Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
89

891

89:1
1 Kon. 5:11
Een kunstig lied van de Ezrachiet Etan.

2Van uw liefde, HEER, wil ik eeuwig zingen,

van uw trouw getuigen, geslacht na geslacht.

3Ik belijd: uw liefde houdt eeuwig stand,

uw trouw hebt u in de hemel gevestigd.

4‘Ik heb met mijn uitverkorene een verbond gesloten,

aan mijn dienaar David gezworen:

5

89:5
2 Sam. 7:12-16
1 Kron. 17:11-14
Ps. 132:11
Uw dynastie zal ik voor eeuwig vestigen,

uw troon in stand houden, geslacht na geslacht.’ sela

6HEER, laat de hemel dit wonder prijzen,

laat de kring van hemelingen u loven om uw trouw.

7

89:7
Ps. 86:8
Want wie daar boven kan de HEER evenaren,

wie van de goden zich meten met de HEER,

8

89:8
Ps. 82:1
met God, zeer geducht in de raad van de hemelingen,

gevreesd bij allen die hem omringen?

9HEER, God van de hemelse machten,

HEER, wie is zo sterk als u?

Trouw omhult u als een mantel.

10

89:10
Job 7:12
Ps. 65:8
U heerst over de hoog rijzende zee –

verheffen zich haar golven, u brengt ze tot rust.

11U hebt Rahab verpletterd en doorboord,

met krachtige arm uw vijanden verstrooid.

12

89:12
Ps. 24:1-2
Van u is de hemel, van u ook de aarde,

de wereld met alles wat er leeft, hebt u gegrond,

13het noorden, het zuiden, u hebt ze geschapen,

Tabor en Hermon bejubelen uw naam.

14Uw arm verricht heldendaden,

krachtig is uw hand, geheven uw rechterarm,

15

89:15
Ps. 97:2
uw troon rust op recht en gerechtigheid,

liefde en waarheid staan in uw dienst.

16Gelukkig het volk dat van uw roem getuigt

en leeft, HEER, in het licht van uw gelaat.

17Juichend roepen zij uw naam, dag aan dag,

door uw gerechtigheid richten zij zich op.

18U bent de glans van onze kracht,

door uw gunst verhoogt u ons aanzien.

19Aan de HEER danken wij ons schild,

aan de Heilige van Israël onze koning.

20Ooit hebt u in een visioen gesproken

tot uw getrouwen en gezegd:

‘Ik heb hulp geboden aan een held,

een jongen uit het volk verheven.

21

89:21
1 Sam. 16:12-13
Ps. 78:70
In David vond ik een dienaar,

ik zalfde hem met heilige olie.

22

89:22
Jes. 42:1
Mijn hand geeft hem steun,

mijn arm maakt hem sterk,

23geen vijand zal hem overvleugelen,

geen boosdoener hem bedwingen,

24zijn belagers zal ik voor zijn ogen verslaan,

zijn haters vermorzelen.

25Mijn trouw en mijn liefde vergezellen hem,

door mijn naam zal hij in aanzien stijgen.

26Zijn linkerhand leg ik op de zee,

zijn rechterhand op de rivier.

27

89:27-28
Ps. 2:7
89:27
2 Sam. 7:14
Jer. 3:19
Hij zal tot mij roepen: “U bent mijn vader,

mijn God, de rots die mij redt!”

28Ik maak hem tot mijn eerstgeborene,

tot de hoogste van de koningen der aarde.

29Mijn liefde zal hem altijd beschermen,

hecht is mijn verbond met hem.

30Zijn dynastie houd ik voor altijd in stand,

zijn troon zolang de hemel duurt.

31Als zijn zonen zich afkeren van mijn wet,

niet leven naar mijn voorschriften,

32mijn wetten schenden,

mijn bevelen niet opvolgen,

33dan zal ik hen tuchtigen voor hun misdaden,

hun zonden bestraffen met slagen.

34Maar mijn liefde zal ik hem niet afnemen,

mijn trouw aan hem niet breken,

35

89:35
Jer. 33:20-21
ik zal mijn verbond niet schenden,

mijn woorden niet herroepen.

36

89:36
Ps. 110:4
Eens heb ik dat bij mijn heiligheid gezworen,

nooit breek ik mijn woord aan David.

37

89:37-38
Ps. 72:5-7
Zijn dynastie zal altijd voortleven,

zijn troon voor mij staan als de zon,

38als de maan die standhoudt voor eeuwig,

trouwe getuige aan de hemel.’ sela

39Toch hebt u hem verstoten en verworpen,

uw toorn over uw gezalfde uitgestort,

40het verbond met uw dienaar versmaad,

zijn kroon vertrapt en ontwijd.

41

89:41-42
Ps. 80:13
U hebt de wallen van zijn stad gesloopt,

al zijn vestingen afgebroken,

42voorbijgangers beroofden hem,

naburige volken bespotten hem.

43U gaf zijn tegenstanders de overhand,

zijn vijanden verheugden zich,

44u beroofde zijn zwaard van zijn scherpte,

u hield hem niet staande in de strijd.

45U hebt zijn glans gedoofd,

zijn troon omver geworpen,

46de dagen van zijn jeugd verkort,

hem met schande overdekt. sela

47

89:47
Ps. 79:5
Hoe lang nog, HEER? Bent u voor altijd verborgen,

blijft het vuur van uw woede branden?

48Gedenk mij en mijn vluchtig bestaan,

de nietige mens, door u geschapen.

49Leeft er iemand die de dood niet zal zien,

die ontkomt aan de greep van het dodenrijk? sela

50Waar is uw liefde van vroeger, Heer,

hebt u David geen trouw gezworen?

51Gedenk, Heer, dat uw dienaren worden bespot,

dat ik lijd onder de hoon van vele volken.

52Uw vijanden, HEER, bespotten mij,

spotten met uw gezalfde, waar hij ook gaat.

53

89:53
Ps. 106:48
Geprezen zij de HEER in eeuwigheid.

Amen, amen.

90

901Een gebed van Mozes, de godsman.

Heer, u bent ons een toevlucht geweest

van geslacht op geslacht.

2

90:2
Spr. 8:25
Nog voor de bergen waren geboren,

voor u aarde en land had gebaard –

u bent, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid.

3

90:3
Gen. 3:19
U doet de sterveling terugkeren tot stof

en zegt: ‘Keer terug, mensenkind.’

4

90:4
2 Petr. 3:8
Duizend jaar zijn in uw ogen

als de dag van gisteren die voorbij is,

niet meer dan een wake in de nacht.

5

90:5-6
Job 14:1-2
Ps. 37:2
103:15-16
Jes. 40:6-7
U vaagt ons weg als slaap

in de morgen, als opschietend gras

6dat ontkiemt in de morgen en opschiet,

en ’s avonds verwelkt en verdort.

7Wij komen om door uw toorn,

door uw woede bezwijken wij.

8U hebt onze zonden vóór u geleid,

onze geheimen onthuld in het licht van uw gelaat.

9Al onze dagen gaan heen door uw woede,

wij beëindigen onze jaren in een zucht.

10

90:10
Pred. 12:1-7
Zeventig jaar duren onze dagen,

of tachtig als wij sterk zijn.

Het beste daarvan is moeite en leed,

het gaat snel voorbij en wij vliegen heen.

11Wie kent de kracht van uw toorn,

wie vreest oprecht uw woede?

12Leer ons zo onze dagen te tellen

dat wijsheid ons hart vervult.

13Keer u tot ons, HEER – hoe lang nog?

Ontferm u over uw dienaren.

14Vervul ons in de morgen met uw liefde,

laat ons van blijdschap juichen, al onze dagen.

15Geef ons vreugde, vergoed de dagen dat u ons kwelde,

de jaren dat wij ellende doorstonden.

16Toon uw daden aan uw dienaren,

maak uw glorie bekend aan hun kinderen.

17Laat ons uw genade zien, Heer, onze God.

Bevestig het werk van onze handen,

het werk van onze handen, bevestig dat.

91

911

91:1-16
Job 5:19-22
Wie in de beschutting van de Allerhoogste woont

en overnacht in de schaduw van de Ontzagwekkende,

2

91:2
Ps. 18:3
zegt91:2 zegt – Volgens de Septuaginta. MT: ‘ik zeg’. tegen de HEER: ‘Mijn toevlucht, mijn vesting,

mijn God, op u vertrouw ik.’

3Hij bevrijdt je uit het net van de vogelvanger

en redt je van de dodelijke pest,

4

91:4
Deut. 32:11
Ruth 2:12
hij zal je beschermen met zijn vleugels,

onder zijn wieken vind je een toevlucht,

zijn trouw is een veilig schild.

5De verschrikking van de nacht hoef je niet te vrezen,

ook de pijl niet die overdag op je afvliegt,

6noch de pest die rondwaart in het donker,

noch de plaag die toeslaat midden op de dag.

7Al vallen er duizend aan je linkerzijde

en tienduizend aan je rechterhand,

jou zal niets overkomen.

8Open je ogen en zie

hoe wie kwaad doen worden gestraft.

9U bent mijn toevlucht, HEER.

Als je mag wonen bij de Allerhoogste,

10

91:10
Deut. 7:15
Spr. 12:21
zal het kwaad je niet bereiken,

geen plaag je tent ooit treffen.

11

91:11-12
Luc. 4:10-11
Hij vertrouwt je toe aan zijn engelen,

die over je waken waar je ook gaat.

12

91:12
Mat. 4:6
Hun handen zullen je dragen,

je voet zul je niet stoten aan een steen.

13

91:13
Luc. 10:19
Leeuw en adder zul je vertrappen,

roofdier en slang vermorzelen.

14

91:14
Ps. 9:11
‘Ik zal bevrijden wie mij liefheeft

en beschermen wie met mijn naam vertrouwd is.

15

91:15
Jer. 33:3
Roep je mij aan, ik geef antwoord,

in de nood zal ik bij je zijn,

je bevrijden en met roem overladen,

16

91:16
Job 5:26
Spr. 10:27
je overvloed geven van dagen.

Ik zal je redding zijn.’