Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
83

831Een lied, een psalm van Asaf.

2

83:2
Ps. 44:24
50:3
109:1
God, houd u niet stil,

zwijg niet, God, zie niet onbewogen toe,

3uw vijanden roeren zich,

trots heffen uw haters het hoofd.

4Tegen uw volk smeden zij een complot,

ze spannen tegen uw lieveling samen,

5

83:5
Jer. 11:19
en zeggen: ‘Kom, wij verdelgen dit volk,

Israëls naam zal nooit meer worden genoemd.’

6Zij hebben samen plannen gesmeed

en zich tegen u verenigd:

7

83:7
1 Kron. 5:10,19
de tenten van Edom en de Ismaëlieten,

Moab en de zonen van Hagar,

8

83:8
Joz. 13:2-4
Gebal en Ammon en Amalek,

Filistea en de bewoners van Tyrus.

9Zelfs Assyrië heeft zich aangesloten

en de hand gereikt aan de zonen van Lot. sela

10

83:10
Recht. 4:6-22
7:1-23
Jes. 9:3
10:26
Doe met hen als met Midjan,

als met Sisera en Jabin in het Kisondal,

11

83:11
Jer. 8:2
die bij Endor werden vernietigd

en als mest op het land bleven liggen.

12

83:12
Recht. 7:25
8:10-21
Behandel hun vorsten als Oreb en Zeëb,

hun leiders als Zebach en Salmunna,

13die zeiden: ‘Wij bezetten het land

waar God zijn woning heeft.’

14

83:14
Job 27:21
Ps. 58:10
Jes. 17:13
29:5
Mijn God, maak hen tot distelpluis,

tot kaf dat verwaait in de wind.

15

83:15
Jes. 5:24
10:17
Ezech. 21:3
Zo snel als vuur het bos verbrandt,

als vlammen de bergen verschroeien,

16laat zo uw storm hen voortjagen,

uw wervelwind hen verwarren.

17Overdek hen met schande,

dan zullen zij vragen naar uw naam, HEER.

18Laat hen beschaamd staan, in verwarring raken

en eerloos verloren gaan, voorgoed.

19

83:19
Ps. 46:11
97:9
Jes. 42:8
Dan zullen zij weten dat uw naam HEER is,

dat u alleen de Allerhoogste bent op aarde.

84

841Voor de koorleider. Op de wijs van De Gatitische. Van de Korachieten, een psalm.

2Hoe lieflijk is uw woning,

HEER van de hemelse machten.

3

84:3
Ps. 42:2-3
Van verlangen smacht mijn ziel

naar de voorhoven van de HEER.

Mijn hart en mijn lijf roepen

om de levende God.

4

84:4
Ps. 5:3
Zelfs de mus vindt een huis

en de zwaluw een nest

waarin ze haar jongen neerlegt,

bij uw altaren, HEER van de hemelse machten,

mijn koning en mijn God.

5Gelukkig wie wonen in uw huis,

gedurig mogen zij u loven. sela

6Gelukkig wie bij u hun toevlucht zoeken,

met in hun hart de wegen naar u.

7

84:7
Ezech. 34:26
Joël 2:23
Trekken zij door een dal van dorheid,

het verandert voor hen in een oase;

rijke zegen daalt als regen neer.

8Steeds krachtiger gaan zij voort

om in Sion voor God te verschijnen.

9HEER, God van de hemelse machten, hoor mijn gebed,

luister naar mij, God van Jakob. sela

10God, ons schild, zie naar ons om,

sla goedgunstig het oog op uw gezalfde.

11Beter één dag in uw voorhoven

dan duizend dagen daarbuiten,

beter op de drempel van Gods huis

dan wonen in de tenten der goddelozen.

12Want God, de HEER, is een zon en een schild.

Genade en glorie schenkt de HEER,

zijn weldaden weigert hij niet

aan wie onbevangen op weg gaan.

13HEER van de hemelse machten,

gelukkig de mens die op u vertrouwt.

85

851Voor de koorleider. Van de Korachieten, een psalm.

2

85:2
Ps. 80:4
126:1
U bent uw land genadig geweest, HEER,

u keerde het lot van Jakob ten goede,

3nam de schuld van uw volk weg

en bedekte al zijn zonden. sela

4

85:4
Ps. 78:38
U bedwong uw woede

en wendde u af van uw brandende toorn.

5God, onze helper, keer tot ons terug,

onderdruk uw afschuw van ons.

6

85:6
Ps. 79:5
Wilt u voor eeuwig uw toorn laten duren,

verbolgen zijn van geslacht op geslacht?

7Breng ons weer tot leven,

dan zullen wij ons in u verheugen.

8Toon ons uw trouw, HEER,

en geef ons uw hulp.

9Ik wil horen wat God ons zegt.

De HEER spreekt woorden van vrede

tegen zijn volk, zijn getrouwen.

Laten zij niet weer vervallen in dwaasheid!

10Voor wie hem eren is zijn hulp nabij:

zijn glorie komt wonen in ons land,

11

85:11
Ps. 89:15
trouw en waarheid omhelzen elkaar,

recht en vrede begroeten elkaar met een kus,

12

85:12
Jes. 45:8
uit de aarde bloeit de waarheid op,

het recht ziet uit de hemel toe.

13De HEER geeft al het goede:

ons land zal vruchten geven.

14Het recht gaat voor God uit

en baant voor hem de weg.