Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
6

61

6:1-3
Op. 6:2-5
Opnieuw sloeg ik mijn ogen op, en daar zag ik vier wagens tussen twee bergen vandaan komen. Die bergen waren van koper. 2Voor de eerste wagen waren voskleurige paarden gespannen, voor de tweede zwarte, 3voor de derde witte en voor de vierde gevlekte. Het waren sterke paarden. 4Ik vroeg aan de engel die met mij sprak: ‘Wat betekent dat, mijn heer?’ 5
6:5
Op. 7:1
Hij antwoordde: ‘Dat zijn de vier winden van de hemel, die uitrijden nadat ze hun opwachting hebben gemaakt bij de Heer van de hele aarde. 6De wagen met de zwarte paarden rijdt uit naar het noorden, de witte paarden gaan naar het westen en de gevlekte naar het zuiden.’ 7De paarden stonden te trappelen om uit te rijden en de aarde te doorkruisen. Zodra het bevel daartoe werd gegeven, stoven ze ervandoor, de hele aarde over. 8Luid werd mij toegeroepen: ‘Let op, de paarden die uitrijden naar het noorden zullen ervoor zorgen dat mijn woede daar tot bedaren komt.’

9Toen richtte de HEER zich tot mij: 10‘Je moet de geschenken van de ballingen Cheldai, Tobia en Jedaja, die uit Babel zijn gekomen, in ontvangst nemen en diezelfde dag nog naar het huis van Josia, de zoon van Sefanja, gaan. 11Laat van het goud en zilver een kroon maken en zet die op het hoofd van de hogepriester Jozua, de zoon van Josadak. 12

6:12
Jer. 23:5
33:15
Zach. 3:8
Zeg tegen hem: “Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Let op, een man met de naam Telg, die aan de stam zal uitbotten, herbouwt de tempel van de HEER. 13Hij is het die de tempel van de HEER zal herbouwen; hij is het die de koninklijke waardigheid zal dragen en zal heersen vanaf zijn troon. Er zal ook een priester zijn op een eigen troon, en samen zullen zij het land in goede vrede besturen. 14De kroon zal in de tempel van de HEER worden bewaard ter herinnering aan Cheldai, Tobia en Jedaja, en ter herinnering aan de welwillendheid van de zoon van Sefanja. 15
6:15
Deut. 28:1
Uit verre landen zullen mensen hierheen komen om te helpen bij de bouw van de tempel van de HEER.”’ Dan zullen jullie inzien dat de HEER van de hemelse machten mij naar jullie gezonden heeft. Dit alles zal gebeuren als jullie luisteren naar de HEER, jullie God.

7

Bemoediging

71In het vierde jaar van koning Darius richtte de HEER zich tot Zacharia. Het was op de vierde dag van de negende maand, de maand kislew. 2De stad Betel had Sareser en Regem-Melech met zijn mannen afgevaardigd om de gunst van de HEER af te smeken, 3en om aan de priesters in de tempel van de HEER van de hemelse machten en aan de profeten de volgende vraag voor te leggen: ‘Al jarenlang wordt er bij ons in de vijfde maand getreurd en gevast. Is het werkelijk nodig dat we dat blijven doen?’

4Toen richtte de HEER van de hemelse machten zich tot mij: 5‘Zeg tegen de bevolking van dit land en tegen de priesters: “Wanneer jullie in de vijfde en de zevende maand rouwen en vasten, nu al zeventig jaar lang, doe je dat dan werkelijk voor mij? 6Ook wanneer jullie eten en drinken, doe je dat toch omdat je het zelf wilt?”’ 7Jullie weten toch wat de HEER bij monde van de vroegere profeten heeft gezegd, toen Jeruzalem en de omliggende steden nog bewoond en vredig waren, en er ook mensen woonden in de Negev en het heuvelland. 8En nu zegt de HEER het nogmaals, bij monde van mij, Zacharia: 9

7:9-10
Jes. 1:17
Jer. 7:5-6
‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Spreek eerlijk recht, wees goed en zorgzaam voor elkaar; 10
7:10
Ex. 22:20-21
onderdruk geen weduwen en wezen en ook geen vreemdelingen en armen, en wees er niet op uit om een ander kwaad te doen.’ 11
7:11
Ex. 32:9
Jes. 48:4
Maar jullie voorouders weigerden halsstarrig om te luisteren; ze stopten hun oren dicht om het maar niet te hoeven horen. 12Ze lieten de woorden en vermaningen die de HEER van de hemelse machten hun door zijn geest bij monde van de vroegere profeten voorhield niet tot zich doordringen, maar sloten zich ervoor af. Daarom werden ze getroffen door de toorn van de HEER van de hemelse machten. 13Ze luisterden niet toen hij hen riep. ‘Daarom’ – zei de HEER van de hemelse machten – ‘zal ik niet luisteren wanneer zij mij roepen. 14
7:14
Deut. 4:27
Als een stormwind zal ik hen uiteenjagen naar onbekende volken.’ Het land bleef ontvolkt achter; niemand trok erdoorheen en niemand keerde er terug. Zo is dit heerlijke land door hun toedoen een woestenij geworden.

8

81Maar nu luidt het woord van de HEER van de hemelse machten: 2

8:2
Zach. 1:14
‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Ik brand van liefde voor Sion; met vurige liefde neem ik het op voor Jeruzalem. 3
8:3
Jes. 1:26
Zach. 1:16
Dit zegt de HEER: Ik keer terug naar de Sion en kom in Jeruzalem wonen. “Stad van trouw” zal Jeruzalem heten, en de berg van de HEER van de hemelse machten “Heilige berg”. 4
8:4
Jes. 65:20
Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Opnieuw zullen er op de pleinen van Jeruzalem oude mensen zitten, steunend op hun stok vanwege hun hoge leeftijd, 5en de straten zullen krioelen van de spelende kinderen. 6
8:6
Jer. 32:27
Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Ook al lijkt het jullie, die van dit volk nog over zijn, nu onmogelijk, waarom zou het voor mij onmogelijk zijn? – spreekt de HEER van de hemelse machten. 7Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Ik zal mijn volk bevrijden uit het land waar de zon opkomt en het land waar de zon ondergaat 8
8:8
Zach. 13:9
Op. 21:3
en hen naar Jeruzalem brengen. Daar zullen ze wonen. Zij zullen mijn volk zijn en ik hun God, in onwankelbare trouw.

9

8:9
Hag. 1:14
Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Nu jullie deze woorden uit de mond van de profeten hebben gehoord, moeten jullie volhouden. Het huis van de HEER van de hemelse machten is nu gegrondvest; de herbouw van de tempel is begonnen. 10Vóór die tijd bracht de arbeid van mens en dier niets op, en wie maar een voet buiten de deur zette werd belaagd, want ik had iedereen tegen iedereen opgezet. 11Maar nu behandel ik jullie niet meer als vroeger – spreekt de HEER van de hemelse machten. 12
8:12
Hag. 2:19
Nu is het zaad gezegend: de wijnstok zal vrucht dragen, de aarde zal haar opbrengst geven, de hemel zal zijn dauw afstaan. Dit alles zal ik schenken aan wie er van dit volk nog over zijn. 13Vroeger golden jullie bij de andere volken als vervloekt, Juda en Israël, maar nu ik jullie te hulp kom, zullen ze jullie als gezegend beschouwen. Geef dus de moed niet op en houd vol! 14Want dit zegt de HEER van de hemelse machten: Toen jullie voorouders mijn woede opwekten, nam ik me voor dit volk kwaad te doen – zegt de HEER van de hemelse machten –, en dat heb ik ook gedaan, zonder erop terug te komen. 15Maar nu heb ik me voorgenomen om het volk van Jeruzalem en Juda goed te doen. Geef dus de moed niet op. 16
8:16
Ef. 4:25
Hier moeten jullie je aan houden: Spreek de waarheid tegen elkaar, bewaar de vrede door eerlijk en rechtvaardig recht te spreken; 17wees er niet op uit om een ander kwaad te doen en laat je niet verleiden tot meineed, want daar heb ik een afkeer van – spreekt de HEER.’

18

8:18
Zach. 7:1-3
En de HEER van de hemelse machten richtte zich tot mij: 19
8:19
Jes. 35:10
Jer. 31:13
‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten: De vastendagen in de vierde en de vijfde maand en de vastendagen in de zevende en de tiende maand zullen voor Juda veranderen in blijde feestdagen vol vreugde en vrolijkheid. Maar let wel: houd de vrede en waarheid in ere! 20Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Er zullen opnieuw mensen komen uit allerlei landen en steden. 21De inwoners van de ene stad zullen naar de volgende stad gaan en zeggen: “Ga met ons mee. Wij zijn op weg om eer te bewijzen aan de HEER van de hemelse machten en zijn gunst af te smeken.” 22Grote en machtige volken zullen naar Jeruzalem komen om daar de HEER van de hemelse machten te vereren en zijn gunst af te smeken. 23En dit zegt de HEER van de hemelse machten: Als die tijd is gekomen, zullen tien mannen uit volken met verschillende talen een Joodse man bij de slip van zijn mantel grijpen met de woorden: “Wij willen ons bij u aansluiten, want we hebben gehoord dat God bij u is.”’

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]