15 april - Bitter en zoet

De tocht door de woestijn is voor de Israëlieten een overgangsperiode, waarin ze moeten leren wie hun God is en hoe ze in relatie tot Hem moeten leven. Ze moeten leren op God te vertrouwen en te leven naar zijn geboden. En dat valt niet altijd mee als je ruim vierhonderd jaar in een ander land onder een andere koning hebt geleefd.

Hier, maar ook op andere plaatsen zien we dat het volk regelmatig protesteert (16:2-3). Het oude, vertrouwde Egypte lijkt vaak beter dan het onbekende niemandsland van de woestijn.

Toch vraagt God ons om vertrouwen te hebben in zijn regels en wetten: Hij heeft het goede met het volk voor.

 

Wat heb jij door schade en schande geleerd over leven met God?