Lied van Habakuk

In de Bijbel vinden we buiten het boek Psalmen nog meer passages die zich laten lezen als een lied, of laten zingen. Deze teksten worden cantica of kantieken genoemd. Een mooi voorbeeld daarvan is het lied van Habakuk. Het is te vinden in het derde hoofdstuk van het gelijknamige Bijbelboek. Habakuk is een van de twaalf kleine profeten in het Oude Testament. Onder aan zijn lied schrijft Habakuk: ‘Voor de koorleider. Bij snarenspel.’ Vanwege dit onderschrift wordt vaak gedacht dat Habakuk tot de stam van de levieten behoorde. De levieten waren verantwoordelijk voor de muziek in de tempel.

In zijn lied somt Habakuk op welke tegenslagen er allemaal kunnen zijn in het leven: de vijgenboom bloeit niet, de wijnstok brengt niets voort, de oogst van de olijfboom valt tegen, er is geen koren meer op de akker, er staan geen schapen en runderen meer op stal of in de wei. Kortom: alles zit tegen. Misschien herkennen we dit in ons eigen leven. Dat er tegenslag op tegenslag komt. Of dat het een dorre tijd is, waarin alles lijkt te mislukken. De coronacrisis versterkt dit gevoel of deze situatie misschien wel.

En dan zingt het lied van Habakuk: ‘En toch!’ ‘Toch zal ik juichen voor de HEER, jubelen voor de God die mij redt.’ Dwars tegen alles in, tegen de klippen op, blijft de ziel zingen tot God. En zo eindigt het boek Habakuk in majeur, het wordt een lied van hoop. Geloofsaanvechting wordt geloofsvertrouwen.

Hoe is dat in jouw leven?
Herken je die momenten waarop alles tegenzit, waarop alles lijkt te mislukken?
Wat helpt jou om dan toch ‘en toch’ te zingen?