Vrijdag 19 februari

Door Frits Hendrik

Meditatio
Bij het lezen van dit verhaal blijf ik hangen bij ‘Volg mij.’ Ik lees door, maar dat ‘Volg mij’ blijft als een echo in mijn hoofd bij de rest van de tekst.
‘Volg mij.’ Laat je leven over Mij gaan. Zie Mij als het kompas voor je leven. Laat al je aandacht gericht zijn op die ‘Mij’, en dat is Jezus. Maar waar ben ik in dezen?
‘Volg mij’ lijkt helemaal over Jezus te gaan. Moet ik mijzelf dan achterlaten?
‘Volg mij.’ Ik zit zelf een beetje verstopt in dat ‘volg’. Op de middelbare school hadden we bij het vak Grieks deze gebiedende wijs van Jezus moeten vertalen met ‘Jij moet mij volgen.’ ‘Jij moet’ is het eerste gedeelte. En dan komt ‘mij volgen’. Het volgen begint toch echt bij ‘ik’, bij mij persoonlijk.
‘Volg mij.’ In enkele van zijn boeken vertelt Timothy Radcliffe, in de jaren negentig de hoogste overste van de kloosterorde van de dominicanen, eenzelfde anekdote. ‘Een man moest naar Dublin. Dus hij vroeg aan iemand de weg. Die antwoordde: “Dublin? Dan zou ik niet hier beginnen.”’ Wat moet je met zo’n antwoord? We moeten het doen met waar we nu staan, met hoe we nu zijn. Eigenlijk denk ik nog vaak: als ik nu maar eerst stop met te veel eten (om een van mijn vele zonden te noemen), dan… ja, dan zal ik Jezus kunnen volgen. Maar dat is niet waartoe ik geroepen word. Ook als ik mij blijf volstoppen, ook als ik een zondaar ben, zegt Jezus: ‘Volg mij.’ Zoals ik ben, word ik geroepen.
Ik lees verder: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel.’ Het haakt aan bij een spreuk van Visje, de christelijke Loesje: ‘God houdt zoveel van je, dat Hij je neemt zoals je bent, maar Hij houdt teveel van je om je zo te laten.’ Juist een zondaar als ik heeft het nodig om Jezus te volgen. Jezus is gekomen om mensen zoals ik Hem te laten volgen. Wij hebben het nodig. Of in ieder geval ik.
‘Volg mij.’ Maar hoe? Dat zal dus voor iedereen verschillend zijn, want iedereen begint op een ander punt. O ja, want ik lees: ‘Waarom vasten wij en de farizeeën wel regelmatig, en uw leerlingen niet?’ Omdat het andere mensen zijn, die een eigen spirituele weg te gaan hebben. Gelijke monniken, gelijke kappen. Maar omdat de monniken niet gelijk zijn, kunnen de kappen dat ook niet zijn.
‘Volg mij.’ Zoals je nu bent, op een persoonlijke weg, naar waar Ik je leiden zal. Dat zal anders zijn dan je zelf gedacht zou hebben.

Oratio
Heer, hoe kán ik U volgen? Ik – beperkte mens – kan toch niet in uw voetsporen treden? Toch roept U: ‘Volg mij.’ Heer, hóé kan ik U volgen?

Contemplatio
‘Volg mij.’ Ik zal dit woord gedurende de dag meenemen. Mijn horloge maakt elk uur een geluid dat mij aan dit woord herinnert. ‘Volg mij.’ Ik zal het op een post-it plakken. Ik zal me steeds weer afvragen: Volg ik nu? En is het de Heer die ik volg?