Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
4

Het koningschap van de HEER

41

4:1-3
Jes. 2:1-4
Eens zal de dag komen

dat de berg met de tempel van de HEER

rotsvast zal staan,

verheven boven de heuvels,

hoger dan alle bergen.

Volken zullen daar samenstromen,

2machtige naties zullen zeggen:

‘Laten we optrekken naar de berg van de HEER,

naar de tempel van Jakobs God.

Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen,

en wij zullen zijn paden bewandelen.’

Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht,

vanuit Jeruzalem spreekt de HEER.

3

4:3
Joël 4:10
Hij zal rechtspreken tussen machtige volken,

over grote en verre naties een oordeel vellen.

Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers

en hun speren tot snoeimessen.

Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk,

geen mens zal meer weten wat oorlog is.

4

4:4
Zach. 3:10
Ieder zal zitten onder zijn wijnrank

en onder zijn vijgenboom,

door niemand opgeschrikt,

want de HEER van de hemelse machten heeft gesproken.

5Laat andere volken hun eigen goden volgen –

wij vertrouwen op de naam van de HEER, onze God,

voor eeuwig en altijd.

6

4:6
Sef. 3:19
Als die tijd gekomen is – spreekt de HEER –

zal ik de kreupelen verzamelen,

de verstrooiden bijeenbrengen,

verenigen wie ik onheil heb gebracht.

7De kreupelen zal ik sparen,

van de verdrevenen maak ik een groot volk,

en op de Sion zal de HEER hun koning zijn,

van nu tot in eeuwigheid.

8En jij, wachttoren over de kudde, vesting van Sion,

jij zult je vroegere heerschappij herkrijgen,

aan jou, Jeruzalem, behoort het koningschap toe.

9Waarom schreeuw je nu?

Heb je dan geen koning meer,

of is je raadgever verdwenen,

dat je ineenkrimpt van pijn, als in barensnood?

10Krimp ineen en schreeuw het uit, vrouwe Sion,

krimp ineen als een vrouw die baren moet.

Je zult de stad moeten verlaten

en gaan leven op het veld.

Je zult naar Babel gaan,

en daar zul je worden bevrijd,

uit de handen van je vijanden

worden vrijgekocht door de HEER.

11Nu lopen vele volken tegen je te hoop,

ze zeggen: ‘Laat Sion maar worden ontwijd,

wij zullen ervan genieten!’

12

4:12
Jes. 55:8-9
Maar ze weten niet wat de HEER met ze voorheeft,

ze hebben geen inzicht in zijn besluit:

dat hij ze verzameld heeft als graan op de dorsvloer.

13

4:13
Joz. 3:11
Zach. 4:14
6:5
Vrouwe Sion, dors hen.

Ik geef je een horen van ijzer

en hoeven van brons,

je zult die volken vertrappen.

Wat ze hebben buitgemaakt zal voor de HEER zijn,

aan de Heer van de hele aarde komt hun vermogen toe.

14Kerf nu, krijgszuchtige vrouw, je lichaam open;

onze muren worden belegerd,

en hij die Israël leiden moet

wordt met een staf in het gezicht geslagen.

5

51

5:1
1 Sam. 17:12
Mat. 2:6
Joh. 7:42
Uit jou, Betlehem in Efrata,

te klein om tot Juda’s geslachten te behoren,

uit jou komt iemand voort die voor mij over Israël zal heersen.

Zijn oorsprong ligt in lang vervlogen tijden,

in de dagen van weleer.

2

5:2
Jes. 7:14
Totdat de vrouw die zwanger is haar kind heeft gebaard,

worden zijn broeders aan hun lot overgelaten.

Daarna zullen wie er nog over zijn

terugkeren naar de andere Israëlieten.

3Hij zal aantreden en hen als een herder weiden,

bekleed met de macht van de HEER, zijn God,

met de majesteit van diens verheven naam.

Zij zullen veilig wonen,

want hij zal heersen tot aan de einden der aarde,

4en hij brengt vrede.

Wanneer Assyrië ons land binnenvalt

en zijn voet in onze paleizen zet,

zullen wij zeven herders doen opstaan,

ja, acht vorsten uit mensen gekozen.

5Met het zwaard zullen zij Assyrië kaalslaan,

met blinkende wapens5:5 met blinkende wapens – Volgens sommige oude vertalingen. MT: ‘in zijn poorten’. Nimrod vernietigen.

Hij zal ons bevrijden van Assyrië

wanneer het ons land binnenvalt

en onze grenzen overschrijdt.

6

5:6
Hos. 14:6
En wat er van Jakob is overgebleven,

te midden van machtige volken,

zal zijn als dauw die van de HEER komt,

als regendruppels op het groen,

dat niets verwacht van een mens

en niet naar mensenkinderen uitziet.

7Wat er van Jakob is overgebleven,

te midden van grote volken,

zal zijn als een machtige leeuw tussen het wild,

als een leeuw die de kudde binnendringt,

een leeuw die vertrapt en verscheurt,

en er is niemand die hem tegenhoudt.

8Mogen je aanvallers je kracht leren kennen,

mogen je vijanden worden vernietigd!

9

5:9-14
Jes. 2:6-22
Op die dag zal het gebeuren – spreekt de HEER –

dat ik je paarden zal afslachten

en je strijdwagens vernietigen.

10Ik zal de steden in je land verwoesten

en je vestingen neerhalen.

11Je tovermiddelen zal ik je ontnemen,

ik laat geen waarzeggers meer toe.

12Je godenbeelden zal ik vernietigen,

evenals je gewijde stenen,

en je zult niet langer knielen voor wat je zelf hebt gemaakt.

13Je Asjerapalen zal ik verwijderen,

je tempelburchten zal ik verwoesten,

14en in mijn hevige toorn neem ik wraak

op alle volken die niet hebben geluisterd.

6

De gerechtigheid van de HEER

61

6:1-3
Jes. 3:13-15
5:3-4
6:1
Hos. 4:1-3
Hoor toch wat de HEER zegt!

Sta op, laat de bergen uw rechtsgeding horen,

laat de heuvels getuige zijn.

2Luister, bergen, naar het pleidooi van de HEER,

hoor toe, onwrikbare fundamenten van de aarde.

De HEER heeft een geschil met zijn volk,

hij klaagt Israël aan:

3‘Mijn volk, wat heb ik je misdaan?

Waarmee heb ik je gekweld? Antwoord mij!

4

6:4
Ex. 4:10-16
12:50-51
15:20
Deut. 5:6
7:8
1 Sam. 12:6
Ik heb je weggeleid,

bevrijd uit de slavernij in Egypte.

Ik zond Mozes, Aäron en Mirjam

om jullie voor te gaan.

5

6:5
Num. 22:2-24:25
Joz. 3:1-4:19
Ben je dan vergeten, mijn volk,

wat Balak besloot, de koning van Moab,

wat Bileam, de zoon van Beor, hem antwoordde?

Ben je vergeten wat er gebeurde tussen Sittim en Gilgal?

Ken je de gerechtigheid van de HEER niet meer?’

6‘Wat kan ik de HEER aanbieden,

waarmee hulde brengen aan de verheven God?

Moet ik hem tegemoet treden met brandoffers,

zou hij eenjarige stieren aanvaarden?

7Kan ik hem gunstig stemmen met duizenden rammen,

met olie, stromend in tienduizend beken?

Moet ik mijn oudste kind geven voor wat ik heb misdaan,

de vrucht van mijn schoot voor mijn zondig leven?’

8Er is jou, mens, gezegd wat goed is,

je weet wat de HEER van je wil:

niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten

en nederig de weg te gaan van je God.

9

6:9
Jes. 10:5
Hoor, de HEER roept tot de stad – wie wijs is heeft ontzag voor uw naam.6:9 heeft ontzag voor uw naam – Voorgestelde lezing ondersteund door de oudste vertalingen. MT: ‘zal uw naam zien’. Hoor het striemen van de roede: wie zou er dan nog voor haar getuigen?6:9 wie zou er dan nog voor haar getuigen – Voorgestelde lezing. MT: ‘wie heeft haar nog bestemd’. 10
6:10-11
Spr. 11:1
Amos 8:5
Zou ik geen aandacht schenken aan de schatten6:10 Zou ik geen aandacht schenken aan de schatten – Voorgestelde lezing. MT: ‘Zijn er schatten’. in het huis van een gewetenloos mens, schatten door onrecht verkregen, of aan die ondermaatse efa, die om vergelding schreeuwt? 11Zou ik een onzuivere weegschaal, een buidel met valse gewichten door de vingers zien? 12De rijken van de stad zijn een en al geweld, haar inwoners zijn bedriegers, ze hebben een leugenachtige tong. 13Daarom ook ben ik begonnen je te slaan,6:13 ben ik begonnen je te slaan – Volgens de oudste vertalingen. MT: ‘heb ik ziek gemaakt [door] je te slaan’. je te treffen vanwege je zonden. 14
6:14
Hos. 4:10-11
Nu zul je eten maar niet verzadigd worden, en je darmen raken verstopt. Wat je opbergt kun je niet behouden, en wat je wel behoudt laat ik ten prooi vallen aan het zwaard. 15
6:15
Deut. 28:30-33
Amos 5:11
Je zult wel zaaien maar niets oogsten, je zult olijven persen maar je niet met olie inwrijven, je zult druiven treden maar geen wijn drinken. 16
6:16
1 Kon. 16:21-34
21:25-26
Jullie houden je graag aan de bepalingen van Omri en aan de besluiten van het huis van Achab, jullie volgen hun raad. Daarom maak ik van jullie, inwoners van de stad, een afschrikwekkend voorbeeld en een voorwerp van spot, en je zult de schande van mijn volk dragen.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]