Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
98

981

98:1
Ps. 96:1
Jes. 52:10
Een psalm.

Zing voor de HEER een nieuw lied:

wonderen heeft hij verricht.

Zijn rechterhand heeft overwonnen,

zijn heilige arm heeft redding gebracht.

2De HEER heeft zijn overwinning bekendgemaakt,

voor de ogen van de volken zijn gerechtigheid onthuld.

3Hij heeft gedacht aan zijn liefde en trouw

voor het volk van Israël.

De einden der aarde hebben het gezien:

de overwinning van onze God.

4

98:4
Jes. 52:9
Juich de HEER toe, heel de aarde,

juich en jubel, zing het uit.

5Zing voor de HEER bij de lier,

laat bij de lier uw lied weerklinken.

6Blaas op de ramshoorn en de trompetten,

juich als de HEER, uw koning, verschijnt.

7

98:7
Ps. 96:11
Laat bruisen de zee en alles wat daar leeft,

laat juichen de wereld met haar bewoners.

8

98:8
Jes. 55:12
Laten de rivieren in de handen klappen

en samen met de bergen jubelen

9

98:9
Ps. 67:5
96:13
voor de HEER, want hij is in aantocht

als rechter van de aarde.

Rechtvaardig zal hij de wereld berechten,

de volken oordelen naar recht en wet.

99

991

99:1-2
Ps. 48:2
80:2
99:1
Ex. 25:22
De HEER is koning – volken, beef!

Hij troont op de cherubs – aarde, sidder!

2Groot is de HEER op de Sion,

verheven is hij boven alle volken.

3Uw naam moeten zij loven,

zo groot en geducht.

Heilig is hij.

4Machtige koning, die het recht bemint:

u stelde rechtvaardige wetten vast.

Recht en gerechtigheid in Jakob:

ze zijn uw werk.

5Breng hulde aan de HEER, onze God,

en buig u neer aan zijn voeten.

Heilig is hij.

6Mozes en Aäron waren zijn priesters,

ook Samuel riep zijn naam.

Riepen zij tot de HEER, hij antwoordde;

7

99:7
Ex. 33:9
Num. 12:5
in de wolkkolom sprak hij hen toe

en zij onderhielden zijn geboden,

de wet die hij hun gaf.

8HEER, onze God, u hebt hun geantwoord.

U was voor hen een God van vergeving

en een God die hun misdaden strafte.

9Breng hulde aan de HEER, onze God,

en buig u neer voor zijn heilige berg.

Heilig is de HEER, onze God.

100

1001Een psalm voor het dankoffer.

Juich de HEER toe, heel de aarde,

2dien de HEER met vreugde,

kom tot hem met jubelzang.

3

100:3
Ps. 95:7
Jes. 64:7
Erken het: de HEER is God,

hij heeft ons gemaakt, hem behoren wij toe,

zijn volk zijn wij, de kudde die hij weidt.

4Kom zijn poorten binnen met een loflied,

hef in zijn voorhoven een lofzang aan,

breng hem hulde, prijs zijn naam:

5

100:5
1 Kron. 16:34
Ezra 3:11
Ps. 106:1
107:1
118:1
136:1
138:8
Jer. 33:11
de HEER is goed,

zijn liefde duurt eeuwig,

zijn trouw van geslacht op geslacht.