Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
23

231Als je bij een machtig man aan tafel zit,

vergeet dan niet wie je voor je hebt.

2Bedwing je gulzigheid,

ook al houd je van een goede maaltijd.

3Laat je niet verleiden door zijn lekkernijen,

want je wordt erdoor misleid.

4Tob jezelf niet af om rijk te worden,

zet dat plan opzij.

5Zodra je op rijkdom afvliegt,

is die al verdwenen.

Hij krijgt vleugels, plotseling,

en vliegt als een arend weg.

6Ga niet aan tafel bij een gierigaard,

laat je niet verleiden door zijn lekkernijen.

7Hij is door en door berekenend.

Zegt hij: ‘Tast toe,’ dan meent hij er niets van.

8Wat hij je voorzet, braak je uit,

je vriendelijke woorden zijn aan hem verspild.

9Spreek niet tegen een dwaas,

hij veracht je verstandige woorden.

10

23:10
Spr. 22:28
Verleg geen oude grenzen,

schend de akkers van wezen niet.

11

23:11
Ex. 22:21-23
Spr. 22:23
Want hun beschermer is sterk,

hij zal hun rechten tegen je verdedigen.

12Heb een open oor voor onderricht,

en een open geest voor kennis.

13

23:13
Spr. 19:18
Onthoud een kind geen onderricht,

van stokslagen gaat het niet dood.

14Sla het met de stok,

en je redt het van het dodenrijk.

15Mijn zoon, als je je verstand gebruikt,

loopt mijn hart over van vreugde.

16Ik word vervuld van blijdschap

als je een bedachtzaam oordeel hebt.

17

23:17
Ps. 37:1-4
73:3
Wees niet jaloers op zondaars,

heb altijd ontzag voor de HEER.

18

23:18
Spr. 24:14
Dan heb je een toekomst,

je hoop gaat niet verloren.

19Luister, mijn zoon, en word wijs,

kies de juiste weg.

20Ga niet om met dronkenlappen,

blijf bij gulzigaards vandaan.

21

23:21
Spr. 21:17
Want wie slempt en brast, wordt arm,

wie altijd zijn roes ligt uit te slapen,

gaat ten slotte in lompen gehuld.

22

23:22
Spr. 17:25
19:26
Luister naar je vader, hij die je verwekt heeft,

veracht je moeder niet wanneer ze oud is.

23Verwerf de waarheid en verkwansel haar niet,

laat je onderrichten, verwerf inzicht en wijsheid.

24

23:24
Spr. 10:1
De vader van een wijze is vol blijdschap,

wie een rechtvaardige verwekt, is vol vreugde over hem.

25Mogen je vader en je moeder zich verblijden,

zij die je gebaard heeft zich verheugen.

26Mijn zoon, geef me je vertrouwen,

vind vreugde in de weg die ik je wijs.

27

23:27
Spr. 22:14
Want een hoer is een valkuil,

een lichtzinnige vrouw een nauwe put.

28

23:28
Spr. 7:5-12
Ze legt hinderlagen als een rover,

door haar neemt ontrouw toe.

29Wie roept altijd ach en wee,

wie maakt altijd ruzie?

Wie heeft altijd wat te klagen,

wie raakt altijd nodeloos gewond?

Wie heeft altijd troebele ogen?

30Een dronkaard, die tot in de vroege morgen drinkt,

die blijft proeven van de wijn.

31Laat je niet verleiden door de glans van wijn,

wanneer hij fonkelt in de beker.

Hij glijdt zo makkelijk over de tong,

32maar later bijt hij als een slang,

spuit hij gif als een adder.

33Dan zie je vreemde dingen

en begin je wartaal uit te slaan.

34

23:34
Ps. 107:26-27
Je voelt je heen en weer geslingerd door de golven,

alsof je vastzit boven in het want.

35‘Ik ben geslagen, maar heb niets gevoeld,

ik ben afgerost, maar heb niets gemerkt.

Laat ik maar eens opstaan,

eerst een beker wijn.’

24

241

24:1
Spr. 23:17
Wees niet jaloers op kwaadaardige mensen,

zoek hun gezelschap niet,

2want ze hebben kwaad in de zin

en spreken onheilspellende woorden.

3Door wijsheid wordt een huis gebouwd,

door inzicht houdt het stand,

4door kennis worden de kamers gevuld

met rijke en kostbare pracht.

5Alleen een wijze heeft kracht,

inzicht maakt hem sterker.

6

24:6
Spr. 11:14
Voer een oorlog met beleid,

je zegeviert dankzij een keur van raadgevers.

7Voor een dwaas is wijsheid onbereikbaar,

als de oudsten in de poort bijeen zijn, weet hij niets te zeggen.

8Wie altijd kwaad in de zin heeft,

wordt een boosdoener genoemd.

9Het wangedrag van een dwaas is zondig,

een spotter wordt door iedereen verafschuwd.

10

24:10
Job 4:5
Ben je moedeloos wanneer je in het nauw zit,

dan schiet je kracht tekort.

11Bevrijd hen die ter dood veroordeeld zijn,

doe alles om hun leven te redden.

12

24:12
Ps. 62:13
Rom. 2:6
Zeg niet: ‘Ik wist het niet,’

want hij die de harten doorgrondt,

het innerlijk doorziet,

weet of je de waarheid spreekt.

Hij vergeldt elk mens naar zijn daden.

13Mijn zoon, eet honing, dat is goed voor je,

zoete honing streelt de tong.

14Zie wijsheid als de honing voor je leven.

Als je wijsheid vindt, heb je een toekomst,

je hoop gaat niet verloren.

15Jij, goddeloze, belaag niet het huis van een rechtvaardige,

verwoest zijn woning niet.

16

24:16
Job 5:19
Een rechtvaardige komt zevenmaal ten val,

maar telkens staat hij op.

Een goddeloze struikelt door zijn slechte daden,

en komt voorgoed ten val.

17

24:17
Job 31:29
Verheug je niet over de val van je vijand,

juich niet als hij ten onder gaat.

18Want de HEER ziet het en keurt het af,

en laat zijn woede op je vijand varen.

19

24:19
Ps. 37:1-2
Wind je niet op over kwaadaardige mensen,

wees niet jaloers op goddelozen.

20Want wie kwaad doet, heeft geen toekomst,

het licht van goddelozen wordt gedoofd.

21

24:21
1 Petr. 2:17
Mijn zoon, heb ontzag voor de HEER en de koning,

ga niet om met wie zich tegen hen verzetten.

22Ze gaan plotseling ten onder,

en wie weet hoe zwaar de ramp is die hen treft?

Meer spreuken

23

24:23
Spr. 28:21
Ook deze spreuken zijn afkomstig van de wijzen.

Een partijdig oordeel in een rechtszaak is verkeerd.

24Wie tegen een schuldige zegt: ‘Je bent onschuldig,’

wordt door alle volken verwenst,

wordt door alle naties vervloekt.

25Wie de schuldigen veroordeelt, zal het goed gaan,

hij wordt gezegend met voorspoed.

26Wie een eerlijk antwoord geeft,

is als iemand die een kus op je lippen drukt.

27Doe eerst je werk op het land,

maak eerst je akker gereed,

bouw daarna pas je huis.

28Leg over een ander geen vals getuigenis af,

waarom zou je liegen?

29Zeg niet: ‘Wat hij mij heeft aangedaan, doe ik hem aan.

Ik betaal hem met gelijke munt.’

30

24:30-34
Spr. 26:13-16
Ik liep over het veld van een luiaard,

door de wijngaard van een dwaas.

31Alles was overwoekerd door onkruid,

zijn hele terrein was met distels bedekt,

de muur lag in puin.

32Ik zag het, en nam het ter harte,

ik nam het in mij op, en trok er lering uit.

33

24:33-34
Spr. 6:10-11
Nog even dan? Nog even slapen, nog een beetje rusten,

een ogenblik nog blijven liggen?

34Armoede overvalt je als een struikrover,

als een bandiet slaat gebrek je neer.

25

Andere spreuken van Salomo

251

25:1
1 Kon. 5:12
Hier volgen andere spreuken van Salomo, die de dienaren van koning Hizkia van Juda hebben gekopieerd.

2

25:2
Deut. 29:28
Eer aan God, omdat hij dingen verbergt,

eer aan de koning, omdat hij dingen onderzoekt.

3Zo peilloos hoog als de hemel, zo peilloos diep als de aarde,

zo peilloos is het hart van een koning.

4Als het zilver van onzuiverheden is ontdaan,

maakt de edelsmid een prachtige vaas.

5Als de koning zich ontdoet van goddelozen,

schraagt gerechtigheid zijn troon.

6

25:6-7
Luc. 14:8-10
25:6
Sir. 7:4
13:9-10
Gedraag je niet aanmatigend in aanwezigheid van de koning,

ga niet op de plaats van een voornaam persoon staan.

7Het is beter dat de koning je naar voren roept

dan dat hij je plaats laat maken voor een edelman.

Als je denkt dat iemand iets misdaan heeft,

8sleep hem dan niet overijld voor het gerecht.

Wat zou je moeten doen

als hij je te schande maakt?

9Als je een rechtsgeding met iemand hebt,

onthul dan geen geheimen van een ander.

10Als hij dat te weten komt, word je zelf het slachtoffer:

hij maakt je te schande.

11Het juiste woord op de juiste tijd

is als een gouden appel op een zilveren schaal.

12

25:12
Spr. 15:31
Een wijze vermaning voor een luisterend oor

is als een gouden ring, een sieraad van het zuiverste goud.

13

25:13
Spr. 13:17
25:25
Een betrouwbare bode is voor zijn opdrachtgever

als een koele dronk tijdens de oogst: hij beurt hem op.

14Wie prat gaat op een geschenk zonder waarde,

is als wind en wolken zonder regen.

15Een heerser laat zich overtuigen door geduld,

kalme woorden breken krachtige tegenstand.

16

25:16
Spr. 25:27
Als je honing hebt gevonden, eet dan niet meer dan goed voor je is,

spaar je maag, anders braak je het uit.

17Bezoek een vriend alleen zo nu en dan,

anders word je hem te veel en gaat hij je haten.

18Wie een vals getuigenis tegen een ander aflegt,

is als een bijl, een zwaard, een scherpe pijl.

19Vertrouwen op een onbetrouwbaar mens in tijden van nood

is als eten met een rottend gebit, lopen met een verzwikte enkel.

20Als je zingt voor iemand die bedroefd is,

is het of je je ontkleedt op een koude dag,

of azijn op loog giet.

21

25:21-22
Rom. 12:20
25:21
Mat. 5:44
Als je vijand honger heeft, geef hem dan te eten,

als hij dorst heeft, geef hem dan te drinken.

22Dan stapel je gloeiende kolen op zijn hoofd,

en de HEER zal je belonen.

23Zoals de noordenwind een striemende regen brengt,

zo brengt geroddel woedende blikken.

24

25:24
Spr. 21:9
Je kunt beter in een hoekje op het dak wonen

dan in één huis met een vrouw die ruzie zoekt.

25

25:25
Spr. 25:13
Een goed bericht uit een ver land

is als koel water voor een dorstige keel.

26Een rechtvaardige die een goddeloze niet weerstaat,

is als een troebele bron, een vergiftigde put.

27

25:27
Spr. 25:16
Overmatig honing eten is niet goed,

overmatig eer zoeken al evenmin.

28Iemand zonder zelfbeheersing

is als een stad waarvan de muur is geslecht.