Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
25

251

25:1
Ps. 86:4
Van David.

Naar u, HEER, gaat mijn verlangen uit,25:1-22 Psalm 25 is een acrostichon: de verzen beginnen steeds met een volgende letter van het Hebreeuwse alfabet. Er zijn kleine onregelmatigheden in vers 2 en in vers 18; de letter waw ontbreekt. Het afsluitende vers 22 valt buiten de alfabetische reeks.

2mijn God, op u vertrouw ik, maak mij niet te schande,

laat mijn vijanden niet triomferen.

3

25:3
Ps. 22:6
Jes. 49:23
Zij die op u hopen worden niet beschaamd,

beschaamd worden zij die u achteloos verraden.

4Maak mij, HEER, met uw wegen vertrouwd,

leer mij uw paden te gaan.

5

25:5
Ps. 27:11
86:11
Wijs mij de weg van uw waarheid en onderricht mij,

want u bent de God die mij redt,

op u blijf ik hopen, elke dag weer.

6Denk aan uw barmhartigheid, HEER,

aan uw liefde door de eeuwen heen.

7

25:7
Job 13:26
Ps. 106:4
Denk niet aan de zonden uit mijn jeugd,

maar denk met liefde aan mij

en laat uw goedheid spreken, HEER.

8Goed en rechtvaardig is de HEER:

hij wijst zondaars de weg,

9wie nederig zijn leidt hij in het rechte spoor,

hij leert hun zijn paden te gaan.

10Liefde en trouw zijn de weg van de HEER

voor wie de wetten van zijn verbond onderhouden.

11Vergeef mij, HEER, mijn grote schuld,

omwille van uw naam.

12

25:12
Spr. 19:23
Aan wie in ontzag voor hem leven,

leert de HEER de rechte weg te kiezen.

13

25:13
Ps. 37:9
Jes. 57:13
Hun leven verloopt in voorspoed

en hun kinderen zullen het land bezitten.

14De HEER is een vriend van wie hem vrezen,

hij maakt hen vertrouwd met zijn verbond.

15

25:15
Ps. 141:8-9
Ik houd mijn oog gericht op de HEER,

hij bevrijdt mijn voeten uit het net.

16

25:16
Ps. 86:16
119:132
Keer u tot mij en wees mij genadig,

ik ben alleen en ellendig.

17Mijn hart is vol van angst,

bevrijd mij uit mijn benauwenis.

18Zie mij in mijn nood, in mijn ellende,

vergeef mij al mijn zonden.

19Zie met hoe velen mijn vijanden zijn,

hoe ze mij dodelijk haten.

20

25:20
Ps. 16:1
Behoed mij en bevrijd mij,

maak mij niet te schande, want ik schuil bij u.

21Onschuld en oprechtheid mogen mij bewaren,

op u is mijn hoop gevestigd.

22God, verlos Israël,

verlos het van al zijn angsten.

26

261Van David.

Doe mij recht, HEER,

want zonder dwalen ben ik mijn weg gegaan,

op u, HEER, heb ik vertrouwd,

ik wankelde niet.

2

26:2
Ps. 7:10
Doorgrond mij, HEER, en ken mij,

peil mijn hart en mijn nieren,

3want uw liefde staat mij voor ogen

en ik bewandel de weg van uw waarheid.

4

26:4-5
Ps. 1:1
Met bedriegers zit ik niet aan,

met huichelaars ga ik niet om,

5ik haat de kring van slechte mensen,

met wettelozen wil ik niet aan tafel.

6

26:6
Ps. 73:13
Mat. 27:24
Ik zal mijn handen in onschuld wassen,

een rondgang maken om uw altaar, HEER,

7om een loflied aan te heffen

en van uw wonderen te verhalen.

8HEER, het huis waar u woont heb ik lief,

de plaats waar uw glorie verblijft.

9

26:9
Ps. 28:3
Verwerp mij niet met de zondaars,

met mensen die bloed vergieten.

10Aan hun vingers kleeft onrecht,

hun handen zijn met smeergeld gevuld.

11

26:11
Ps. 25:16
Maar ik ga mijn weg zonder dwalen.

Verlos mij en wees mij genadig.

12

26:12
Ps. 52:11
Mijn voeten staan op effen grond,

waar uw volk bijeen is, wil ik u prijzen, HEER.

27

271

27:1
Ps. 18:29
43:3
Micha 7:8
Van David.

De HEER is mijn licht, mijn behoud,

wie zou ik vrezen?

Bij de HEER is mijn leven veilig,

voor wie zou ik bang zijn?

2

27:2
Ps. 14:4
Kwaadwilligen kwamen op mij af

om mij levend te verslinden,

mijn vijanden belaagden mij,

maar zij struikelden, zij vielen.

3Al trok een leger tegen mij op,

mijn hart zou onbevreesd zijn,

al woedde er een oorlog tegen mij,

nog zou ik mij veilig weten.

4

27:4
Ps. 23:6
42:3
Ik vraag aan de HEER één ding,

het enige wat ik verlang:

wonen in het huis van de HEER

alle dagen van mijn leven,

om de liefde van de HEER te aanschouwen,

hem te ontmoeten in zijn tempel.

5

27:5
Ps. 18:3
31:21
Hij laat mij schuilen onder zijn dak

op de dag van het kwaad,

hij verbergt mij veilig in zijn tent,

hij tilt mij hoog op een rots.

6Daarom heft zich mijn hoofd

fier boven de vijanden rondom mij,

ik wil offers brengen in zijn tent,

hem juichend offers brengen,

ik wil zingen en spelen voor de HEER.

7Hoor mij, HEER, als ik tot u roep,

wees genadig en antwoord mij.

8

27:8
Ps. 105:4
Mijn hart zegt u na:

‘Zoek mijn nabijheid!’

Uw nabijheid, HEER, wil ik zoeken,

9verberg uw gelaat niet voor mij,

wijs uw dienaar niet af in uw toorn.

U bent mij altijd tot hulp geweest,

verstoot mij niet, verlaat mij niet,

God, mijn behoud.

10

27:10
Jes. 49:15
Al verlaten mij vader en moeder,

de HEER neemt mij liefdevol aan.

11

27:11
Ps. 25:5
86:11
Wijs mij uw weg, HEER,

leid mij op een effen pad,

bescherm mij tegen mijn vijanden,

12lever mij niet uit aan mijn belagers.

Valse getuigen staan tegen mij op

en dreigen met geweld.

13

27:13
Ps. 116:9
Mag ik niet verwachten

de goedheid van de HEER te zien

in het land van de levenden?

14Wacht op de HEER,

wees dapper en vastberaden,

ja, wacht op de HEER.