Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
50

Simon de hogepriester

501Simon, zoon van Onias en hogepriester,

herstelde bij zijn leven het huis van God,

versterkte in zijn tijd de tempel.

2Hij legde het fundament voor de hoge muren,

een hoge steunmuur als omheining van het heiligdom.

3In zijn tijd werd een waterbekken gebouwd,

een bekken zo groot als de Zee.

4Hij behoedde zijn volk voor de ondergang

en versterkte de stad tegen belegeraars.

5Welk een glans omgaf hem toen hij uit het Huis van het voorhangsel kwam

en zich tot het volk wendde!50:5 en zich tot het volk wendde – Volgens sommige handschriften. Brontekst: ‘bij een processie voor de tempel’.

6Dan was hij als een morgenster tussen de wolken,

als een volle maan tijdens een feest,

7als de zon die op de tempel van de Allerhoogste straalt,

als de regenboog die de wolken glans geeft,

8als een roos in de lente,

als een lelie bij een waterbron,

als een jonge twijg van de Libanon in de zomer,

9als brandende wierook op een vuurbak,

als een vaas van massief, gehamerd goud,

versierd met allerlei kostbare stenen,

10als een olijfboom vol vruchten,

als een cipres die zich tot in de wolken verheft.

11

50:11
Ex. 28:4
Wanneer hij gekleed ging in een prachtig gewaad,

met volmaakte praal was getooid

en opging naar het heilige altaar,

vervulde hij de voorhof van het heiligdom met luister.

12Staande bij de vuurhaard van het altaar

ontving hij dan de offerstukken van de priesters.

Hij werd omringd door een krans van broeders,

als loten van de ceders op de Libanon,

om hem heen geschaard als palmbomen.

13In hun pracht stonden alle nakomelingen van Aäron

voor heel de gemeenschap van Israël,

met in hun handen een offer voor de Heer.

14En wanneer de dienaren hun werk bij het altaar hadden voltooid,

het offer voor de Allerhoogste, de Almachtige, gereed hadden gemaakt,

15strekte hij zijn handen uit naar de schaal en plengde de wijn,

goot die uit aan de voet van het altaar:

een heerlijke geur voor de Allerhoogste, de koning van allen.

16

50:16
Num. 10:1-10
Dan verhieven de nakomelingen van Aäron hun stem

en bliezen op trompetten van gedreven zilver.

Ze lieten een machtig geluid horen,

een herinnering voor de Allerhoogste.

17Onmiddellijk wierp heel het volk zich ter aarde,

boog diep neer voor zijn Heer, de almachtige God, de Allerhoogste.

18En de zangers prezen hem met hun stem,

luid klonk hun mooi gezang.

19En het volk hief smeekbeden aan tot de Heer, de Allerhoogste,

het bad tot de barmhartige God,

totdat de dienst voor de Heer voltooid was,

de viering voor hem geëindigd was.

20

50:20
Lev. 9:22
Num. 6:23-26
Dan daalde Simon af en strekte zijn handen uit

over heel de gemeenschap van Israël.

Hij sprak de zegen van de Heer uit

en noemde zijn roemvolle naam.

21En zij bogen opnieuw neer

om de zegen van de Allerhoogste te ontvangen.

22Prijs nu de God van alles wat bestaat,

die overal grote daden verricht,

die ons vanaf de moederschoot verheft

en ons zijn barmhartigheid betoont.

23Moge hij ons vreugde geven,

Israël vrede schenken in deze tijd,

zoals in de dagen van weleer.

24Moge hij barmhartig voor ons zijn

en ons in deze tijd bevrijden.

Slotopmerkingen

25Twee volken verafschuw ik,

en het derde is niet eens een volk:

26de bewoners van het gebergte van Samaria, de Filistijnen,

en het dwaze volk dat in Sichem woont.

27Lessen in inzicht en kennis

zijn geschreven in dit boek

door Jezus, de zoon van Eleazar, de zoon van Sirach,50:27 Jezus, de zoon van Eleazar, de zoon van Sirach – Voorgestelde lezing. Brontekst: ‘Jezus, de zoon van Sirach Eleazar’. uit Jeruzalem.

Hij liet wijsheid stromen uit zijn hart.

28Gelukkig is wie zich in deze lessen verdiept,

wie ze ter harte neemt wordt wijs.

29Als je ernaar handelt word je sterk in alles,

want ontzag voor de Heer wijst je de weg.

De Heer geeft wijsheid aan de vromen.

Geprezen zij de Heer tot in eeuwigheid. Amen, amen.

Lofpsalm

Een gebed van Jezus, de zoon van Sirach.

51

511Ik wil u loven, Heer, mijn koning,

ik wil u prijzen als mijn God en redder,

ik loof uw naam.

2

51:2
Ex. 15:2
Ps. 120:2
U bent mijn helper en beschermer,

u hebt mij van de ondergang gered,

van de strik van lastertongen,

van lippen die liegen.

Tegen mijn vijanden hebt u mij beschermd,

3

51:3
Ex. 34:6
Ps. 35:4
103:8
in uw overvloedige barmhartigheid,

door uw grote naam hebt u mij verlost

uit de strik van wie mij willen verslinden,

uit de hand van wie op mijn leven jagen,

uit alle verdrukking die ik onderging,

4uit een verstikkend vuur,

een felle brand, die ik niet had aangestoken,

5uit de diepte van het dodenrijk,

van onreine tongen, van leugens,

6van de pijl van kwade tongen.

Ik naderde de dood;

het dodenrijk, zo diep, was vlak onder mij.

7Ik werd van alle kanten omsingeld, niemand die hielp;

ik zocht naar hulp, niemand die hem bood.

8

51:8
Ps. 25:6
Toen dacht ik, Heer, aan uw barmhartigheid,

aan uw weldaden, door u bewezen vanaf het begin.

U helpt wie standvastig op u hopen,

u redt hen uit de hand van de kwaadaardigen.

9Ik zond uit de aarde mijn smeekbede omhoog,

ik smeekte om verlossing van de dood.

10Ik verhief mijn stem tot de Heer:

‘U bent mijn vader,51:10 Ik verhief mijn stem tot de Heer:/ ‘U bent mijn vader – Volgens het Hebreeuws. Brontekst: ‘Ik riep de Heer aan, de vader van mijn Heer’.

verlaat mij niet op de dag van mijn nood,

nu niemand mij tegen hoogmoedigen51:10 hoogmoedigen – Volgens sommige handschriften. Brontekst: ‘hoogmoed’. helpt.

11Ik zal uw naam altijd prijzen

en een danklied voor u zingen.’

Mijn bede werd verhoord,

12u hebt mij voor de ondergang behoed,

uit de benauwenis gered.

Daarom zal ik u danken en prijzen,

de naam van de Heer zal ik loven.

Volg het spoor van de wijsheid

13

51:13
Sir. 6:18
15:2-3
34:9-12
Toen ik nog jong was, voordat ik ging reizen,

zocht ik in mijn gebeden openlijk naar wijsheid.

14

51:14
Wijsh. 8:2
Staande voor de tempel bad ik om haar,

tot het einde toe zal ik haar zoeken.

15

51:15
Ps. 25:5
26:3
Wanneer zij gedijde als een rijpende druif,

verheugde ik me over haar.

Ik ging op de rechte weg,

vanaf mijn jeugd heb ik haar spoor gevolgd.

16Ik hoefde maar te luisteren om van haar te leren,

ik heb veel onderricht gekregen.

17Ze heeft me vooruitgebracht;

wie mij wijsheid geeft zal ik eren.

18Ik legde mij erop toe haar te volgen,

ik zocht het goede en werd niet teleurgesteld.

19Ik heb om haar gevochten

en de wet nauwlettend nageleefd.

Ik hief mijn handen op naar de hoge hemel

en merkte dat ik weinig van haar wist.

20Ik richtte me op haar

en door mij te reinigen heb ik haar gevonden.

Vanaf het begin gaf ze me inzicht;

daardoor werd ik niet verlaten.

21Ik was innerlijk vol onrust, ik wilde haar zoeken;

daardoor heb ik een kostbaar bezit verworven.

22De Heer gaf mij als loon een stem;

daarmee zal ik hem prijzen.

23

51:23-26
Mat. 11:28-30
Kom naar mij toe, onwetenden,

en vestig je in mijn leerhuis.

24

51:24
Amos 8:11
Waarom lijden jullie nog gebrek

en is jullie geest zo dorstig?

25

51:25
Spr. 4:5,7
Ik roep jullie op:

Verwerf wijsheid, kosteloos.

26

51:26
Deut. 30:11-14
Leg haar juk op je nek,

laat je geest onderrichten.

De wijsheid is vlakbij.

27Zie met eigen ogen dat ik mij maar weinig hoefde in te spannen

en voor mijzelf veel rust gevonden heb.

28

51:28
Spr. 16:16
Neem deel aan het onderricht,

dan zul je schatten aan zilver ontvangen,

je zult veel goud verwerven.

29Verheug je over Gods barmhartigheid,

schaam je niet om hem te loven.

30Doe je werk voordat de vastgestelde tijd komt,

en hij zal je op dat moment belonen.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]