Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
32

321

32:1-11
Spr. 28:13
Jes. 1:18-20
Hos. 14:3
1 Joh. 1:9
32:1
Rom. 4:7-8
Van David, een kunstig lied.

Gelukkig de mens van wie de ontrouw wordt vergeven,

van wie de zonden worden bedekt.

2Gelukkig als de HEER zijn schuld niet telt,

als in zijn geest geen spoor van bedrog is.

3

32:3
Job 31:33
Ps. 31:11
Zolang ik zweeg, teerden mijn botten weg,

kreunend leed ik, de hele dag.

4Zwaar drukte uw hand op mij, dag en nacht,

mijn kracht smolt weg als in de zomerhitte. sela

5

32:5
2 Sam. 12:13
Toen beleed ik u mijn zonde,

ik dekte mijn schuld niet toe,

ik zei: ‘Ik beken de HEER mijn ontrouw’ –

en u vergaf mij mijn zonde, mijn schuld. sela

6Laten uw getrouwen dus tot u bidden

als zij in zichzelf een zonde vinden.32:6 als zij in zichzelf een zonde vinden – Betekenis van het Hebreeuws onzeker. Ook mogelijk is de vertaling: ‘zolang u zich laat vinden.’

Stormt dan een vloed van water aan,

die zal hen niet bereiken.

7Bij u ben ik veilig, u behoedt mij in de nood

en omringt mij met gejuich van bevrijding. sela

8

32:8
Ps. 33:18
‘Ik geef inzicht en wijs de weg die je moet gaan.

Ik geef raad, op jou rust mijn oog.

9Wees niet redeloos als paarden of ezels

die met bit en toom worden bedwongen,

dan zal geen kwaad je treffen.’

10Een slecht mens heeft veel leed te verduren,

maar wie op de HEER vertrouwt wordt met liefde omringd.

11

32:11
Ps. 33:1
Verheug u in de HEER, rechtvaardigen, en juich,

zing het uit, allen die oprecht zijn van hart.

33

331

33:1
Ps. 32:11
Juich, rechtvaardigen, voor de HEER,

de oprechten moeten hem loven.

2

33:2
Ps. 92:4
144:9
Huldig de HEER bij de klank van de lier,

speel voor hem op de tiensnarige harp.

3Zing voor hem een nieuw lied,

speel en zing met overgave.

4

33:4
Deut. 32:4
Oprecht is het woord van de HEER,

alles wat hij doet is betrouwbaar.

5

33:5
Ps. 89:15
119:64
Hij heeft recht en gerechtigheid lief,

van de trouw van de HEER is de aarde vervuld.

6

33:6-9
Gen. 1:6-10
33:6
Ps. 148:5
Jes. 48:13
Joh. 1:1-3
Hebr. 11:3
Door het woord van de HEER is de hemel gemaakt,

door de adem van zijn mond het leger der sterren.

7

33:7
Job 38:8-11,22
Hij verzamelt het zeewater en sluit het in,

hij bergt de oceanen in schatkamers weg.

8Laat heel de aarde vrezen voor de HEER,

en wie de wereld bewonen hem duchten,

9want hij sprak en het was er,

hij gebood en daar stond het.

10De HEER doet de plannen van volken teniet,

hij verijdelt wat naties beramen,

11

33:11
Spr. 19:21
Jes. 40:8
46:10
maar het plan van de HEER houdt eeuwig stand,

wat hij beraamt, blijft van geslacht tot geslacht.

12

33:12
Deut. 7:6
Ps. 144:15
Gelukkig het volk dat de HEER als zijn God heeft,

de natie die hij verkoos als de zijne.

13

33:13
Jer. 16:17
Uit de hemel ziet de HEER omlaag

en slaat hij de sterveling gade.

14

33:14-15
Job 34:21
Vanaf zijn troon houdt hij het oog

op allen die de aarde bewonen.

15

33:15
Ps. 94:9-11
139:1-16
Hij die de harten van allen vormt,

hij doorziet al hun daden.

16

33:16-17
1 Sam. 17:47
Hos. 1:7
Judit 9:7
Koningen winnen niet door een machtig leger,

brute kracht redt krijgsheren niet.

17Van geen nut zijn paarden voor de overwinning,

hoe sterk ook, ze bieden geen uitkomst.

18

33:18
Ps. 32:8
34:16
Het oog van de HEER rust op wie hem vrezen

en hopen op zijn trouw:

19hij zal hen redden in doodsgevaar,

bij hongersnood zal hij hun leven sparen.

20

33:20
Ps. 115:9
Wij verwachten vol verlangen de HEER,

hij is onze hulp en ons schild.

21Ja, om hem is ons hart verblijd,

op zijn heilige naam vertrouwen wij.

22

33:22
Ps. 90:17
Schenk ons uw trouw, HEER,

op u is al onze hoop gevestigd.

34

341

34:1
1 Sam. 21:14-16
Van David, toen hij zich aan het hof van Abimelech als een krankzinnige voordeed en pas wegging toen deze hem verjoeg.34:1-23 Psalm 34 is een acrostichon: de verzen beginnen steeds met een volgende letter van het Hebreeuwse alfabet. Er zijn kleine onregelmatigheden. De letter waw ontbreekt, en het afsluitende vers 23 valt buiten de alfabetische reeks.

2De HEER wil ik prijzen, elk uur van de dag,

mijn mond is altijd vol van zijn lof.

3Laat mijn leven een loflied zijn voor de HEER,

de nederigen zullen het met vreugde horen.

4Roem met mij de grootheid van de HEER,

sluit u aan om zijn naam te verheffen.

5Ik zocht de HEER en hij gaf antwoord,

hij heeft mij van alle angst bevrijd.

6Wie naar hem opzien, stralen van vreugde,

schaamte zal hun gezicht niet kleuren.

7In mijn verdrukking riep ik tot de HEER,

hij heeft geluisterd en mij uit de nood gered.

8De engel van de HEER waakt

over wie hem vrezen, en bevrijdt hen.

9

34:9
1 Petr. 2:3
Proef, en geniet de goedheid van de HEER,

gelukkig de mens die bij hem schuilt.

10Vromen, heb ontzag voor de HEER:

wie hem vreest lijdt geen gebrek.

11Jonge leeuwen lopen hongerig rond,

wie de HEER zoekt, ontbreekt het aan niets.

12Kom, kinderen, luister naar mij,

ik leer je ontzag voor de HEER.

13

34:13-17
1 Petr. 3:10-12
Hebben jullie het leven lief,

wil je goede jaren genieten?

14Behoed dan je tong voor het kwaad,

je lippen voor woorden van bedrog.

15

34:15
Ps. 37:27
Mijd het kwade, doe wat goed is,

streef naar vrede, jaag die na.

16Het oog van de HEER rust op de rechtvaardigen,

zijn oor luistert naar hun hulpgeroep.

17Toornig ziet de HEER wie kwaad doen aan,

hij wist hun namen op aarde uit.

18De HEER hoort de kreten van de rechtvaardigen,

hij bevrijdt hen uit de nood,

19

34:19
Ps. 51:19
gebroken mensen is de HEER nabij,

hij redt wie zwaar wordt getroffen.

20Al blijft de rechtvaardige niets bespaard,

de HEER zal hem steeds weer bevrijden.

21

34:21
Joh. 19:36
Hij waakt zelfs over zijn beenderen,

niet één ervan wordt verbrijzeld.

22Een slecht mens komt om door eigen kwaad,

wie een rechtvaardige haat zal boeten,

23de HEER redt het leven van zijn dienaren,

nooit zal boeten wie schuilt bij hem.