Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
142

1421

142:1
1 Sam. 22:1
24:4
Ps. 57:1
Een kunstig lied van David, een gebed toen hij in de spelonk was.

2Luid roep ik tot de HEER,

luid smeek ik de HEER om hulp,

3bij hem stort ik mijn hart uit,

bij hem klaag ik mijn nood.

4

142:4
Ps. 141:9
Ik ben ten einde raad,

u kent de weg die ik moet volgen,

u weet dat op mijn pad

een strik verborgen ligt.

5Ik kijk terzijde en zie

niemand die om mij geeft,

nergens een toevlucht voor mij,

niemand die hecht aan mijn leven.

6

142:6
Ps. 91:2
Ik roep tot u, HEER:

‘U bent mijn schuilplaats,

al wat ik heb in het land van de levenden.’

7Hoor mijn noodkreet,

ik ben uitgeput en moe,

verlos mij van mijn vervolgers,

zij zijn sterker dan ik.

8Leid mij uit de beklemming,

dat ik uw naam mag loven

in de kring van de rechtvaardigen:

u hebt naar mij omgezien.

143

1431Een psalm van David.

HEER, hoor mijn gebed,

luister naar mijn smeken,

antwoord mij, u bent trouw en rechtvaardig.

2

143:2
Job 9:2
14:3-4
Pred. 7:20
Rom. 3:20
Daag uw dienaar niet voor het gerecht,

voor u is geen sterveling onschuldig.

3

143:3
Klaagl. 3:6
De vijand heeft mij vervolgd,

mijn leven vertrapt in het stof,

ik moet wonen in duisternis

als de doden van eeuwen her,

4

143:4
Ps. 142:4
ik ben ten einde raad,

geschokt tot diep in mijn hart.

5

143:5
Ps. 77:12-13
Ik denk terug aan vroeger dagen,

mijmer over uw daden

en beschouw het werk van uw handen,

6

143:6
Ps. 63:2
ik strek mijn handen naar u uit,

dorstig als droge aarde. sela

7

143:7
Ps. 10:1
69:18
88:5
102:3
128:1
HEER, geef mij antwoord, haast u,

mijn kracht is uitgeput.

Houd u niet voor mij verborgen,

ik word als wie afgedaald is in het graf.

8

143:8
Ps. 25:1-2
86:4
Laat mij in de morgen uw liefde horen,

in u stel ik mijn vertrouwen,

wijs mij de weg die ik gaan moet,

mijn ziel verlangt naar u.

9Verlos mij van mijn vijanden, HEER,

bij u zoek ik bescherming.

10

143:10
Ps. 25:4-5
Leer mij uw wil te volbrengen,

u bent mijn God,

laat uw goede geest mij leiden

over geëffende grond.

11Houd mij in leven, HEER, tot eer van uw naam,

leid mij uit de verdrukking, door uw gerechtigheid,

12

143:12
Ps. 54:7
116:16
toon uw trouw, versla mijn vijanden,

vernietig al mijn belagers –

ik ben uw dienaar.

144

1441

144:1-2
Ps. 18:47-48
144:1
Ps. 18:35
Van David.

Geprezen zij de HEER, mijn rots,

die mijn handen oefent voor de strijd,

die mijn vingers schoolt voor het gevecht,

2

144:2
Ps. 18:3
mijn beschermer, mijn vesting,

de burcht die mij veiligheid biedt,

het schild waarachter ik schuil,

hij die volken144:2 volken – Volgens sommige Hebreeuwse handschriften en oude vertalingen. MT: ‘mijn volk’. aan mij onderwerpt.

3

144:3
Job 7:17
Ps. 8:5
HEER, wat is de mens dat u om hem geeft,

de sterveling dat u aan hem denkt?

4

144:4
Job 14:2
Ps. 39:6-7
Een mens is vluchtig als een ademtocht,

zijn dagen glijden als een schaduw weg.

5

144:5
Ps. 18:10
104:32
HEER, schuif uw hemel open en daal af,

raak de bergen aan zodat ze roken.

6

144:6
Ps. 18:15
Werp uw bliksem, sla de volken uiteen,

schiet uw pijlen en verdrijf hen.

7

144:7
Ps. 18:17
Reik mij uw hand van omhoog,

bevrijd mij, ontruk mij aan de woeste wateren,

aan de greep van vreemdelingen

8die leugens spreken met hun mond,

bedrog verbergen in hun handen.

9

144:9
Ps. 33:2-3
Ik wil een nieuw lied voor u zingen, God,

voor u spelen op de tiensnarige harp,

10-11

144:10-11
Ps. 18:51
want u brengt koningen redding,

u hebt David, uw dienaar, bevrijd.

Bevrijd ook mij van het moordende zwaard,

ontruk mij aan de greep van vreemdelingen

die leugens spreken met hun mond,

bedrog verbergen in hun handen.

12

144:12
Ps. 128:3
Onze zonen zijn als jonge planten,

in hun jeugd met liefde verzorgd,

onze dochters als de hoekzuilen

van een paleis, zo sierlijk gesneden,

13

144:13
Lev. 26:4-5
Deut. 7:13
onze schuren gevuld,

van voorraad en voedsel voorzien,

onze schapen en geiten, met duizenden,

met tienduizenden op onze velden,

14

144:14
Lev. 26:6
Jes. 65:19
onze kudden doorvoed,

geen inval, geen uittocht,

geen weeklacht op onze pleinen.

15

144:15
Ps. 33:12
Gelukkig het volk dat zo mag leven,

gelukkig het volk dat de HEER als God heeft.