Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
3

31

3:1
2 Sam. 15:13-17:14
Een psalm van David, op de vlucht voor zijn zoon Absalom.

2HEER, hoe talrijk zijn mijn belagers,

velen vallen mij aan,

3velen zeggen van mij:

‘God zal hem niet redden.’ sela3:3 sela – De betekenis van deze Hebreeuwse term, die vele malen in het boek Psalmen voorkomt, is onzeker. Vermoedelijk gaat het om een liturgische of muzikale aanwijzing die te maken had met het zingen van de psalmen.

4

3:4
Deut. 33:29
Ps. 7:11
18:3
U, HEER, bent een schild om mij heen,

u bent mijn eer, u houdt mij staande.

5Roep ik tot de HEER om hulp,

hij antwoordt mij vanaf zijn heilige berg. sela

6

3:6
Ps. 4:9
Spr. 3:24
Ik ga liggen, val in slaap

en word wakker – de HEER beschermt mij.

7Ik vrees de tienduizenden niet

die mij aan alle kanten omringen.

8

3:8
Ps. 58:7
Sta op, HEER, en red mij, God,

sla mijn vijanden in het gezicht,

breek de tanden van de wettelozen.

9

3:9
Jona 2:10
Bij u, HEER, is redding,

uw zegen rust op uw volk. sela

4

41Voor de koorleider. Bij snarenspel. Een psalm van David.

2Antwoord mij als ik roep,

God die mij recht doet.

Geef mij ruimte als ik belaagd word,

wees genadig, hoor mijn gebed.

3Machtigen, hoe lang nog maakt u mij te schande,

is de schijn u lief, de leugen uw leidraad? sela

4De HEER schenkt zijn gunst aan wie hem trouw is,

de HEER luistert als ik tot hem roep.

5Beef voor hem en zondig niet,

bezin u in de nacht en zwijg. sela

6

4:6
Ps. 51:21
Breng de juiste offers,

heb vertrouwen in de HEER.

7

4:7
Num. 6:25
Velen zeggen: ‘Wie maakt ons gelukkig?’ –

HEER, laat het licht van uw gelaat over ons schijnen.

8In u vindt mijn hart meer vreugde

dan zij in hun koren en wijn.

9

4:9
Ps. 3:6
In vrede leg ik mij neer

en meteen slaap ik in,

want u, HEER, laat mij wonen

in een vertrouwd en veilig huis.

5

51Voor de koorleider. Bij het spel op de schalmei. Een psalm van David.

2

5:2
Ps. 86:6
Hoor mijn woorden, HEER,

sla acht op mijn klagen.

3

5:3
Ps. 84:4
Luister naar mijn hulpgeroep,

mijn koning en mijn God,

tot u richt ik mijn bede.

4In de morgen, HEER, hoort u mijn stem,

in de morgen wend ik mij tot u en wacht.

5U bent een God die zich niet verheugt in het kwaad,

bij u is de misdaad niet welkom.

6Gewetenlozen houden geen stand

onder de blik van uw ogen.

U haat allen die onrecht doen,

7leugenaars richt u te gronde.

U verafschuwt, HEER,

wie bedriegt en bloed vergiet.

8

5:8
Ps. 138:2
Maar ik mag door uw grote liefde uw huis binnengaan,

van ontzag vervuld mij buigen naar uw heilige tempel.

9

5:9
Jes. 26:7
Leid mij langs mijn belagers, HEER, door uw gerechtigheid,

maak effen de weg die u mij wijst.

10

5:10
Rom. 3:13
Onwaarheid komt uit hun mond,

onheil huist in hun hart,

een open graf is hun keel,

gespleten is hun tong.

11Laat hen boeten, God,

laat hen in hun eigen valkuil lopen.

Verstoot hen om hun grote wandaden,

want ze zijn opstandig tegen u.

12Er is vreugde bij allen die schuilen bij u,

eeuwige jubel omdat u hen beschermt,

wie uw naam beminnen juichen u toe!

13U zegent de rechtvaardigen, HEER,

als een schild beschut hen uw genade.