Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
14

141

14:1-7
Ps. 53:1-7
14:1
Ps. 10:4
Voor de koorleider. Van David.

Dwazen denken: Er is geen God.

Verdorven zijn ze, en gruwelijk hun daden,

geen van hen deugt.

2De HEER kijkt vanuit de hemel naar de mensen

om te zien of er één verstandig is,

één die God zoekt.

3

14:3
Rom. 3:10-12
Allen zijn afgedwaald, allen ontaard,

geen van hen deugt, niet één.

4Hebben ze dan geen inzicht, die kwaadstichters?

Ze verslinden mijn volk of het brood is

en roepen de HEER niet aan.

5Nog even, en hen overvalt een hevige angst,

want God is met de rechtvaardigen.

6Lach maar om het vertrouwen van de zwakke –

hij vindt zijn toevlucht bij de HEER.

7

14:7
Ps. 85:2
126:1
Ach, laat uit Sion redding komen voor Israël.

Als de HEER het lot van zijn volk ten goede keert,

zal Jakob juichen, Israël zich verheugen.

15

151

15:1-5
Ps. 24:3-6
Jes. 33:15-16
Een psalm van David.

HEER, wie mag gast zijn in uw tent,

wie mag wonen op uw heilige berg?

2

15:2
Ps. 119:1
Wie de volmaakte weg gaat en doet wat goed is,

wie oprecht de waarheid spreekt.

3Hij doet aan lasterpraat niet mee,

hij benadeelt een ander niet

en drijft niet de spot met zijn naaste.

4Hij veracht wie geen achting waard is,

maar eert wie ontzag heeft voor de HEER.

Zijn eed breekt hij niet, al brengt het hem nadeel,

5voor een lening vraagt hij geen rente,

hij verraadt geen onschuldigen voor geld.

Wie zo doet, komt nooit ten val.

16

161Een stil gebed van David.

Behoed mij, God, ik schuil bij u.

2Ik zeg16:2 Ik zeg – Volgens sommige Hebreeuwse handschriften en de Septuaginta. MT: ‘Jij zegt’. tot de HEER: ‘U bent mijn Heer,

mijn geluk, niemand gaat u te boven.’

3Maar tot de goden in dit land,

de machten die ik vereerd heb, zeg ik:

4‘Wie u volgt, wacht veel verdriet.’

Ik pleng voor hen geen bloed meer,

niet langer ligt hun naam op mijn lippen.

5

16:5
Klaagl. 3:24
HEER, mijn enig bezit, mijn levensbeker,

u houdt mijn lot in handen.

6Een lieflijk land is voor mij uitgemeten,

ik ben verrukt van wat mij is toebedeeld.

7Ik prijs de HEER die mij inzicht geeft,

zelfs in de nacht spreekt mijn geweten.

8

16:8
Ps. 121:3
Steeds houd ik de HEER voor ogen,

met hem aan mijn zijde wankel ik niet.

9

16:9-11
Hand. 2:25-28
Daarom verheugt zich mijn hart en juicht mijn ziel,

mijn lichaam voelt zich veilig en beschut.

10

16:10
Hand. 13:35
U levert mij niet over aan het dodenrijk

en laat uw trouwe dienaar het graf niet zien.

11U wijst mij de weg naar het leven:

overvloedige vreugde in uw nabijheid,

voor altijd een lieflijke plek aan uw zijde.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]