Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
95

951

95:1
Ps. 18:32
Kom, laten wij jubelen voor de HEER,

juichen voor onze rots, onze redding.

2Laten wij hem naderen met een loflied,

hem toejuichen met gezang.

3

95:3
Ps. 47:3
96:4
De HEER is een machtige God,

een machtige koning, boven alle goden verheven.

4Hij houdt in zijn hand de diepten der aarde,

de toppen van de bergen behoren hem toe,

5

95:5
Ps. 24:1-2
van hem is de zee, door hem gemaakt,

en ook het droge, door zijn handen gevormd.

6Ga binnen, laten wij buigen in aanbidding,

knielen voor de HEER, onze maker.

7

95:7-11
Hebr. 3:7-11
95:7-8
Ps. 81:9
95:7
Ps. 23:1-4
80:2
100:3
Ezech. 34:11-12
Ja, hij is onze God

en wij zijn het volk dat hij hoedt,

de kudde door zijn hand geleid.

Luister vandaag naar zijn stem:

8

95:8
Ex. 17:1-7
Num. 20:2-13
Deut. 6:16
Hebr. 4:7
‘Wees niet koppig als bij Meriba,

als die dag bij Massa, in de woestijn,

9toen jullie voorouders mij op de proef stelden,

mij tartten, al hadden ze mijn daden gezien.

10

95:10
Deut. 32:5,20
Veertig jaar voelde ik weerzin tegen hen.

Ik zei: “Het is een stuurloos volk

dat mijn wegen niet wil kennen.”

11

95:11
Num. 14:21-23
Deut. 1:34-35
Hebr. 3:18
4:3
En ik zwoer in mijn woede:

“Nooit gaan zij mijn rustplaats binnen!”’

96

961

96:1-13
1 Kron. 16:23-33
96:1
Ps. 98:1-9
Zing voor de HEER een nieuw lied,

zing voor de HEER, heel de aarde.

2Zing voor de HEER, prijs zijn naam,

verkondig van dag tot dag dat hij ons redt.

3

96:3
Ps. 105:1
Maak aan alle volken zijn majesteit bekend,

aan alle naties zijn wonderdaden.

4

96:4
Ps. 48:2
145:3
Groot is de HEER, hem komt alle lof toe,

geducht is hij, meer dan alle goden.

5

96:5
Ps. 97:7
Jes. 40:17-20
De goden van de volken zijn minder dan niets,

maar de HEER: hij heeft de hemel gemaakt.

6Glans en glorie gaan voor hem uit,

macht en luister vullen zijn heiligdom.

7

96:7-9
Ps. 29:1-2
Erken de HEER, stammen en volken,

erken de HEER, zijn majesteit en macht,

8erken de HEER, de majesteit van zijn naam,

draag geschenken zijn voorhoven binnen.

9Buig u voor de HEER in zijn heilige glorie,

huiver, heel de aarde, als hij verschijnt.

10

96:10
Ps. 93:1
Zeg aan de volken: ‘De HEER is koning.

Vast staat de wereld, zij wankelt niet.

Hij oordeelt de volken naar recht en wet.’

11Laat de hemel verheugd zijn, de aarde juichen,

de zee bruisen en alles wat daar leeft.

12

96:12
Jes. 55:12
Laat het veld verblijd zijn en alles wat daar groeit,

laten alle bomen jubelen

13

96:13
Jes. 11:4-5
voor de HEER, want hij is in aantocht,

in aantocht is hij als rechter van de aarde.

Rechtvaardig zal hij de wereld berechten,

de volken oordelen, trouw aan zijn woord.

97

971

97:1
Ps. 93:1
De HEER is koning – laat de aarde juichen,

laat vreugde heersen van kust tot kust.

2

97:2
Ps. 85:11
In wolk en duisternis is hij gehuld,

zijn troon stoelt op recht en gerechtigheid.

3

97:3
Ps. 18:9
50:3
Vuur gaat voor hem uit,

rondom verterend wie tegen hem opstaan.

4

97:4
Ps. 77:19
Zijn bliksems verlichten de wereld,

de aarde ziet het en beeft.

5

97:5
Ps. 68:3
De bergen smelten als was voor de HEER,

voor de Heer van heel de aarde.

6

97:6
Ps. 50:6
De hemel vertelt van zijn gerechtigheid,

alle volken aanschouwen zijn majesteit.

7

97:7
Ps. 96:5
Beschaamd staan zij die beelden aanbidden

en zich beroemen op goden van niets.

Voor hem moeten alle goden zich buigen.

8

97:8
Ps. 48:12
Sion hoort het en verheugt zich;

de steden van Juda juichen

om uw rechtspraak, HEER.

9

97:9
Ps. 83:19
U, HEER, bent de hoogste op heel de aarde,

boven alle goden hoog verheven.

10U die de HEER bemint: haat het kwade.

Hij behoedt het leven van wie hem trouw zijn,

uit de greep van de goddelozen bevrijdt hij hen.

11

97:11
Ps. 4:7
36:10
112:4
Licht is uitgezaaid voor de rechtvaardige,

vreugde voor de oprechten van hart.

12

97:12
Ps. 30:5
Verheug u, rechtvaardigen, in de HEER,

en breng hulde aan zijn heilige naam.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]