Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
57

571

57:1
1 Sam. 24:4
Ps. 142:1
Voor de koorleider. Op de wijs van Verdelg niet. Van David, een stil gebed, toen hij voor Saul was gevlucht in een spelonk.

2Wees mij genadig, God, wees mij genadig,

want bij u is mijn leven geborgen.

In de schaduw van uw vleugels zal ik schuilen,

tot het doodsgevaar is geweken.

3Ik roep tot God, de Allerhoogste,

tot God, die mij beschermt.

4Uit de hemel zal hij hulp sturen,

wie mij bedreigt wordt smadelijk verjaagd. sela

Ja, God stuurt mij zijn liefde en trouw.

5

57:5
Ps. 17:12
52:4
55:22
59:8
64:4
Tussen leeuwen moet ik liggen,

tussen dieren die mensen verslinden,

hun tanden zijn speren en pijlen,

hun tong is een geslepen zwaard.

6

57:6
Num. 14:21
Ps. 72:19
Verhef u boven de hemelen, God,

laat uw glorie heel de aarde vervullen.

7

57:7
Ps. 7:16
Ze hadden een net op mijn weg gespannen,

mijn voeten raakten erin verstrikt,

ze hadden voor mij een kuil gegraven,

maar vielen er zelf in. sela

8

57:8-12
Ps. 108:2-6
Mijn hart is gerust, o God,

mijn hart is gerust,

ik wil voor u zingen en spelen.

9Ontwaak, mijn ziel, ontwaak

met harp en lier,

ik wil het morgenrood wekken.

10

57:10
Ps. 9:12
18:50
U, Heer, zal ik loven onder de volken,

over u zingen voor alle naties.

11

57:11
Ps. 36:6
Hemelhoog is uw liefde,

tot aan de wolken reikt uw trouw.

12Verhef u boven de hemelen, God,

laat uw glorie heel de aarde vervullen.

58

581

58:1-3
Ps. 82:1-2
Voor de koorleider. Op de wijs van Verdelg niet. Van David, een stil gebed.

2Machtigen,58:2 Machtigen – Voorgestelde lezing. MT: ‘stilte’, of: ‘stilzwijgen’. spreekt u werkelijk recht,

beoordeelt u de mensen eerlijk?

3In uw hart bedrijft u al onrecht, en overal op aarde

geeft u vrij spel aan het geweld van uw handen.

4Van de moederschoot af zijn ze van God vervreemd,

van hun geboorte af dwalen die leugenaars.

5

58:5
Deut. 32:33
Ps. 140:4
Giftig zijn ze als een bijtende adder,

doof als een slang die zijn oren sluit,

6die niet luistert naar de stem van zijn bezweerders,

hoe bedreven zij hun spreuken ook zeggen.

7

58:7
Ps. 3:8
35:17
57:5
God, sla hun de tanden uit de mond,

verbrijzel de kaken van die leeuwen, HEER

8

58:8
Job 11:16
dat ze verdwijnen als water dat wegvloeit,

als pijlen die op de boog al breken,

9

58:9
Job 3:16
als een slak die kruipend oplost in slijm,

als een misgeboorte die nooit de zon ziet,

10

58:10
Job 21:18
27:21
Hos. 13:3
Nah. 1:10
als een doorntak die in storm verwaait,

nog voor hij de pot kan verhitten.

11Verheugd is de rechtvaardige als hij vergelding ziet,

in het bloed van de wettelozen wast hij zijn voeten.

12Dan zegt men: ‘De rechtvaardige wordt beloond,

er is een God die recht doet op aarde.’

59

591

59:1
1 Sam. 19:11
Voor de koorleider. Op de wijs van Verdelg niet. Van David, een stil gebed, toen Saul opdracht had gegeven David thuis vast te houden en hem te doden.

2Bevrijd mij van mijn vijanden, mijn God,

bescherm mij tegen mijn belagers.

3Bevrijd mij van wie onrecht doen,

red mij van hen die bloed vergieten.

4Zij hebben het op mijn leven voorzien

en vallen mij aan met geweld.

Niet om mijn misdaad, niet om mijn zonde, HEER,

5ik ben onschuldig, maar zij dringen op en sluiten de rijen.

Verhef u om mij te helpen, zie naar mij om,

6HEER, God van de hemelse machten,

God van Israël, ontwaak en straf alle volken,

heb geen genade met verraad en onrecht. sela

7Avond aan avond keren zij terug

en zwerven rond in de stad,

grommend als honden.

8

59:8
Ps. 52:4
55:22
57:5
64:4
Hun mond loopt over van venijn,

de woorden op hun lippen zijn zwaarden,

zij denken: Wie hoort het?

9

59:9
Ps. 2:4
37:13
U, HEER, zult om hen lachen,

u drijft de spot met alle volken.

10Mijn sterkte, aan u houd ik mij vast,

ja, God is mijn burcht.

11God, die trouw is, zal mij te hulp komen,

God zal mij doen neerzien op wie mij aanvallen.

12Dood hen nog niet – mijn volk mag niet vergeten –,

laat hen ronddolen en sla hen dan neer,

met uw kracht, Heer, ons schild.

13

59:13
Spr. 12:13
18:7
Zonde is de taal uit hun mond,

het woord van hun lippen.

Laat hen stikken in hun trots,

in hun vloeken en leugens.

14

59:14
Ps. 46:10-11
83:19
Sla toe in uw toorn,

sla vernietigend toe.

Tot aan de einden der aarde

zullen zij weten dat God

over Jakob heerst. sela

15Ze keren terug, avond aan avond,

grommend als honden

zwerven ze rond door de stad,

16dolend op zoek naar voedsel,

jankend als ze niet worden verzadigd.

17Maar ik, ik zal uw sterkte roemen,

in de morgen uw trouw bezingen:

u bent voor mij altijd een burcht geweest,

een toevlucht in tijden van nood.

18Mijn sterkte, voor u wil ik zingen,

mijn burcht is God,

de God die mij trouw blijft.