Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
34

341

34:1
1 Sam. 21:14-16
Van David, toen hij zich aan het hof van Abimelech als een krankzinnige voordeed en pas wegging toen deze hem verjoeg.34:1-23 Psalm 34 is een acrostichon: de verzen beginnen steeds met een volgende letter van het Hebreeuwse alfabet. Er zijn kleine onregelmatigheden. De letter waw ontbreekt, en het afsluitende vers 23 valt buiten de alfabetische reeks.

2De HEER wil ik prijzen, elk uur van de dag,

mijn mond is altijd vol van zijn lof.

3Laat mijn leven een loflied zijn voor de HEER,

de nederigen zullen het met vreugde horen.

4Roem met mij de grootheid van de HEER,

sluit u aan om zijn naam te verheffen.

5Ik zocht de HEER en hij gaf antwoord,

hij heeft mij van alle angst bevrijd.

6Wie naar hem opzien, stralen van vreugde,

schaamte zal hun gezicht niet kleuren.

7In mijn verdrukking riep ik tot de HEER,

hij heeft geluisterd en mij uit de nood gered.

8De engel van de HEER waakt

over wie hem vrezen, en bevrijdt hen.

9

34:9
1 Petr. 2:3
Proef, en geniet de goedheid van de HEER,

gelukkig de mens die bij hem schuilt.

10Vromen, heb ontzag voor de HEER:

wie hem vreest lijdt geen gebrek.

11Jonge leeuwen lopen hongerig rond,

wie de HEER zoekt, ontbreekt het aan niets.

12Kom, kinderen, luister naar mij,

ik leer je ontzag voor de HEER.

13

34:13-17
1 Petr. 3:10-12
Hebben jullie het leven lief,

wil je goede jaren genieten?

14Behoed dan je tong voor het kwaad,

je lippen voor woorden van bedrog.

15

34:15
Ps. 37:27
Mijd het kwade, doe wat goed is,

streef naar vrede, jaag die na.

16Het oog van de HEER rust op de rechtvaardigen,

zijn oor luistert naar hun hulpgeroep.

17Toornig ziet de HEER wie kwaad doen aan,

hij wist hun namen op aarde uit.

18De HEER hoort de kreten van de rechtvaardigen,

hij bevrijdt hen uit de nood,

19

34:19
Ps. 51:19
gebroken mensen is de HEER nabij,

hij redt wie zwaar wordt getroffen.

20Al blijft de rechtvaardige niets bespaard,

de HEER zal hem steeds weer bevrijden.

21

34:21
Joh. 19:36
Hij waakt zelfs over zijn beenderen,

niet één ervan wordt verbrijzeld.

22Een slecht mens komt om door eigen kwaad,

wie een rechtvaardige haat zal boeten,

23de HEER redt het leven van zijn dienaren,

nooit zal boeten wie schuilt bij hem.

35

351Van David.

Bestrijd, HEER, wie mij bestrijden,

vecht tegen wie mij bevechten,

2wapen u, grijp het schild,

sta op om mij te helpen!

3Zwaai met uw speer en strijdbijl

en werp ze naar mijn achtervolgers.

Zeg tegen mij:

‘Ik ben het die je redt.’

4

35:4
Ps. 40:15
71:13
Dat beschaamd en vernederd worden

wie mij naar het leven staan,

dat eerloos terugdeinzen

wie mij kwaad willen doen.

5

35:5
Ps. 1:4
83:14
Laten zij verwaaien als kaf in de wind

wanneer de engel van de HEER hen opjaagt,

6

35:6
Jer. 23:12
laat hun weg donker en glad zijn

wanneer de engel van de HEER hen vervolgt.

7Zonder reden hebben ze een net gespannen,

zonder reden een kuil voor mij gegraven.

8

35:8
Ps. 7:16
Jes. 47:11
Laat hen ten onder gaan voor zij het weten,

verstrikt raken in hun eigen netten

en zelf de ondergang tegemoet gaan.

9Dan zal ik juichen om de HEER,

mij verheugen over de redding die hij brengt.

10

35:10
Ps. 86:8
Uit de grond van mijn hart zal ik zeggen:

HEER, wie is aan u gelijk?

U bevrijdt de zwakken van hun onderdrukkers,

de zwakken en de armen van hun uitbuiters.’

11

35:11
Ps. 27:12
Valse getuigen staan tegen mij op

en vragen mij naar wat ik niet weet.

12

35:12
Ps. 38:21
109:5
Ze vergelden goed met kwaad,

ik voel mij van ieder verlaten.

13Waren zij ziek, ik trok een boetekleed aan,

en bleef mijn gebed onverhoord,

ik pijnigde mij door te vasten.

14Ik liep rond als waren zij vrienden, broers,

ik ging in het zwart gehuld en liep gebogen

als iemand die rouwt om zijn moeder.

15Maar toen ik dreigde te vallen, verheugden zij zich,

ze liepen te hoop en sloegen me onverwachts neer,

ze hadden me willen verscheuren,

16die bende godvergeten spotters

met een grijns op hun gezicht.

17

35:17-18
Ps. 22:22-23
35:17
Ps. 17:12
Heer, hoe lang nog blijft u toezien?

Behoed mij voor hun moordlust,

red mijn kostbaar leven van die leeuwen.

18Dan zal ik u prijzen in de gemeenschap,

u loven waar heel uw volk bijeen is.

19

35:19
Ps. 38:17
Gun mijn vijanden, die valsaards, geen leedvermaak,

mijn redeloze haters geen blik van triomf,

20

35:20
Klaagl. 2:16
want het woord vrede kennen zij niet,

en tegen de weerlozen in het land

smeden zij bedrieglijke plannen.

21Ze roepen spottend,

hun mond wijd open:

‘Zie hém daar!’

22

35:22
Ps. 38:22
U hebt het gezien, HEER, zwijg dan niet,

mijn Heer, houd u niet ver van mij.

23Verhef u, ontwaak, mijn God en mijn Heer,

verdedig mij, vecht voor mijn zaak.

24Doe mij recht, HEER, mijn God,

u bent rechtvaardig,

sta niet toe dat ze zich om mij vermaken,

25laat hen niet kunnen denken:

‘Dit is wat we wilden.’

Laat hen niet kunnen zeggen:

‘We hebben hem verslonden.’

26Dat beschaamd staan en vernederd

wie zich verheugen op mijn ondergang.

Dat met schaamte en schande bedekt worden

wie zich boven mij verheffen.

27

35:27
Ps. 40:17
Dat van vreugde juichen

wie willen dat mij recht wordt gedaan.

Laat hen gedurig mogen zeggen:

‘Groot is de HEER,

vrede wil hij voor zijn dienaar.’

28Van uw gerechtigheid zal mijn tong spreken,

van uw roem wil ik zingen, dag aan dag.

36

361Voor de koorleider. Van David, de dienaar van de HEER.

2

36:2
Rom. 3:18
De zonde spreekt tot de goddeloze, diep in zijn hart36:2 zijn hart – Volgens sommige Hebreeuwse handschriften en oude vertalingen. MT: ‘mijn hart’.

angst voor God kent hij niet.

3De zonde sust zijn geweten in slaap –

geen besef van schuld, geen afkeer van het kwaad.

4Hij spreekt woorden van onheil en bedrog

en blijft ver van wat wijs en goed is,

5

36:5
Micha 2:1
op zijn bed bedenkt hij verderfelijke plannen,

hij betreedt een verkeerde weg

en het kwade verwerpt hij niet.

6

36:6-7
Ps. 71:19
36:6
Ps. 57:11
HEER, hoog als de hemel is uw liefde,

tot in de wolken reikt uw trouw,

7uw gerechtigheid is als de machtige bergen,

uw rechtvaardigheid als de wijde oceaan:

u, HEER, bent de redder van mens en dier.

8Hoe kostbaar is uw liefde, God!

In de schaduw van uw vleugels schuilen de mensen,

9

36:9
Ps. 63:6
zij laven zich aan de overvloed van uw huis,

u lest hun dorst met een stroom van vreugden,

10

36:10
Ps. 16:11
want bij u is de bron van het leven,

door úw licht zien wij licht.

11Toon aan uw getrouwen gedurig uw liefde,

aan de oprechten van hart uw gerechtigheid.

12Laat de voet van hoogmoedigen mij niet vertrappen,

de hand van goddelozen mij niet verjagen.

13Daar liggen zij die verderf zaaiden – gevallen,

neergestoten, zonder kracht om op te staan.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]