Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
20

201Voor de koorleider. Een psalm van David.

2

20:2
Spr. 18:10
Moge de HEER u antwoorden in dagen van nood

en de naam van Jakobs God u beschermen,

3moge hij hulp zenden uit zijn heiligdom,

uit Sion u bijstaan.

4Moge hij al uw gaven gedenken,

uw brandoffers welwillend aanvaarden, sela

5moge hij geven wat uw hart verlangt,

en al uw plannen doen slagen.

6Laat ons juichen om uw overwinning,

het vaandel heffen, in de naam van onze God.

Moge de HEER al uw wensen vervullen.

7

20:7
Ps. 18:51
Dit weet ik zeker:

de HEER schenkt de overwinning aan zijn gezalfde,

hij antwoordt hem uit zijn heilige hemel

met de overwinning door zijn machtige hand.

8

20:8-9
Ps. 33:16-17
147:10-11
Hos. 1:7
Anderen vertrouwen op paarden en wagens,

wij op de naam van de HEER, onze God.

9Anderen buigen en vallen ter aarde,

wij richten ons op en houden stand.

10HEER, schenk de koning de overwinning,

antwoord ons wanneer wij u aanroepen.20:10 HEER, schenk de koning de overwinning,/ antwoord ons wanneer wij u aanroepen – Volgens de Septuaginta en de Targoem. MT: ‘HEER, schenk de overwinning! De koning moge ons antwoorden wanneer wij roepen’.

21

211Voor de koorleider. Een psalm van David.

2HEER, uw kracht verblijdt de koning,

luid juicht hij om uw overwinning.

3U gaf hem wat zijn hart verlangde,

het verzoek van zijn lippen wees u niet af. sela

4U nadert hem met rijke zegen

en plaatst op zijn hoofd een gouden kroon.

5

21:5
1 Kon. 3:14
Leven heeft hij gevraagd, u hebt het hem gegeven,

lengte van dagen, voor eeuwig en altijd.

6

21:6-8
Ps. 72:17
Groot is zijn roem door uw overwinning,

u tooit hem met glans en met glorie,

7u schenkt hem voor altijd uw zegen,

u verblijdt hem met het licht van uw gelaat.

8Ja, de koning vertrouwt op de HEER,

door de trouw van de Allerhoogste wankelt hij niet.

9Uw hand zal uw vijanden slaan,

uw machtige hand uw haters treffen,

10u doet hen branden als vuur in een oven

wanneer u verschijnt.

De HEER zal hen in zijn woede verslinden,

vuur zal hen verteren.

11

21:11
Job 18:19
Ps. 109:13
Hun kinderen zult u op aarde verdelgen,

hun nageslacht uitroeien onder de mensen.

12Al spannen zij tegen u samen,

al zinnen zij op kwaad, ze bereiken niets,

13want u zult hen op de vlucht jagen,

u schiet uw pijlen recht op hen af.

14Verhef u, HEER, in uw kracht,

wij zullen uw macht in liederen bezingen.

22

221Voor de koorleider. Op de wijs van De hinde van de dageraad. Een psalm van David.

2

22:2
Jes. 49:14
Mat. 27:46
Marc. 15:34
Mijn God, mijn God,

waarom hebt u mij verlaten?

U blijft ver weg en redt mij niet,

ook al schreeuw ik het uit.

3‘Mijn God!’ roep ik

overdag, en u antwoordt niet,

’s nachts, en ik vind geen rust.

4U bent de Heilige,

die op Israëls lofzangen troont.

5Op u hebben onze voorouders vertrouwd;

zij hebben vertrouwd en u verloste hen,

6tot u geroepen en zij ontkwamen,

op u vertrouwd en zij werden niet beschaamd.

7Maar ik ben een worm en geen mens,

door iedereen versmaad, bij het volk veracht.

8

22:8
Mat. 27:39
Marc. 15:29
Luc. 23:35-36
Allen die mij zien, bespotten mij,

ze schudden meewarig het hoofd:

9

22:9
Wijsh. 2:18-20
Mat. 27:43
‘Wend je tot de HEER! Laat hij je verlossen,

laat hij je bevrijden, hij houdt toch van je?’

10U hebt mij uit de buik van mijn moeder gehaald,

mij aan haar borsten toevertrouwd,

11

22:11
Jes. 46:3
bij mijn geboorte vingen uw handen mij op,

van de moederschoot af bent u mijn God.

12

22:12
Ps. 35:22
38:22
71:12
Blijf dan niet ver van mij,

want de nood is nabij

en er is niemand die helpt.

13Een troep stieren staat om mij heen,

buffels van Basan omsingelen mij,

14

22:14
Ps. 17:12
roofzuchtige, brullende leeuwen

sperren hun muil naar mij open.

15Als water ben ik uitgegoten,

mijn gebeente valt uiteen,

mijn hart is als was,

het smelt in mijn lijf.

16Mijn kracht is droog als een potscherf,

mijn tong kleeft aan mijn gehemelte,

u legt mij neer in het stof van de dood.

17Honden staan om mij heen,

een woeste bende sluit mij in,

zij hebben mijn handen en voeten doorboord.22:17 zij hebben [...] doorboord – Volgens sommige Hebreeuwse handschriften en de Septuaginta. MT (betekenis van het Hebreeuws onzeker): ‘als een leeuw’.

18Ik kan al mijn beenderen tellen.

Zij kijken vol leedvermaak toe,

19

22:19
Mat. 27:35
Marc. 15:24
Luc. 23:34
Joh. 19:24
verdelen mijn kleren onder elkaar

en werpen het lot om mijn mantel.

20HEER, houd u niet ver van mij,

mijn sterkte, snel mij te hulp.

21Bevrijd mijn ziel van het zwaard,

mijn leven uit de greep van die honden.

22

22:22
Ps. 7:3
57:5
2 Tim. 4:17
Red mij uit de muil van de leeuw,

bescherm mij tegen de horens van de wilde stier.

U geeft mij antwoord.

23

22:23
Ps. 40:10
Hebr. 2:12
Ik zal uw naam bekendmaken,

u loven in de kring van mijn volk.

24Loof hem, allen die de HEER vrezen,

breng hem eer, kinderen van Jakob,

wees beducht voor hem, volk van Israël.

25Hij veracht de zwakke niet,

verafschuwt niet wie wordt vernederd,

hij wendt zijn blik niet van hem af,

maar hoort zijn hulpgeroep.

26Van u komt mijn lofzang in de kring van het volk,

mijn geloften los ik in bij wie u vrezen.

27De vernederden zullen eten en worden verzadigd.

Zij die hem zoeken, brengen lof aan de HEER.

Voor altijd mogen jullie leven!

28

22:28
Jes. 45:22
52:10
Overal, tot aan de einden der aarde,

zal men de HEER gedenken en zich tot hem wenden.

Voor u zullen zich buigen

alle stammen en volken.

29Want het koningschap is aan de HEER,

hij heerst over de volken.

30Wie op aarde in overvloed leven,

zullen aanzitten en zich voor hem buigen.

Ook zullen voor hem knielen

wie in het graf zijn neergedaald,

wie hun leven niet konden behouden.

31

22:31-32
Ps. 48:14
71:18
78:6
102:19
Een nieuw geslacht zal hem dienen

en aan de kinderen vertellen van de Heer;

32aan het volk dat nog geboren moet worden

zal het van zijn gerechtigheid verhalen:

hij is een God van daden.