Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)

81Voor de koorleider. Op de wijs van De Gatitische. Een psalm van David.

2HEER, onze Heer,

hoe machtig is uw naam

op heel de aarde.

U die aan de hemel uw luister toont –

3

8:3
Mat. 21:16
met de stemmen van kinderen en zuigelingen

bouwt u een macht op tegen uw vijanden

om hun wraak en verzet te breken.

4Zie ik de hemel, het werk van uw vingers,

de maan en de sterren door u daar bevestigd,

5

8:5-7
Hebr. 2:6-8
8:5
Job 7:17
Ps. 144:3
wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt,

het mensenkind dat u naar hem omziet?

6

8:6
Gen. 1:26
Wijsh. 2:23
Sir. 17:1-4
U hebt hem bijna een god gemaakt,

hem gekroond met glans en glorie,

7

8:7
1 Kor. 15:27
Ef. 1:22
hem toevertrouwd het werk van uw handen

en alles aan zijn voeten gelegd:

8schapen, geiten, al het vee,

en ook de dieren van het veld,

9de vogels aan de hemel, de vissen in de zee

en alles wat trekt over de wegen der zeeën.

10HEER, onze Heer,

hoe machtig is uw naam

op heel de aarde.