Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
31

311Voor de koorleider. Een psalm van David.

2

31:2-3
Ps. 71:1-3
Bij u, HEER, schuil ik,

maak mij nooit te schande.

Bevrijd mij en doe mij recht,

3

31:3
Ps. 18:3
hoor mij,

haast u mij te helpen,

wees voor mij een rots, een toevlucht,

een vesting die mij redding biedt.

4U bent mijn rots, mijn vesting,

u zult mijn gids zijn, mij leiden, tot eer van uw naam,

5mij losmaken uit het net dat voor mij is gespannen,

u bent mijn toevlucht.

6

31:6
Luc. 23:46
In uw hand leg ik mijn leven,

HEER, trouwe God, u verlost mij.

7Wie armzalige goden vereren – ik haat ze,

ík vertrouw op de HEER.

8Ik zal mij verblijden, juichen over uw trouw,

want u ziet mijn ellende,

u kent de nood van mijn ziel,

9u laat niet toe dat de vijand mij insluit,

u geeft mijn voeten de ruimte.

10Heb erbarmen, HEER,

want ik verkeer in nood,

mijn ogen zijn gezwollen van verdriet,

mijn ziel en mijn lichaam verkwijnen,

11

31:11
Ps. 6:3
mijn leven verloopt in ellende,

zuchtend slijt ik mijn dagen,

door eigen schuld slinken mijn krachten,

tot op mijn botten teer ik weg.

12

31:12
Job 19:13-19
Ps. 38:12
Bij allen die mij belagen

wek ik de lachlust,

bij mijn buren nog het meest.

Wie mij kennen zijn verbijsterd,

wie mij zien aankomen op straat

wenden zich af en ontvluchten mij.

13Vergeten ben ik als een dode, weg uit het hart,

afgedankt als gebroken aardewerk.

14

31:14
Ps. 41:6
Jer. 20:10
Ik hoor de mensen over mij fluisteren,

van alle kanten dreigt gevaar.

Ze steken de hoofden bijeen

en smeden plannen om mij te doden.

15Maar ik vertrouw op u, HEER,

ik zeg: U bent mijn God,

16in uw hand liggen mijn lot en mijn leven, bevrijd mij

uit de greep van mijn vijanden en vervolgers.

17Laat het licht van uw gelaat over mij schijnen,

toon uw trouw en red uw dienaar.

18HEER, u roep ik aan, maak mij niet te schande,

laat de goddelozen te schande staan

en verstommen in het dodenrijk.

19Zwijgen moeten de leugenaars,

die hoogmoedig en vol verachting

rechtvaardige mensen beschuldigen.

20Hoe groot is het geluk

dat u hebt weggelegd voor wie u vrezen,

dat u bereid hebt voor wie schuilen bij u,

heel de wereld zal het zien.

21

31:21
Job 5:21
Ps. 27:5
U verbergt hen in de beschutting van uw gelaat

voor de lagen en listen van mensen,

uw tent biedt hun een schuilplaats

voor de laster van kwade tongen.

22Geprezen zij de HEER om zijn trouw,

hij heeft een wonder voor mij verricht,

hij ontzette mij als een belegerde stad.

23In mijn angst had ik gezegd:

‘Ik ben verbannen uit uw ogen,’

maar u hebt mijn smeekbede gehoord

toen ik u om hulp riep.

24

31:24
Ps. 37:34
Getrouwen van de HEER, heb hem lief.

De HEER behoedt de standvastigen,

voorgoed rekent hij af met de hoogmoedigen.

25Allen die uw hoop vestigt op de HEER:

wees sterk en houd moed.

32

321

32:1-11
Spr. 28:13
Jes. 1:18-20
Hos. 14:3
1 Joh. 1:9
32:1
Rom. 4:7-8
Van David, een kunstig lied.

Gelukkig de mens van wie de ontrouw wordt vergeven,

van wie de zonden worden bedekt.

2Gelukkig als de HEER zijn schuld niet telt,

als in zijn geest geen spoor van bedrog is.

3

32:3
Job 31:33
Ps. 31:11
Zolang ik zweeg, teerden mijn botten weg,

kreunend leed ik, de hele dag.

4Zwaar drukte uw hand op mij, dag en nacht,

mijn kracht smolt weg als in de zomerhitte. sela

5

32:5
2 Sam. 12:13
Toen beleed ik u mijn zonde,

ik dekte mijn schuld niet toe,

ik zei: ‘Ik beken de HEER mijn ontrouw’ –

en u vergaf mij mijn zonde, mijn schuld. sela

6Laten uw getrouwen dus tot u bidden

als zij in zichzelf een zonde vinden.32:6 als zij in zichzelf een zonde vinden – Betekenis van het Hebreeuws onzeker. Ook mogelijk is de vertaling: ‘zolang u zich laat vinden.’

Stormt dan een vloed van water aan,

die zal hen niet bereiken.

7Bij u ben ik veilig, u behoedt mij in de nood

en omringt mij met gejuich van bevrijding. sela

8

32:8
Ps. 33:18
‘Ik geef inzicht en wijs de weg die je moet gaan.

Ik geef raad, op jou rust mijn oog.

9Wees niet redeloos als paarden of ezels

die met bit en toom worden bedwongen,

dan zal geen kwaad je treffen.’

10Een slecht mens heeft veel leed te verduren,

maar wie op de HEER vertrouwt wordt met liefde omringd.

11

32:11
Ps. 33:1
Verheug u in de HEER, rechtvaardigen, en juich,

zing het uit, allen die oprecht zijn van hart.

33

331

33:1
Ps. 32:11
Juich, rechtvaardigen, voor de HEER,

de oprechten moeten hem loven.

2

33:2
Ps. 92:4
144:9
Huldig de HEER bij de klank van de lier,

speel voor hem op de tiensnarige harp.

3Zing voor hem een nieuw lied,

speel en zing met overgave.

4

33:4
Deut. 32:4
Oprecht is het woord van de HEER,

alles wat hij doet is betrouwbaar.

5

33:5
Ps. 89:15
119:64
Hij heeft recht en gerechtigheid lief,

van de trouw van de HEER is de aarde vervuld.

6

33:6-9
Gen. 1:6-10
33:6
Ps. 148:5
Jes. 48:13
Joh. 1:1-3
Hebr. 11:3
Door het woord van de HEER is de hemel gemaakt,

door de adem van zijn mond het leger der sterren.

7

33:7
Job 38:8-11,22
Hij verzamelt het zeewater en sluit het in,

hij bergt de oceanen in schatkamers weg.

8Laat heel de aarde vrezen voor de HEER,

en wie de wereld bewonen hem duchten,

9want hij sprak en het was er,

hij gebood en daar stond het.

10De HEER doet de plannen van volken teniet,

hij verijdelt wat naties beramen,

11

33:11
Spr. 19:21
Jes. 40:8
46:10
maar het plan van de HEER houdt eeuwig stand,

wat hij beraamt, blijft van geslacht tot geslacht.

12

33:12
Deut. 7:6
Ps. 144:15
Gelukkig het volk dat de HEER als zijn God heeft,

de natie die hij verkoos als de zijne.

13

33:13
Jer. 16:17
Uit de hemel ziet de HEER omlaag

en slaat hij de sterveling gade.

14

33:14-15
Job 34:21
Vanaf zijn troon houdt hij het oog

op allen die de aarde bewonen.

15

33:15
Ps. 94:9-11
139:1-16
Hij die de harten van allen vormt,

hij doorziet al hun daden.

16

33:16-17
1 Sam. 17:47
Hos. 1:7
Judit 9:7
Koningen winnen niet door een machtig leger,

brute kracht redt krijgsheren niet.

17Van geen nut zijn paarden voor de overwinning,

hoe sterk ook, ze bieden geen uitkomst.

18

33:18
Ps. 32:8
34:16
Het oog van de HEER rust op wie hem vrezen

en hopen op zijn trouw:

19hij zal hen redden in doodsgevaar,

bij hongersnood zal hij hun leven sparen.

20

33:20
Ps. 115:9
Wij verwachten vol verlangen de HEER,

hij is onze hulp en ons schild.

21Ja, om hem is ons hart verblijd,

op zijn heilige naam vertrouwen wij.

22

33:22
Ps. 90:17
Schenk ons uw trouw, HEER,

op u is al onze hoop gevestigd.