Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
66

661Voor de koorleider. Een lied, een psalm.

Heel de aarde, juich voor God,

2bezing de eer van zijn naam,

breng hem eer en lof.

3

66:3
Ps. 18:45
Zeg tot God: ‘Hoe ontzagwekkend zijn uw daden,

uw vijanden kruipen voor u, zo groot is uw macht.

4Laat heel de aarde voor u buigen

en zingen, uw naam bezingen.’ sela

5Kom en zie de werken van God,

zijn daden vervullen de mens met ontzag:

6

66:6
Ex. 14:21-22
Joz. 3:14-17
Ps. 114:3
Jes. 44:27
50:2
hij heeft de zee veranderd in droog land,

zijn volk trok te voet door de rivier.

Laten wij ons dan in hem verheugen:

7machtig heerst hij voor eeuwig,

zijn ogen waken over de volken.

Laat niemand zich tegen hem verzetten. sela

8Prijs, o volken, onze God,

laat luid uw lof weerklinken,

9hij heeft ons het leven gegeven

en onze voeten voor struikelen behoed.

10

66:10
Jes. 48:10
U hebt ons beproefd, o God,

ons gezuiverd, gezuiverd als zilver,

11ons in een vangnet gedreven,

ons een zware last op de schouders gelegd.

12

66:12
Jes. 43:2
Mensen zijn over ons heen gereden,

wij zijn door vuur en door water gegaan,

maar u bracht ons naar een land van overvloed.

13Ik zal met offers uw huis binnengaan

en doen wat ik u beloofd heb,

14wat mijn lippen hebben toegezegd,

mijn mond in nood heeft gesproken:

15‘Vetgemeste schapen zal ik u aanbieden,

een geurig offer van rammen,

ik zal stieren en bokken slachten.’ sela

16Kom en hoor wat ik wil vertellen,

ieder die ontzag heeft voor God,

hoor wat hij voor mij heeft gedaan.

17Toen mijn mond hem aanriep,

lag een lofzang op mijn tong.

18Had ik kwaad in mijn hart gevonden,

de Heer had mij niet gehoord.

19Maar God heeft mij gehoord,

hij heeft geluisterd naar mijn gebed.

20Geprezen zij God,

hij heeft mijn gebed niet afgewezen,

mij zijn trouw niet geweigerd.

67

671Voor de koorleider. Bij snarenspel. Een psalm, een lied.

2

67:2
Num. 6:24-26
Ps. 31:17
God, wees ons genadig en zegen ons,

laat het licht van uw gelaat over ons schijnen, sela

3dan zal men op aarde uw weg leren kennen,

in heel de wereld uw reddende kracht.

4Dat de volken u loven, God,

dat alle volken u loven.

5

67:5
Ps. 82:8
98:9
Laten de naties juichen van vreugde,

want u bestuurt de volken rechtvaardig

en regeert over de landen op aarde. sela

6Dat de volken u loven, God,

dat alle volken u loven.

7

67:7
Ps. 85:13
De aarde heeft een rijke oogst gegeven,

God, onze God, zegent ons.

8Moge God ons blijven zegenen,

zodat men ontzag voor hem heeft

tot aan de einden der aarde.

68

681Voor de koorleider. Van David, een psalm, een lied.

2

68:2
Num. 10:35
Jes. 33:3
God staat op,

zijn vijanden stuiven uiteen,

zijn haters vluchten als hij verschijnt.

3U verdrijft ze zoals wind de rook verdrijft.

Zoals was smelt bij het vuur,

zo vergaan de zondaars als God verschijnt.

4Maar de rechtvaardigen verblijden zich,

zij juichen als God verschijnt,

uitgelaten van vreugde.

5

68:5
Deut. 33:26
Jes. 19:1
Zing voor God, bezing zijn naam,

maak ruim baan voor hem die door de vlakten68:5 door de vlakten – Ook mogelijk is de vertaling: ‘op de wolken’. rijdt,

HEER is zijn naam, jubel als hij verschijnt:

6

68:6
Ex. 22:21-22
Ps. 146:9
vader van wezen, beschermer van weduwen,

God in zijn heilig verblijf.

7God geeft eenzamen een thuis

en gevangenen vrijheid en voorspoed.

Maar opstandigen zullen wonen op dorre grond.

8

68:8-9
Recht. 5:4-5
God, toen u optrok aan het hoofd van uw volk,

toen u voortschreed door de woestijn, sela

9

68:9
Ex. 19:18
beefde de aarde,

en water stortte uit de hemel

toen God verscheen, de heerser van de Sinai,

toen God verscheen, de God van Israël.

10U liet een milde regen neerdalen, God,

en schonk uw uitgeput land nieuwe kracht.

11Uw kleine kudde ging er wonen,

in uw goedheid, God, gaf u het aan de zwakken.

12De HEER sprak een bevel uit,

een menigte vrouwen zei het voort:

13‘Koningen vluchten, hun legers vluchten,

thuis verdelen de vrouwen de buit

14en jullie slapen bij de schaapskooi!’

De vleugels van de duif waren met zilver bedekt,

haar slagpennen met geelgroen goud:

15de Ontzagwekkende dreef koningen uiteen,

sneeuw viel neer op de Salmon.

16Machtige berg, berg van Basan,

veeltoppige berg, berg van Basan,

17waarom afgunstig, veeltoppig gebergte,

op de berg die God als zetel koos?

De HEER woont daar voor eeuwig.

18Met machtige wagens, tweemaal tienduizend,

met duizenden en duizenden,

trok de Heer van de Sinai naar het heiligdom.68:18 trok de Heer van de Sinai naar het heiligdom – Voorgestelde lezing. MT: ‘de Heer onder hen, de Sinai in het heiligdom’.

19

68:19
Ps. 47:6
Ef. 4:8
U voerde gevangenen mee,

eiste gaven van opstandige mensen,

en steeg op naar uw woning, HEER, onze God.

20

68:20
Deut. 32:11-12
Jes. 46:3-4
63:9
Geprezen zij de Heer, dag aan dag,

deze God draagt ons en redt ons, sela

21onze God is een reddende God.

Bij God, de HEER, is bevrijding uit de dood.

22God verplettert de hoofden van zijn vijanden,

de harige kruinen van wie met schuld zijn beladen.

23De Heer zegt: ‘Ik haal jullie vijanden uit Basan,

ik haal ze uit de diepten van de zee:

24

68:24
1 Kon. 21:19
22:38
jullie voeten zullen waden in hun bloed,

jullie honden likken het op met hun tong.’

25Een schouwspel is uw stoet, o God,

de stoet van mijn God, mijn koning, naar zijn heiligdom:

26voorop zangers, daarachter snarenspelers,

omstuwd door meisjes met tamboerijnen.

27

68:27
Jer. 2:13
17:13
Prijs God wanneer u samenkomt,

prijs de HEER, u die aan Israëls bron bent ontsprongen.

28Daar is Benjamin, de jongste, hij opent de rij,

daar zijn de vorsten van Juda, uitbundig bijeen,

de vorsten van Zebulon, de vorsten van Naftali.

29Ontplooi uw macht, o God,68:29 Ontplooi uw macht, o God – Volgens sommige oude vertalingen. MT: ‘Uw God heeft uw macht ontplooid’.

de macht die u, God, ons altijd toonde,

30vanuit uw tempel die boven Jeruzalem oprijst.

Laten koningen u schatting brengen.

31Vaar uit tegen het gedierte in het riet,

die troep stieren, die kalveren van volken.

Vertrap wie zilver begeren,68:31 Vertrap wie zilver begeren – Voorgestelde lezing. MT (betekenis van het Hebreeuws onzeker): ‘wie zich onderwerpen met stukken zilver’.

verstrooi68:31 verstrooi – Volgens sommige oude vertalingen. MT: ‘hij heeft verstrooid’. de volken die belust zijn op strijd.

32

68:32
Jes. 18:7
45:14
Laten de gezanten uit Egypte zich aandienen,

de Nubiërs met geschenken zich haasten naar God.

33Koninkrijken der aarde,

zing voor God,

zing een lied voor de Heer, sela

34voor hem die rijdt door de hoogste, eeuwige hemel.

Hoor, zijn stem is een machtige stem.

35Erken Gods macht:

zijn majesteit heerst over Israël,

zijn macht reikt tot boven de wolken.

36

68:36
Ps. 28:8
29:11
Ontzagwekkend bent u, God, in uw heiligdom.

De God van Israël, hij geeft macht

en nieuwe kracht aan zijn volk.

Geprezen zij God!

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]