Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
92

921Een psalm, een lied voor de sabbat.

2

92:2-4
Ps. 33:1-3
Het is goed de HEER te loven,

uw naam te bezingen, Allerhoogste,

3in de morgen te getuigen van uw liefde

en in de nacht van uw trouw,

4bij de klank van de tiensnarige harp

en bij het ruisend spel op de lier.

5U verheugt mij, HEER, met uw daden,

ik juich om wat uw hand verricht.

6

92:6
Ps. 139:6,17-18
Hoe groot zijn uw daden, HEER,

hoe peilloos diep uw gedachten.

7Het dringt tot de dommen niet door

en dwazen kunnen het niet vatten:

8

92:8
Ps. 37:35-36
dat de wettelozen als onkruid gedijen

en de onrechtvaardigen bloeien

alleen om te worden verdelgd, voor altijd.

9U, HEER, bent eeuwig verheven,

10maar uw vijanden, HEER,

uw vijanden gaan te gronde

en wie onrecht doen, worden verstrooid.

11

92:11-12
Deut. 33:17
Ps. 54:9
U geeft mij de kracht van een wilde stier,

met pure olie ben ik overgoten.

12Mijn oog ziet op mijn aanvallers neer,

mijn oor hoort de angstkreet van mijn belagers.

13De rechtvaardigen groeien op als een palm,

als een ceder van de Libanon rijzen zij omhoog.

14

92:14
Ps. 52:10
Ze staan geplant in het huis van de HEER,

in de voorhoven van onze God groeien zij op.

15Zij dragen nog vrucht als ze oud zijn

en blijven krachtig en fris.

16

92:16
Deut. 32:4
Zo getuigen zij dat de HEER recht doet,

mijn rots, in wie geen onrecht is.

93

931

93:1
Ps. 96:10
104:5
De HEER is koning, met hoogheid is hij bekleed,

de HEER is met macht bekleed en omgord.

Vast staat de wereld, zij wankelt niet,

2

93:2
Ps. 90:2
en vast staat van oudsher uw troon,

u bent van alle eeuwigheden.

3De stromen verheffen, HEER,

de stromen verheffen hun stem,

luid verheffen de stromen hun stem.

4Maar boven het geraas van de wijde wateren,

van de machtige baren der zee,

is hoog in de hemel de machtige HEER.

5Uw uitspraken zijn betrouwbaar.

Heiligheid is van uw huis het sieraad,

HEER, tot in lengte van dagen.

94

941

94:1
Deut. 32:35
Nah. 1:2
God van vergelding, HEER,

God van vergelding, verschijn in luister.

2

94:2
Jer. 51:56
Klaagl. 3:64
Verhef u, rechter van de aarde,

geef de hoogmoedigen hun loon.

3

94:3-4
Jer. 12:1
Hoe lang nog zullen de wettelozen, HEER,

hoe lang nog zullen de wettelozen juichen,

4de onrechtvaardigen het hoogste woord

voeren en trotse taal uitslaan?

5Zij vertrappen uw volk, HEER,

onderdrukken uw liefste bezit,

6

94:6
Ex. 22:21-22
Deut. 24:17-22
weduwen en vreemdelingen doden ze,

kinderen zonder vader brengen ze om.

7

94:7
Ps. 10:11
Ezech. 9:9
‘De HEER ziet het niet,’ zeggen ze,

‘de God van Jakob merkt toch niets.’

8

94:8
Spr. 1:22
8:5
Kom tot inzicht, onverstandigen.

Dwazen, worden jullie ooit wijs?

9

94:9
Ex. 4:11
Spr. 20:12
Hij heeft het oor geplant – zou hij niet horen?

het oog gevormd – zou hij niet zien?

10Die de volken leidt, de mensen leert

en vermaant – zou hij niet straffen?

11

94:11
1 Kor. 3:20
De HEER kent de mensen,

niet meer dan lucht zijn hun gedachten.

12

94:12
Job 5:17
Gelukkig de mens, HEER, die door u wordt geleid

en onderwezen in uw wet en uw leer.

13Hij zal rust vinden in kwade dagen,

terwijl voor de wettelozen een kuil wordt gegraven.

14

94:14
Sir. 47:22
Nee, de HEER zal zijn volk niet verstoten,

zijn liefste bezit niet verlaten.

15De rechtspraak voegt zich weer naar het recht,

de oprechten van hart sluiten zich aan.

16Wie treedt voor mij op tegen die onrechtvaardigen,

wie beschermt mij tegen die schurken?

17Had de HEER mij niet geholpen,

dan woonde ik al in de stilte van het graf.

18Toen ik dacht: Mijn voet glijdt weg,

hield uw trouw mij staande, HEER.

19Toen ik door zorgen werd overstelpt,

was uw troost de vreugde van mijn ziel.

20Kiest u de kant van verdorven rechters,

die onheil stichten in naam van de wet?

21Ze spannen samen tegen de rechtvaardigen

en veroordelen onschuldigen ter dood!

22De HEER is mijn burcht geworden,

mijn God de rots waarop ik schuil.

23

94:23
Ps. 7:17
107:42
Spr. 5:22
Hij geeft de schuldigen het loon dat zij verdienen,

om hun onrecht brengt hij hen tot zwijgen,

de HEER, onze God, brengt hen voorgoed tot zwijgen.