Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
11

111Voor de koorleider. Van David.

Schuilen doe ik bij de HEER.

Hoe kunnen jullie dan zeggen:

‘Vogel, vlieg weg naar de bergen!

2

11:2
Ps. 7:13
37:14
64:4
Zondaars spannen de boog

en leggen hun pijlen al op de pees

om de oprechte in het duister te treffen.

3Wat kan een rechtvaardige anders doen,

als de grond onder alles wegzinkt?’

4

11:4
Deut. 26:15
Jes. 66:1
Hab. 2:20
Mat. 5:34
De HEER in zijn heilig paleis,

de HEER op zijn troon in de hemel,

met aandacht beziet hij

en fronsend keurt hij

de mensen op aarde.

5De HEER keurt rechtvaardigen en zondaars.

Wie het geweld liefhebben, haat hij.

6

11:6
Gen. 19:24
Ezech. 38:22
Vuur en zwavel stort hij over hen uit,

storm drinken zij uit de beker die hij aanreikt.

7Rechtvaardig is de HEER, hij heeft rechtvaardigheid lief.

De oprechte zal zijn gelaat aanschouwen.

12

121Voor de koorleider. Op de wijs van De achtste. Een psalm van David.

2

12:2-3
Jes. 59:15
Jer. 9:7
Grijp in, HEER! Niemand is nog trouw,

geen mens spreekt nog waarheid.

3Ze beliegen elkaar allemaal,

vals en verraderlijk is hun woord.

4HEER, snijd hun valse tongen af,

snoer de monden vol grootspraak

5die zeggen: ‘Met onze tong zijn we sterk,

onze mond helpt ons, wie kan ons aan?’

6

12:6
Jes. 33:10
Zwakken en armen zuchten onder het geweld –

‘Om hen sta ik op,’ zegt de HEER,

‘ik breng de redding die zij verlangen.’

7

12:7
Ps. 18:31
De woorden van de HEER zijn zuiver

als zilver, gesmolten in de smeltkuil,

gelouterd tot zevenmaal toe.

8Behoed hen, HEER,

bescherm hen steeds tegen dat volk.

9Overal sluipen verraders rond

en onder de mensen verbreidt zich het kwaad.

13

131Voor de koorleider. Een psalm van David.

2

13:2
Ps. 6:4
89:47
Hoe lang nog, HEER, zult u mij vergeten,

hoe lang nog verbergt u voor mij uw gelaat?

3Hoe lang nog wordt mijn ziel gekweld door zorgen

en mijn hart door verdriet overstelpt, dag aan dag?

Hoe lang nog houdt mijn vijand de overhand?

4Zie mij, antwoord mij, HEER, mijn God!

Verlicht mijn ogen, dat ik niet in doodsslaap wegzink.

5

13:5
Ps. 38:17
Laat mijn vijand niet roepen: ‘Ik heb hem verslagen,’

mijn belagers niet juichen omdat ik bezwijk.

6Ik vertrouw op uw liefde:

mijn hart zal juichen omdat u redding brengt,

ik zal zingen voor de HEER, hij heeft mij geholpen.