Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
28

281Van David.

U, HEER, roep ik aan,

mijn rots, houd u niet doof.

Als u blijft zwijgen, word ik

een dode met de doden in het graf.

2

28:2
Ps. 134:2
Hoor mijn smeekbede

als ik u om hulp roep,

als ik mijn handen ophef

naar het hart van uw heiligdom.

3

28:3
Ps. 12:3
26:9
55:22
62:5
Spr. 26:24-25
Ruk mij niet weg met de kwaadwilligen,

met hen die onrecht doen,

die hun vrienden vrede wensen,

maar in hun hart zinnen op kwaad.

4

28:4
Jer. 50:29
Geef hun wat ze verdienen,

vergeld hun naar hun daden,

naar het werk van hun handen,

laat hen voor hun misdrijven boeten.

5

28:5
Jes. 5:12
Voor uw daden, HEER, hebben ze geen oog,

noch voor het werk van uw handen.

Breek hen af, bouw hen niet meer op.

6De HEER zij geprezen,

hij heeft mijn smeekbede gehoord.

7De HEER is mijn kracht en mijn schild,

op hem vertrouwde mijn hart,

ik werd geholpen en mijn hart jubelde,

hem wil ik loven in mijn lied.

8De HEER is de kracht van zijn volk,28:8 zijn volk – Volgens sommige Hebreeuwse handschriften en oude vertalingen. MT: ‘voor hen’.

een burcht van redding voor zijn gezalfde.

9

28:9
Ps. 3:9
29:11
Red het volk dat u toebehoort, zegen het,

wees zijn herder en draag het voor eeuwig.

29

291

29:1-11
Ps. 18:14
77:17-19
97:2-6
29:1-3
Ps. 96:7-9
Een psalm van David.

Erken de HEER, o goden,

erken de HEER, zijn macht en majesteit,

2erken de HEER, de majesteit van zijn naam,

buig u voor de HEER in zijn heilige glorie.

3

29:3
Job 37:4-5
Ps. 104:7
Jes. 30:30
De stem van de HEER boven de wateren,

de God vol majesteit doet de donder rollen,

de HEER boven de wijde wateren,

4de stem van de HEER vol kracht,

de stem van de HEER vol glorie.

5De stem van de HEER splijt ceders,

de HEER splijt de ceders van de Libanon.

6

29:6
Ps. 114:4
Opspringen doet hij de Libanon als een kalf

en de Sirjon als het jong van een wilde stier.

7De stem van de HEER ontbrandt in vurige vlammen,

8de stem van de HEER brengt de woestijn tot beven,

beven doet de HEER de woestijn van Kades.

9De stem van de HEER doet de hinden kalven

en de geiten hun jongen werpen.29:9 en de geiten hun jongen werpen – Betekenis van het Hebreeuws onzeker. Ook mogelijk is de vertaling: ‘en ontbladert de bossen’.

Majesteit! roept heel zijn paleis.

10De HEER heeft zijn troon boven de vloed,

ten troon zit de HEER als koning voor eeuwig.

11De HEER zal macht aan zijn volk verlenen,

de HEER zal zijn volk zegenen met vrede.

30

301

30:1
Ezra 6:16
1 Mak. 4:36
Een psalm. Een lied bij de inwijding van de tempel. Van David.

2Hoog wil ik u prijzen, HEER, want u hebt mij gered

en mijn vijand geen reden gegeven tot vreugde.

3HEER, mijn God, ik riep tot u

om hulp en u hebt mij genezen.

4

30:4
1 Sam. 2:6
HEER, u trok mij uit het dodenrijk omhoog,

ik daalde af in het graf, maar u hield mij in leven.

5

30:5
Ps. 7:18
Zing voor de HEER, allen die hem trouw zijn,

loof zijn heilige naam.

6

30:6
Jes. 54:7-8
Zijn woede duurt een oogwenk,

zijn liefde een leven lang,

met tranen slapen we ’s avonds in,

’s morgens staan we juichend op.

7In mijn overmoed dacht ik:

Nooit zal ik wankelen.

8

30:8
Ps. 104:29
HEER, u had mij lief en ik stond als een machtige berg,

u verborg uw gelaat en ik bezweek van angst.

9U, HEER, roep ik aan,

u, Heer, smeek ik om genade.

10

30:10
Ps. 88:11-13
Jes. 38:18
Wat baat het u als ik sterf,

als ik afdaal in het graf?

Kan het stof u soms loven

en getuigen van uw trouw?

11Luister, HEER, en toon uw genade,

HEER, kom mij te hulp.

12

30:12
Est. 9:22
Jes. 61:3
Jer. 31:13
U hebt mijn klacht veranderd in een dans,

mijn rouwkleed weggenomen, mij in vreugde gehuld.

13Mijn ziel zal voor u zingen en niet zwijgen.

HEER, mijn God, u wil ik eeuwig loven.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]