Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
147

1471

147:1
Ps. 92:2
Halleluja!

Hoe goed is het te zingen voor onze God,

hoe heerlijk hem onze lof te brengen.

2

147:2
Jes. 11:12
56:8
Jer. 31:10
De bouwer van Jeruzalem, dat is de HEER,

hij brengt de ballingen van Israël bijeen.

3

147:3
Job 5:18
Jer. 33:6
Hij geneest wie gebroken zijn

en verzorgt hun diepe wonden.

4

147:4
Jes. 40:26
Hij bepaalt het getal van de sterren,

hij roept ze alle bij hun naam.

5

147:5
Jes. 40:28
Groot is onze Heer en oppermachtig,

zijn inzicht is niet te meten.

6

147:6
1 Sam. 2:7-8
De HEER richt de vernederden op

en drukt de goddelozen neer.

7Hef voor de HEER een hymne aan,

zing voor onze God een lied bij de lier,

8

147:8
Job 5:9-10
Jer. 14:22
Joël 2:23
voor hem die de hemel met wolken bedekt,

die de aarde met regen doordrenkt,

die het gras op de bergen laat groeien,

9

147:9
Job 38:41
Mat. 6:26
die voedsel geeft aan de dieren,

aan de roepende jongen van de raaf.

10

147:10
Ps. 20:8-9
33:16-18
Niet de kracht van paarden verheugt hem,

niet de sterkte van soldaten geeft hem vreugde,

11vreugde vindt de HEER in wie hem eren

en in wie hopen op zijn liefde en trouw.

12Prijs, Jeruzalem, prijs de HEER,

loof, Sion, loof je God.

13

147:13
Jes. 65:18
Hij heeft de grendels van je poorten versterkt,

het volk binnen je muren gezegend.

14

147:14
Lev. 26:6
Ps. 81:17
Hij geeft je vrede en veilige grenzen,

met vette tarwe stilt hij je honger.

15

147:15-16
Jes. 55:10-11
Hij zendt zijn bevelen naar de aarde,

vlug als een renbode gaat zijn woord.

16Hij laat het sneeuwen als wol,

rijp strooit hij uit als stof,

17

147:17
Job 37:10
38:22
hagel werpt hij in brokken neer,

wie is tegen zijn koude bestand?

18Hij zendt zijn woord en alles smelt,

hij stuurt zijn adem, de wateren stromen.

19

147:19
Deut. 33:3-4
Hij maakt zijn woorden aan Jakob bekend,

zijn wetten en voorschriften aan Israël.

20

147:20
Deut. 4:7-8
Met geen ander volk heeft hij zich zo verbonden,

met zijn wetten zijn zij niet vertrouwd.

Halleluja!

148

1481Halleluja!

Loof de HEER, bewoners van de hemel,

loof hem daar in de hoogten,

2

148:2
Ps. 103:20-21
loof hem, al zijn herauten,

loof hem, heel zijn engelenmacht.

3Loof hem, zon en maan,

loof hem, heldere sterren,

4

148:4
Gen. 1:7
loof hem, hoogste hemelen,

water boven de hoge hemel.

5Laten zij loven de naam van de HEER:

op zijn bevel zijn zij geschapen,

6hij gaf hun een plaats voor eeuwig en altijd,

hij stelde een wet die nooit zal vergaan.

7Loof de HEER, bewoners van de aarde,

zeemonsters en oceanen,

8vuur en hagel, sneeuw en rook,

stormwind die doet wat hij zegt.

9

148:9
Jes. 44:23
Alle bergen en heuveltoppen,

hout dat vrucht draagt, alle ceders,

10

148:10
Jes. 43:20
dieren van het veld en dieren in de wei,

alles wat kruipt en op vleugels gaat.

11Koningen van de aarde en alle naties,

vorsten en alle leiders van de aarde,

12

148:12
Jer. 31:13
jonge mannen en jonge vrouwen,

oud en jong tezamen.

13

148:13
Ps. 113:4
Laten zij loven de naam van de HEER,

alleen zijn naam is hoogverheven,

zijn luister gaat aarde en hemel te boven.

14Hij verhoogt het aanzien van zijn volk,

de roem van al wie hem trouw zijn,

het volk van Israël, dat hem nabij is.

Halleluja!

149

1491Halleluja!

Zing voor de HEER een nieuw lied,

roem hem te midden van zijn getrouwen.

2Laat Israël verheugd zijn over zijn machtige maker,

het volk van Sion juichen om zijn koning.

3

149:3
Ps. 68:26
81:3
87:7
150:4
Laten zij dansend zijn naam loven,

bij lier en tamboerijn voor hem zingen.

4Ja, de HEER vindt vreugde in zijn volk,

hij kroont de vernederden met de zege.

5Laten zijn getrouwen juichen in triomf,

nog jubelen als zij te ruste gaan,

6met lofzang voor God uit hun kelen,

een tweesnijdend zwaard in hun hand.

7De volken laten boeten,

de naties bestraffen,

8hun koningen in boeien slaan,

hun leiders met ketenen binden,

9het geschreven recht aan hen voltrekken:

dat is de glorie voor al zijn getrouwen.

Halleluja!