Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
13

131

13:1
Spr. 8:15
Wijsh. 6:3
Tit. 3:1
1 Petr. 2:13-17
Iedereen moet het gezag van de overheid erkennen, want er is geen gezag dat niet van God komt; ook het huidige gezag is door God ingesteld. 2Wie zich tegen dit gezag verzet, verzet zich dus tegen een instelling van God, en wie dat doet roept over zichzelf zijn veroordeling af. 3Wie doet wat goed is heeft van de gezagsdragers niets te vrezen, alleen wie doet wat slecht is. U wilt niets van de overheid te vrezen hebben? Doe dan wat goed is en ze zal u prijzen, 4want ze staat in dienst van God en is er voor uw welzijn. Maar wanneer u doet wat slecht is, kunt u haar beter vrezen: ze voert het zwaard niet voor niets, want ze staat in dienst van God, en door hem die het slechte doet zijn verdiende straf te geven, toont ze Gods toorn. 5U moet haar gezag dus erkennen, en niet alleen uit angst voor Gods toorn, maar ook omwille van uw geweten. 6Daarom betaalt u ook belasting en staat wie belasting int in dienst van God. 7
13:7
Mat. 22:21
Geef iedereen wat hem toekomt: belasting aan wie u belasting verschuldigd bent, accijns aan wie u accijns verschuldigd bent, ontzag aan wie ontzag toekomt, eerbied aan wie eerbied toekomt.

8Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld. 9

13:9
Ex. 20:13-17
Lev. 19:18
Deut. 5:17-21
Mat. 19:19
22:39
Gal. 5:14
Jak. 2:8
Want: ‘Pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet, zet uw zinnen niet op wat van een ander is’ – deze en alle andere geboden worden samengevat in deze ene uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ 10
13:10
1 Kor. 13:4-7
De liefde berokkent uw naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn vervulling in de liefde.

11

13:11-14
Ef. 5:8-10
1 Tes. 5:4-8
U kent de huidige tijd: het moment is gekomen waarop u uit de slaap moet ontwaken, want de redding is ons meer nabij dan toen we tot geloof kwamen. 12De nacht loopt ten einde, de dag nadert al. Laten we ons daarom ontdoen van de praktijken van de duisternis en ons omgorden met de wapens van het licht. 13Laten we daarom zo eerzaam leven als past bij de dag en ons onthouden van bras- en slemppartijen, ontucht en losbandigheid, tweespalt en jaloezie. 14
13:14
Gal. 3:27
Omkleed u met de Heer Jezus Christus en geef niet toe aan uw eigen wil, die begeerten in u opwekt.

14

Aanvaard elkaar, zoals Christus u heeft aanvaard

141

14:1-15:6
1 Kor. 8:1-13
10:14-33
Aanvaard mensen met een zwak geloof zonder hun overtuiging te bestrijden. 2De een gelooft dat hij alles mag eten, maar iemand die een zwak geloof heeft eet alleen groenten. 3
14:3
Kol. 2:16
Wie alles eet mag niet neerzien op iemand die dat niet doet, en wie niet alles eet mag geen oordeel vellen over iemand die dat wel doet, want God heeft hem aanvaard. 4
14:4
Mat. 7:1
Jak. 4:12
Wie bent u dat u een oordeel velt over de dienaar van een ander? Of hij wel of niet volhardt in het geloof gaat alleen zijn eigen meester aan – en hij zal volharden, want de Heer heeft de macht hem dat te laten doen. 5De een beschouwt bepaalde dagen als een feestdag, voor de ander zijn alle dagen gelijk. Laat iedereen zijn eigen overtuiging volgen. 6Wie een feestdag viert, doet dat om de Heer te eren; wie alles eet, doet dat om de Heer te eren, en hij dankt God voor zijn voedsel. Wie iets niet wil eten, laat het staan om de Heer te eren, en ook hij dankt God. 7
14:7
2 Kor. 5:15
Niemand van ons leeft voor zichzelf, en niemand van ons sterft voor zichzelf. 8Zolang wij leven, leven we voor de Heer; en wanneer wij sterven, sterven we voor de Heer. Dus of we nu leven of sterven, we zijn altijd van de Heer. 9Want Christus is gestorven en weer tot leven gekomen om te heersen over de doden en de levenden. 10
14:10
2 Kor. 5:10
Wie bent u dat u een oordeel velt over uw broeder of zuster? Wie bent u dat u neerziet op uw broeder of zuster? Wij zullen allen voor Gods rechterstoel komen te staan, 11
14:11
Jes. 45:23
Filip. 2:10-11
want er staat geschreven: ‘Zo waar ik leef – zegt de Heer –, voor mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal God loven.’ 12Ieder van ons zal zich dus tegenover God moeten verantwoorden.

13Laten we elkaar daarom niet langer veroordelen, maar neem u voor, uw broeder en zuster geen aanstoot te geven en hen niet te ergeren. 14

14:14
Mat. 15:10-20
Hand. 10:15
Tit. 1:15
Omdat ik één ben met de Heer Jezus weet ik, en ben ik ervan overtuigd, dat niets op zichzelf onrein is, maar dat iets onrein is voor wie het als onrein beschouwt. 15Als u dus uw broeder of zuster kwetst door wat u eet, handelt u niet langer overeenkomstig de liefde. Laat hen voor wie Christus gestorven is niet verloren gaan door het voedsel dat u eet. 16Breng het goede dat God u schenkt geen schade toe, 17
14:17
Mat. 6:33
want het koninkrijk van God is geen zaak van eten en drinken, maar van gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest. 18Wie Christus zo dient, doet wat God wil en wordt door de mensen gerespecteerd. 19Laten we daarom streven naar wat de vrede bevordert en naar wat opbouwend is voor elkaar. 20Breek het werk van God niet af omwille van wat u eet. Weliswaar is alle voedsel rein, maar het is verkeerd om iets te eten dat iemand aanstoot geeft. 21Vlees, wijn of iets anders waaraan uw broeder of zuster aanstoot neemt, kunt u beter laten staan. 22Uw overtuiging is een aangelegenheid tussen u en God. Gelukkig is wie zich niet schuldig voelt over zijn overtuiging, 23maar wie twijfelt of hij alles mag eten, is op het moment dat hij alles eet al veroordeeld. Want het komt niet voort uit geloof, en alles wat niet uit geloof voortkomt is zondig.

15

151Wij, de sterken, moeten de zwakken in hun kwetsbaarheid helpen en niet ons eigen belang dienen. 2Laat ieder van ons zich richten op het belang van de ander, op wat goed en opbouwend voor hem is. 3

15:3
Ps. 69:10
Ook Christus zocht niet zijn eigen belang; integendeel, er staat geschreven: ‘De smaad van wie u smaadt, is op mij neergekomen.’ 4
15:4
1 Mak. 12:9
2 Tim. 3:16
Alles wat vroeger is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen. 5Moge God, die ons doet volharden en ons troost geeft, u de eensgezindheid geven die Christus Jezus van ons vraagt. 6Dan zult u eendrachtig en eenstemmig lof brengen aan de God en Vader van onze Heer Jezus Christus.

7Aanvaard elkaar daarom ter ere van God, zoals Christus u heeft aanvaard. 8Ik bedoel dit: Christus is een dienaar van de Joden geworden om hun te tonen dat God trouw is en om de beloften aan de aartsvaders te vervullen, 9

15:9
2 Sam. 22:50
Ps. 18:50
maar hij is ook gekomen om de heidenen in staat te stellen God te loven om zijn barmhartigheid, zoals geschreven staat: ‘Daarom zal ik u prijzen onder de heidenen, psalmzingen ter ere van uw naam.’ 10
15:10
Deut. 32:43
En verder staat er: ‘Verheug u, heidenen, samen met zijn volk.’ 11
15:11
Ps. 117:1
En er staat ook: ‘Loof de Heer, alle heidenen; prijs hem, alle volken.’ 12
15:12
Jes. 11:10
Op. 5:5
22:16
En verder zegt Jesaja: ‘Isaï zal een telg voortbrengen: hij die komt om over de heidenen te heersen; op hem zullen zij hun hoop vestigen.’ 13Moge God, die ons hoop geeft, u in het geloof geheel en al vervullen met vreugde en vrede, zodat uw hoop overvloedig zal zijn door de kracht van de heilige Geest.

Reisplannen en groeten

14Broeders en zusters, ikzelf ben ervan overtuigd dat u inderdaad niets dan het goede wilt en dat het u niet aan kennis ontbreekt, zodat u ook in staat bent om elkaar terecht te wijzen. 15Ik heb u hier en daar nogal vrijmoedig geschreven, maar alleen om u te herinneren aan wat u al weet. Ik doe dat vanwege de genade die God mij geschonken heeft: 16ik moet in volledige toewijding aan zijn evangelie een dienaar van Christus Jezus voor de heidenen zijn, zodat zij een God welgevallig offer kunnen worden, geheiligd door de heilige Geest. 17Dat ik trots kan zijn op mijn werk voor God, dank ik aan Christus Jezus. 18Ik zal over niets anders spreken dan wat Christus door mij tot stand brengt om de heidenen tot gehoorzaamheid te brengen: door wat ik zeg en doe, 19

15:19
2 Kor. 12:12
door zijn macht waarmee ik tekenen en wonderen verricht door de macht van Gods Geest. Zo heb ik vanuit Jeruzalem en helemaal tot aan Illyrië het evangelie van Christus verspreid, 20
15:20
1 Kor. 3:10
2 Kor. 10:15-16
maar ik heb er een eer in gesteld het niet op plaatsen te verkondigen waar Christus al bekend was. Ik wilde niet op het fundament van een ander bouwen, 21
15:21
Jes. 52:15
want er staat geschreven: ‘Zij aan wie hij niet verkondigd is, zullen zien; zij die niet over hem hebben gehoord, zullen tot inzicht komen.’ 22
15:22
Rom. 1:10-15
Het is dan ook om deze reden dat het mij nog niet is gelukt u te bezoeken. 23Maar ik heb mijn taak in deze streken nu beëindigd; en omdat ik er zo naar verlang om na al die jaren naar u toe te komen, 24hoop ik dat te doen wanneer ik naar Spanje ga. Ik hoop u op weg daarheen te ontmoeten om mijn reis daarna met uw hulp voort te zetten, maar niet voordat ik enige tijd van uw gezelschap genoten heb. 25
15:25-28
Hand. 19:21
Nu sta ik echter op het punt naar Jeruzalem te gaan om de heiligen daar bijstand te verlenen, 26
15:26
1 Kor. 16:1-3
2 Kor. 8:1-4
want Macedonië en Achaje hebben voor de armen onder hen een collecte gehouden. 27
15:27
1 Kor. 9:11
Gal. 6:6
Ze hebben daartoe vrijwillig besloten, maar ze staan dan ook bij hen in de schuld. Immers, omdat de heidenen deel hebben gekregen aan wat de heiligen in Jeruzalem in geestelijk opzicht geschonken hebben, zijn ze ertoe verplicht hen bij te staan in materiële zaken. 28Nadat ik mij van deze taak gekweten heb, en de opbrengst van de collecte officieel aan hen heb overhandigd, zal ik u op doorreis naar Spanje bezoeken. 29En ik weet dat wanneer ik kom, ik met de volle zegen van Christus kom.

30Broeders en zusters, in de naam van onze Heer Jezus Christus en met een beroep op de liefde van de Geest, vraag ik u dringend om samen met mij vurig tot God te bidden. 31Bid voor mij dat ik zal worden gered van de ongelovigen in Judea en dat mijn hulp door de heiligen in Jeruzalem zal worden gewaardeerd. 32Dan kan ik, indien God het wil, vol vreugde naar u toe komen om in uw gezelschap nieuwe kracht op te doen. 33

15:33
Filip. 4:9
De God van de vrede zij met u allen. Amen.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]