Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
2

21Wat volgt, priesters, is mijn besluit. 2

2:2
Deut. 28:15
Als jullie niet luisteren, en als jullie niet ter harte nemen dat je mijn naam in ere moet houden – zegt de HEER van de hemelse machten –, dan zal ik jullie met mijn vloek treffen en vervloek ik alles waarmee jullie gezegend zijn; ik zal jullie zéker vervloeken, want jullie nemen het toch niet ter harte. 3Ik zal jullie nageslacht treffen en jullie de mest van de offerdieren in het gezicht gooien. Jullie zullen uiteindelijk zelf op de mesthoop belanden! 4
2:4
Num. 3:11-13
25:12-13
Deut. 18:1-18
33:8-11
Weet dat ik dit besloten heb op grond van mijn verbond met Levi – zegt de HEER van de hemelse machten. 5Ik beloofde Levi leven en vrede, en die heb ik hem gegeven; van Levi verwachtte ik eerbied, en hij, vervuld van diep ontzag voor mijn naam, eerde mij. 6Alles wat hij onderwees bevatte waarheid, en er kwam niets verkeerds over zijn lippen. Hij was rechtschapen en hij leefde in vrede met mij; velen hield hij af van het kwaad. 7Kennis ligt op de lippen van de priester en waarheid zoekt men in wat hij zegt, want hij is een bode van de HEER van de hemelse machten. 8Maar jullie zijn afgeweken van de weg die ik je wees, veel mensen zijn gestruikeld door wat jullie hun leerden. Jullie hebben mijn verbond met Levi geschonden – zegt de HEER van de hemelse machten. 9Daarom zal ik ervoor zorgen dat heel het volk jullie minacht en op je neerkijkt, want jullie volgen de weg niet die ik je wijs en jullie hechten geen waarde aan mijn wetten.

10

2:10
Ef. 4:6
Hebben wij niet allemaal dezelfde vader, heeft niet een en dezelfde God ons geschapen? Waarom behandelen wij elkaar dan zo trouweloos en schenden wij het verbond dat hij met onze voorouders sloot? 11Juda heeft trouweloos gehandeld, en in Israël en Jeruzalem heeft men zich gruwelijk misdragen. Juda heeft ontwijd wat de HEER heilig is en wat hij liefheeft; Juda is getrouwd met een vrouw die een vreemde god vereert. 12Moge de HEER iedereen uit het volk van Jakob stoten die iemand beschermt die zoiets doet, iedereen die het voor zo iemand opneemt of voor hem offert aan de HEER van de hemelse machten. 13En verder: jullie storten hete tranen op het altaar van de HEER, jullie jammeren en kreunen omdat hij niet naar je offers omziet en ze niet uit jullie handen aanvaardt. 14
2:14
Spr. 2:17
En jullie vragen je af: Waarom toch? Omdat je de vrouw met wie je je leven deelde trouweloos behandeld hebt, de vrouw met wie je in je jeugd een verbintenis bent aangegaan, waarvan de HEER getuige is geweest. 15Wie ook maar een beetje verstand heeft doet zoiets niet, want iedereen wil toch een nageslacht dat door God gewild is? Speel niet met je leven en behandel de vrouw van je jeugd niet trouweloos. 16Want de HEER, de God van Israël, zegt dat hij het verafschuwt wanneer een man zijn vrouw wegstuurt. Wie zoiets doet besmeurt zichzelf met onrecht – zegt de HEER van de hemelse machten. Speel niet met je leven en gedraag je niet langer trouweloos.

17

2:17
Job 21:7-8
Mal. 3:14-15
Met jullie gepraat vallen jullie de HEER lastig, en dan vragen jullie: ‘Hoezo vallen wij hem lastig?’ Door te zeggen: ‘Iedereen die kwaad doet, doet wat goed is in de ogen van de HEER, zulke mensen bevallen hem.’ Of: ‘Waar is nu de God die rechtspreekt?’

3

31

3:1
Mat. 11:10
Marc. 1:2
Luc. 1:76
7:27
Let op, ik zal mijn bode zenden; hij zal de weg voor mij effenen. Opeens zal hij naar zijn tempel komen, de Heer naar wie jullie uitzien, de engel van het verbond naar wie jullie verlangen. Komen zal hij – zegt de HEER van de hemelse machten. 2
3:2
Joël 2:11
Nah. 1:6
Op. 6:17
Wie zal die dag kunnen doorstaan? Wie zal overeind blijven wanneer hij verschijnt? Hij is als het vuur van een smid, als het loog van een wolwasser. 3Hij zal zitting houden als iemand die zilver smelt en het zuivert; de zonen van Levi zal hij zuiveren en zeven als goud en zilver, en dan zullen ze op de juiste wijze offeren aan de HEER. 4De offers van Juda en Jeruzalem zullen de HEER met vreugde vervullen, zoals in vroeger jaren, zoals in de dagen van weleer. 5Ik zal naar jullie toe komen om recht te spreken, en ik zal niet aarzelen te getuigen tegen tovenaars en echtbrekers, tegen mensen die meineed plegen en mensen die hun dagloners uitbuiten, en tegen allen die weduwen en wezen onderdrukken en vreemdelingen geen plaats gunnen, want geen van allen hebben zij ontzag voor mij – zegt de HEER van de hemelse machten.

6Ik, de HEER, ben niet veranderd, en jullie gedragen je nog altijd als nakomelingen van Jakob. 7

3:7
Zach. 1:3
Jullie voorouders hielden zich al niet aan mijn geboden, en ook jullie doen dat niet. Keer terug naar mij – zegt de HEER van de hemelse machten –, dan zal ik naar jullie terugkeren; en jullie zeggen: ‘Hoezo moeten we terugkeren?’ 8Vinden jullie dat een mens God mag bestelen? Toch bestelen jullie mij, en zeggen dan: ‘Hoezo bestelen we u?’ Door de tienden en de heffingen achter te houden! 9Jullie zijn vervloekt en nogmaals vervloekt, en toch blijft het hele volk mij bestelen. 10
3:10
Lev. 27:30
Deut. 12:5-7
14:22-29
28:8,12
Spr. 3:9-10
Stel mij maar eens op de proef – zegt de HEER van de hemelse machten. Breng alle tienden naar mijn voorraadkamer, zodat er voedsel in mijn tempel is, en zie dan of ik niet de sluizen van de hemel voor jullie open en zegen in overvloed op jullie land laat neerdalen. 11Ik zal de sprinkhaan onschadelijk maken zodat hij de opbrengst van de aarde niet meer kan verwoesten, en de druiventros zal niet meer verdorren in de wijngaarden – zegt de HEER van de hemelse machten. 12Alle volken zullen jullie gelukkig prijzen, want jullie zullen wonen in een heerlijk land – zegt de HEER van de hemelse machten.

13Jullie hebben tegen elkaar harde woorden over mij gesproken – zegt de HEER –, en jullie vragen: ‘Wat hebben we dan over u gezegd?’ 14

3:14-15
Mal. 2:17
3:14
Job 21:14-15
Jullie hebben gezegd: ‘Wat heeft het voor nut om God te dienen, wat hebben we eraan dat we zijn voorschriften in acht nemen en ons in een boetekleed hullen voor de HEER van de hemelse machten? 15We moeten de hoogmoedigen wel gelukkig prijzen, want wie zich goddeloos gedraagt gaat het voor de wind, en wie God beproeft komt er goed vanaf!’

16

3:16
Ps. 56:9
Zo spraken de mensen die ontzag voor de HEER hadden tegen elkaar, en de HEER hoorde het en luisterde aandachtig. In zijn bijzijn werden in een boek de namen van de mensen opgetekend die ontzag voor de HEER hadden, die zijn naam hoogachtten. 17
3:17
Ps. 103:13
Op de dag die ik voorbereid – zegt de HEER van de hemelse machten – zullen zij mijn eigendom zijn. Ik zal hen sparen zoals je een kind spaart dat je gehoorzaam is. 18Dan zullen jullie het verschil weer zien tussen rechtvaardigen en wettelozen, tussen mensen die God gehoorzamen en wie dat niet doen. 19Die3:19-24 In sommige vertalingen zijn deze verzen genummerd als 4:1-6. dag zal zeker komen, brandend als een oven. Wie hoogmoedig zijn of wie zich goddeloos gedragen, zullen dan slechts stoppels zijn die door de hitte van die dag worden verschroeid – zegt de HEER van de hemelse machten. Geen wortel of tak zal er van hen overblijven. 20Maar voor jullie die ontzag voor mijn naam hebben zal de zon stralend opgaan, de zon die gerechtigheid brengt en genezing in haar vleugels draagt. Huppelend als kalveren die op stal hebben gestaan zullen jullie naar buiten komen. 21Dan vertrappen jullie de wettelozen; op de dag die ik voorbereid, zullen zij niet meer zijn dan stof onder jullie voeten – zegt de HEER van de hemelse machten.

22Houd je aan het onderricht van Mozes, mijn dienaar, aan wie ik op de Horeb regels en wetten heb gegeven die gelden voor heel Israël. 23

3:23
Mat. 17:10-13
Marc. 9:11-13
Voordat de dag van de HEER aanbreekt, die groot is en ontzagwekkend, stuur ik jullie de profeet Elia, 24
3:24
Sir. 48:10
en hij zal ervoor zorgen dat ouders zich verzoenen met hun kinderen en kinderen zich verzoenen met hun ouders. Anders zou ik het land volledig moeten vernietigen.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]