NBV21 (NBV21)
7

71Toen de muur was opgebouwd liet ik de deuren in de poorten plaatsen. Er werden poortwachters aangesteld en de tempelzangers en de Levieten kregen hun taken toegewezen. 2De verdediging van Jeruzalem droeg ik op aan mijn broer Chanani, en ook aan Chananja, de commandant van de burcht, want weinigen waren zo betrouwbaar en zo vroom als hij. 3Ik zei tegen hen: ‘Op het heetst van de dag mogen de poorten van Jeruzalem niet opengedaan worden, en voordat hun dienst is afgelopen moeten de poortwachters de deuren sluiten. Vergrendel ze dan, en laat iedere inwoner van Jeruzalem wachtlopen, op zijn post of bij zijn eigen huis.’ 4De stad was weliswaar zeer uitgestrekt, maar er waren weinig inwoners en ook waren er nog nauwelijks huizen herbouwd. 5Mijn God gaf mij in om de vooraanstaande burgers, het stadsbestuur en het volk bijeen te roepen om in de registers te worden ingeschreven, en toen ontdekte ik het register van hen die destijds uit Babel waren weggetrokken. Het volgende was daarin opgetekend:

Lijst van teruggekeerde ballingen

6-7

7:6-72
Ezra 2:1-70
‘Dit zijn de inwoners van de provincie Juda die zijn teruggekeerd uit de ballingschap in Babylonië, waarheen zij eerder waren weggevoerd door koning Nebukadnessar. Zij zijn teruggekeerd met Zerubbabel, Jesua, Nechemja, Azarja, Raämja, Nachamani, Mordechai, Bilsan, Misperet, Bigwai, Nechum en Baäna, en vestigden zich in Jeruzalem en Juda, in hun eigen steden.

De aantallen:

Israëlitische mannen:

82172 afstammelingen van Paros

9372 afstammelingen van Sefatja

10652 afstammelingen van Arach

112818 afstammelingen van Pachat-Moab, en wel de nakomelingen van Jesua en Joab

121254 afstammelingen van Elam

13845 afstammelingen van Zattu

14760 afstammelingen van Zakkai

15648 afstammelingen van Binnuï

16628 afstammelingen van Bebai

172322 afstammelingen van Azgad

18667 afstammelingen van Adonikam

192067 afstammelingen van Bigwai

20655 afstammelingen van Adin

2198 afstammelingen van Ater, en wel de nakomelingen van Chizkia

22328 afstammelingen van Chasum

23324 afstammelingen van Besai

24112 afstammelingen van Charif

2595 afstammelingen van Gibeon

26188 inwoners van Betlehem en Netofa

27128 inwoners van Anatot

2842 inwoners van Bet-Azmawet

29743 inwoners van Kirjat-Jearim, Kefira en Beërot

30621 inwoners van Rama en Geba

31122 inwoners van Michmas

32123 inwoners van Betel en Ai

3352 inwoners van het andere Nebo

341254 afstammelingen van een andere Elam

35320 afstammelingen van Charim

36345 inwoners van Jericho

37721 inwoners van Lod, Chadid en Ono

383930 inwoners van Senaä.

39Priesters:

973 afstammelingen van Jedaja, en wel het geslacht van Jesua

401052 afstammelingen van Immer

411247 afstammelingen van Paschur

421017 afstammelingen van Charim.

43Levieten:

74 afstammelingen van Jesua, namelijk van Kadmiël, en wel van de nakomelingen van Hodewa.

44Tempelzangers:

148 afstammelingen van Asaf.

45Poortwachters:

138 afstammelingen van Sallum, Ater, Talmon, Akkub, Chatita en Sobai.

46Tempelknechten:

afstammelingen van Sicha, Chasufa, Tabbaot,

47Keros, Sia, Padon,

48Lebana, Chagaba, Salmai,

49Chanan, Giddel, Gachar,

50Reaja, Resin, Nekoda,

51Gazzam, Uzza, Paseach,

52Besai, Meünim, Nefusim,

53Bakbuk, Chakufa, Charchur,

54Baslit, Mechida, Charsa,

55Barkos, Sisera, Temach,

56Nesiach en Chatifa.

57Afstammelingen van de knechten van Salomo:

afstammelingen van Sotai, Soferet, Perida,

58Jaäla, Darkon, Giddel,

59Sefatja, Chattil, Pocheret-Hassebaïm en Amon,

60in totaal 392 tempelknechten en afstammelingen van de knechten van Salomo.

61-62Verder nog zij die kwamen uit Tel-Melach, Tel-Charsa, Kerub, Addon en Immer, 642 afstammelingen van Delaja, Tobia en Nekoda. Zij konden echter niet aantonen dat de families waartoe zij behoorden Israëlitisch waren. 63Dat gold ook voor de priesterfamilies Chobaja, Hakkos en Barzillai (zij heetten zo sinds hun stamvader een van de dochters van de Gileadiet Barzillai tot vrouw genomen had). 64Zij zochten naar het schriftelijke bewijs dat ze in de geslachtsregisters waren ingeschreven, maar ze vonden het niet. Op grond daarvan werden ze onrein verklaard en van het priesterschap uitgesloten. 65

7:65
Ex. 28:30
Num. 27:21
Deut. 33:8
De landvoogd liet hun weten dat ze niet van de allerheiligste offergaven mochten eten totdat er een priester was die met behulp van de orakelstenen uitspraak kon doen.

66De hele gemeenschap telde in totaal 42.360 personen. 67Daarbij kwamen nog 7337 slaven en slavinnen, 245 zangers en zangeressen, 68435 kamelen en 6720 ezels.

69Een aantal familiehoofden stond een bijdrage af voor de tempeldienst, en de landvoogd gaf 1000 gouden darieken, 50 offerschalen, 30 priestergewaden en 500 mine zilver7:69 mine zilver – Voorgestelde lezing. In MT ontbreken deze woorden. voor de tempelschat. 70Enkele familiehoofden brachten voor de tempeldienst 20.000 gouden darieken en 2200 mine zilver bijeen, 71en de overige teruggekeerde ballingen gaven 20.000 gouden darieken, 2000 mine zilver en 67 priestergewaden.

72

7:72
1 Kron. 9:2
Neh. 11:3
De priesters, de Levieten, de poortwachters, de tempelzangers, een deel van het volk, de tempelknechten en alle andere Israëlieten vestigden zich in hun steden.’

Voorlezing uit de wet

Aan7:72b-8:18 In sommige vertalingen zijn deze verzen genummerd als 8:1-19. het begin van de zevende maand, toen de Israëlieten zich in hun steden hadden gevestigd,