschonken. God heeft zichzelf aan ons toevertrouwd. Gods Zoon is mens geworden, Jezus heeft die menselijke condi-tie met ons gedeeld, ten einde toe. God zelf is, in Christus, komen wonen in aarden potten, in ons menselijk bestaan. Jezus heeft ons leven gedeeld en ons sterven. Niets menselijks is Hem vreemd, behalve de zonde. Ik denk altijd als ik tandpijn of hoofdpijn heb: Jezus weet wat dit is, Hij heeft ongetwijfeld ook ooit tand- of hoofdpijn gehad. Paulus weet dat christen-zijn geen ge-makkelijk leven garandeert, maar dat er moeilijke, taaie tijden komen. Maar Hij weet ook dat we ondanks onze kwetsbaarheid – we zijn maar aarden potten – toch een ontzettende kracht in ons dragen omdat Christus onder ons gekomen is, onze menselijke conditie gedeeld heeft. Hij kent onze moeilijkheden, als het (on)geloof ons parten speelt, als mensen ons op de zenuwen werken, als we gepest of vervolgd worden – Hij weet dit. Als we belaagd worden, aan het twijfe-len gebracht, in de steek gelaten, dan blijven we toch rechtop staan omdat er een goddelijke kern steekt in ons bestaan. God is ons bestaan komen delen; Hij woont bij en in ons. Die kracht komt niet uit onszelf, maar van God!

ORATIO
Jezus is ons op al onze wegen voorgegaan. In alles aan ons gelijk, maar niet in de zonde. Wij dragen de zonde wel met ons mee, onze zondigheid waaraan Jezus gestorven is, maar door die dood heen wordt het nieuwe leven van Jezus zichtbaar, zijn opstanding ten leven, zijn verrijze-nis uit de dood, zijn blijvende aanwezigheid bij ons.
Paulus vraagt ons vurig om ons met God te laten verzoenen. Wij wenden ons vaak af van onze zondigheid, we draaien het hoofd weg, we willen het niet zien. Aan het begin van onze grote tocht naar Pasen roept Paulus ons op tot verzoening: laat je met God verzoenen, erken je mense-lijke, je zondige conditie, weet dat je fouten maakt en richt je resoluut tot Christus om door en met Hem rechtvaardig te worden voor God. Dit is het goede moment, zegt Paulus. Nu moet je in actie treden, nu moet je stappen ondernemen, nu is het de gunstige tijd, want de dag van onze redding begint nu. Laat ons samen onze energie bundelen, onze rug rechten en ons blij en dapper klaarmaken voor de grote tocht naar Pasen. Ik wens ieder van u een goede reis!

CONTEMPLATIO
Heer, ga met ons mee op weg
nu wij U van meer nabij willen volgen de komende weken.
U nodigt ons uit ons te verzoenen met ons mens-zijn,
onze aarden potten, broos en breekbaar, maar authentiek en naturel.
U nodigt ons uit onze menselijke conditie te omarmen
met de grootsheid daarvan
en met de zondige keerzijde.
Ga met ons mee nu wij in onze waarheid tot U komen
en samen stappen zetten naar het leven met U,
toegroeien naar de grote dag van onze redding,
het Pasen van onze Heer Jezus Christus,
Amen.