Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
129

1291

129:1
Ps. 124:1
Een pelgrimslied.

Dikwijls werd ik gekweld, van mijn jeugd af aan,

– Israël, blijf het herhalen –

2dikwijls werd ik gekweld, van mijn jeugd af aan,

maar gebroken hebben ze mij niet.

3

129:3
Jes. 51:23
Ze trokken hun ploeg over mijn rug

en maakten lange voren,

4maar de HEER die rechtvaardig is,

sneed de riemen van de drijvers door.

5Beschaamd deinzen terug

allen die Sion haten,

6

129:6
Jes. 37:27
ze zijn als gras op de daken

dat verdort nog voor het bloeit:

7de maaier vult er zijn hand niet mee

noch de schovenbinder zijn armen,

8

129:8
Ruth 2:4
en geen voorbijganger zegt:

‘Moge de HEER u zegenen.’

Wij zegenen u in de naam van de HEER.

130

1301

130:1
Ps. 69:3
Klaagl. 3:55
Een pelgrimslied.

Uit de diepte roep ik tot u, HEER,

2

130:2
Ps. 5:2-3
55:2-3
Jona 2:3
Heer, hoor mijn stem,

wees aandachtig, luister

naar mijn roep om genade.

3

130:3
Job 9:2
Als u de zonden blijft gedenken, HEER,

Heer, wie houdt dan stand?

4

130:4
Micha 7:18
Maar bij u is vergeving,

daarom eert men u met ontzag.

5

130:5
Ps. 56:5
119:81
Ik zie uit naar de HEER,

mijn ziel ziet uit naar hem

en verlangt naar zijn woord,

6

130:6
Jes. 26:9
mijn ziel verlangt naar de Heer,

meer dan wachters naar de morgen,

meer dan wachters uitzien naar de morgen.

7

130:7
Ps. 68:21
86:15
103:8
Jes. 30:18
Israël, hoop op de HEER!

Bij de HEER is genade, bij hem

is bevrijding, altijd weer.

8

130:8
Ps. 25:22
Hij zal Israël bevrijden

uit al zijn zonden.

131

1311

131:1
Ps. 139:6
Mat. 6:8
Een pelgrimslied van David.

HEER, niet trots is mijn hart,

niet hoogmoedig mijn blik,

ik zoek niet wat te groot is

voor mij en te hoog gegrepen.

2

131:2
Jes. 30:15
66:12-13
Hos. 11:4
Mat. 18:3
Nee, ik ben stil geworden,

ik heb mijn ziel tot rust gebracht.

Als een kind op de arm van zijn moeder,

als een kind is mijn ziel in mij.

3Israël, hoop op de HEER,

van nu tot in eeuwigheid.