Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
43

431Verschaf mij recht, o God,

vecht voor mijn zaak.

Bescherm mij tegen

een liefdeloos volk, vol list en bedrog.

2U bent toch mijn God, mijn toevlucht,

waarom wijst u mij af,

waarom ga ik gehuld in het zwart,

door de vijand geplaagd?

3Zend uw licht en uw waarheid,

laten zij mij geleiden

en brengen naar uw heilige berg,

naar de plaats waar u woont.

4

43:4
Ps. 63:6
81:3
108:3-4
Dan zal ik naderen tot het altaar van God,

tot God, mijn hoogste vreugde.

Dan zal ik u loven bij de lier,

God, mijn God.

5Wat ben je bedroefd, mijn ziel,

en onrustig in mij.

Vestig je hoop op God,

eens zal ik hem weer loven,

mijn God die mij ziet en redt.

44

441Voor de koorleider. Van de Korachieten, een kunstig lied.

2

44:2
Ps. 78:3
God, met eigen oren hebben wij het gehoord,

onze voorouders vertelden het ons door:

de daden die u verrichtte in hun dagen,

in de dagen van weleer.

3

44:3
Ps. 78:55
Om hén te planten hebt u volken verdreven,

naties verslagen om ruimte te geven aan hén.

4

44:4
Deut. 8:17-18
Joz. 24:12
Zij verkregen het land niet met het zwaard,

niet hun eigen kracht heeft hen gered,

maar uw rechterhand, uw arm,

het licht van uw gelaat. U had hen lief.

5U, God, bent mijn koning,

u beveelt44:5 u beveelt – Volgens de Septuaginta. MT: ‘beveel’. de redding van Jakob.

6

44:6
Ps. 60:14
Met u stoten wij onze belagers neer,

met uw naam vertrappen wij onze tegenstanders.

7Het is niet mijn boog waarop ik vertrouw,

niet mijn zwaard dat mij redt,

8u hebt ons gered van onze belagers,

u liet onze haters beschaamd staan.

9God, wij loven u dag na dag,

uw naam zullen wij altijd prijzen. sela

10

44:10
Ps. 60:12
Toch hebt u ons nu verstoten en vernederd:

u trok niet ten strijde met onze legers,

11u deed ons wijken voor onze belagers,

onze haters roofden ons leeg.

12

44:12-13
Lev. 26:33
Deut. 28:64
U hebt ons als slachtvee uitgeleverd,

ons onder vreemde volken verstrooid,

13u hebt uw volk van de hand gedaan,

veel bracht de verkoop u niet op.

14

44:14
Ps. 79:4
U hebt ons het mikpunt van spot gemaakt,

onze naburen smaden en honen ons,

15u hebt ons bij de volken belachelijk gemaakt,

ze schudden meewarig het hoofd.

16Heel de dag moet ik mijn schande dragen,

het schaamrood bedekt mijn gezicht

17als ik de vijand hoor spotten en sarren,

hem vol wraakzucht zie staan.

18Dit is ons overkomen, maar wij zijn u niet vergeten,

uw verbond verloochenden wij niet,

19ons hart keerde zich niet van u af,

onze voeten weken niet van uw pad.

20

44:20
Jes. 34:13
Jer. 9:10
Toch hebt u ons naar de jakhalzen verbannen

en ons met diepe duisternis bedekt.

21Hadden wij de naam van onze God vergeten,

onze handen uitgestrekt naar een vreemde god,

22zou God dit niet hebben ontdekt?

Hij kent de geheimen van ons hart.

23

44:23
Rom. 8:36
Toch worden wij dag na dag om u gedood

en afgevoerd als schapen voor de slacht.

24

44:24
Ps. 74:1
79:5
89:47
Word wakker, Heer, waarom slaapt u?

Ontwaak! Verstoot ons niet voor eeuwig.

25Waarom verbergt u uw gelaat,

waarom vergeet u onze ellende, onze nood?

26

44:26
Ps. 119:25
Onze ziel ligt neergebogen in het stof,

ons lichaam vastgekleefd aan de aarde.

27Sta op, kom ons te hulp,

verlos ons, omwille van uw trouw.

45

451Voor de koorleider. Op de wijs van De lelies. Van de Korachieten, een kunstig lied. Een liefdeslied.

2In mijn hart wellen de juiste woorden op,

mijn gedicht spreek ik uit voor de koning,

mijn tong is de stift van een vaardige schrijver.

3U bent de mooiste van alle mensen

en lieflijkheid vloeit van uw lippen –

God heeft u voor altijd gezegend.

4

45:4
Ps. 21:6
Gord uw zwaard aan de heup, o held,

het teken van uw majesteit en glorie.

5Treed op in uw glorie en begin de strijd

voor waarheid, deemoed en recht.

Laat uw hand geduchte daden verrichten.

6Uw pijlen zijn gescherpt en treffen

de vijanden van de koning in het hart.

Volken vallen dood voor u neer.

7Uw troon is voor eeuwig en altijd, o god,

de scepter van het recht is uw koningsscepter,

8

45:8
Hebr. 1:8-9
u hebt gerechtigheid lief en haat het kwaad.

Daarom heeft God, uw God, u gezalfd

met vreugdeolie, als geen van uw gelijken.

9Uw gewaden geuren naar mirre, aloë en kaneel,

muziek die u verblijdt, klinkt uit ivoren paleizen,

10juwelen sieren de dochters van koningen,

rechts van u staat de koningin, getooid met goud uit Ofir.

11Luister, dochter, zie en hoor,

vergeet uw volk en het huis van uw vader.

12Begeert de koning uw schoonheid,

buig voor hem, hij is uw heer.

13Dochter van Tyrus, met geschenken

zoeken de rijksten van het volk uw gunst.

14Stralend wacht de koningsdochter binnen,

van goudbrokaat is haar mantel.

15Een kleurige stoet brengt haar naar de koning,

in haar gevolg de meisjes, haar vriendinnen.

Zij worden naar hem toe gebracht;

16begeleid door gejuich en vreugdezang

gaan zij het paleis van de koning binnen.

17Uw zonen volgen uw voorouders op,

u laat hen heersen over heel het land.

18

45:18
Jes. 61:9
62:2,7
Ik zal uw naam bezingen, geslacht na geslacht,

alle volken zullen u prijzen, eeuwig en altijd.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]