19 december - Vaste woon- en verblijfplaats

Deze psalm gaat over twee beloften: David belooft God dat hij een vaste plek voor de heilige kist zal bouwen (vers 1-10) en God belooft David dat Hij het huis van David voor eeuwig trouw zal zijn (vers 11-18). Als zijn nakomelingen zich houden aan het verbond met Hem (zie ook 2 Samuel 7:12-16), zal zijn ‘huis’ vast staan. Bovendien zal uit Davids huis, uit zijn familie, een belangrijke koning opstaan, die voor altijd machtig zal zijn. Deze tekst over Davids nakomeling werd later gelezen als de belofte voor een messias, die in Jezus gestalte kreeg.

Heb jij weleens iets aan God beloofd en ben je deze belofte nagekomen?