Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
60

Het nieuwe Jeruzalem

601

60:1-22
Op. 21:9-27
60:1-2
Jes. 9:1
Sta op en schitter, je licht is gekomen,

over jou schijnt de luister van de HEER.

2Duisternis bedekt de aarde

en donkerte de naties,

maar over jou schijnt de HEER,

zijn luister is boven jou zichtbaar.

3Volken laten zich leiden door jouw licht,

koningen door de glans van je schijnsel.

4

60:4
Jes. 49:18
Bar. 5:5-6
Open je ogen, kijk om je heen:

ze stromen in drommen naar je toe;

je zonen komen van ver,

je dochters worden op de heup gedragen.

5

60:5
Ps. 72:10
Je zult stralen van vreugde als je het ziet,

je hart zal van blijdschap overslaan.

De schatten van de zee zullen je toevallen,

de rijkdom van vreemde volken valt je in de schoot.

6Een vloed van kamelen zal je land overspoelen,

jonge kamelen uit Midjan en Efa.

Uit Seba komen ze in groten getale,

beladen met wierook en goud.

Zij verkondigen de roemrijke daden van de HEER.

7

60:7
Gen. 25:13
Alle schapen en geiten van Kedar

worden voor jou bijeengedreven,

Nebajots rammen staan je ter beschikking;

ze zijn weer welkom als offer op mijn altaar.

Mijn tempel zal ik in alle luister herstellen.

8Wie zijn het die daar zweven als een wolk,

die komen aanvliegen als duiven naar hun til?

9

60:9
Jes. 55:5
De kustlanden hebben hun hoop op mij gevestigd.

De schepen uit Tarsis gaan voorop

om je kinderen van verre terug te brengen;

ze hebben zilver en goud bij zich

ter ere van de HEER, je God,

de Heilige van Israël,

die jou deze luister heeft verleend.

10

60:10
Jes. 54:8
Vreemdelingen zullen je muren herbouwen,

hun koningen staan je ter beschikking.

Ik heb je geslagen in mijn woede,

in mijn mededogen zal ik me over je ontfermen.

11Je poorten zullen nooit gesloten worden,

dag en nacht zullen ze openstaan,

zodat de rijkdom van vreemde volken kan binnenstromen,

met de koningen die worden meegevoerd.

12Elk volk of koninkrijk dat weigert

jou te dienen, zal ten onder gaan;

al die volken zullen worden verdelgd en vernietigd.

13

60:13
Jes. 35:2
De luister van de Libanon,

den, sneeuwbal en cipres,

ze zullen bij je komen,

om mijn heiligdom luister bij te zetten;

zo eer ik de plaats waar mijn voeten rusten.

14

60:14
Jes. 1:26
49:23
Op. 3:9
Met gebogen hoofd zullen ze komen,

de zonen van je onderdrukkers,

en iedereen die jou verachtte

zal zich aan je voeten neerwerpen.

Ze noemen je ‘Stad van de HEER’,

‘Sion van de Heilige van Israël’.

15

60:15
Jes. 62:4,12
Eens was je verlaten en gehaat

en werd je door niemand bezocht,

maar ik zal je eeuwige roem verlenen,

geslacht op geslacht zul je een bron van vreugde zijn.

16

60:16
Jes. 49:23,26
Je zult de melk van vreemde volken drinken,

je wordt gezoogd door koninklijke borsten.

Dan zul je beseffen

dat ik, de HEER, je redder ben,

je beschermer, de Machtige van Jakob.

17In plaats van koper zal ik je goud brengen,

in plaats van ijzer breng ik zilver,

koper in plaats van bomen,

ijzer in plaats van stenen.

Ik stel de vrede aan als wachter

en de gerechtigheid als het gezag.

18Van geweld in je land wordt niets meer vernomen,

noch van verwoesting en rampspoed binnen je grenzen.

Je zult je muren Redding noemen

en je poorten Faam.

19

60:19-20
Op. 22:5
Overdag is het licht van de zon niet meer nodig,

de glans van de maan hoeft je niet te verlichten,

want de HEER zal je voor altijd licht geven

en je God zal voor je schitteren.

20

60:20
Op. 21:23
Je zon zal niet meer ondergaan,

je maan niet meer verbleken,

want de HEER zal je voor altijd licht geven.

De dagen van je rouw zijn voorbij.

21

60:21
Jes. 57:13
Je volk telt enkel nog rechtvaardigen,

zij zullen het land voorgoed bezitten.

Zij zijn de eerste scheuten van wat ik heb geplant,

ik heb hen gemaakt om mijn luister te tonen.

22De geringste groeit uit tot een duizendtal,

de kleinste tot een machtig volk.

Ik, de HEER, zal dit spoedig volvoeren,

wanneer de tijd is gekomen.

61

Profetie over de komende glorie

611

61:1-2
Luc. 4:18-19
61:1
Jes. 11:2
42:1
Mat. 11:5
Luc. 7:22
De geest van God, de HEER, rust op mij,

want de HEER heeft mij gezalfd.

Om aan armen het goede nieuws te brengen

heeft hij mij gezonden,

om aan verslagen harten hoop te bieden,

om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken

en aan geketenden hun bevrijding,

2om een genadejaar van de HEER uit te roepen

en een dag van wraak voor onze God,

om allen die treuren te troosten,

3om aan Sions treurenden te schenken

een kroon op hun hoofd in plaats van stof,

vreugdeolie in plaats van een rouwgewaad,

feestkledij in plaats van verslagenheid.

Men noemt hen ‘Terebinten van gerechtigheid’,

geplant door de HEER als teken van zijn luister.

4

61:4
Jes. 58:12
Wat eertijds vernield werd, zullen zij herbouwen,

de lang verlaten streken weer bevolken;

ze herstellen de vervallen steden,

verlaten sinds mensenheugenis.

5

61:5
Jes. 14:2
Vreemden staan je ten dienste en hoeden je schapen,

vreemdelingen worden je dagloner of wijnbouwer.

6

61:6
Op. 1:6
En jullie worden priester van de HEER genoemd,

dienaar van onze God zul je heten.

Je zult je te goed doen aan de rijkdom

door vreemde volken vergaard,

je zult je met hun luister bekleden.

7De smaad die je verdiende loon werd genoemd,

je schande wordt je dubbel vergoed.

Daarom erven zij dubbel van het land

en is eeuwige vreugde hun deel.

8

61:8
Jes. 55:3
Want ik, de HEER, heb het recht lief,

ik haat offers van roofgoed.

Ik zal hen getrouw belonen,

een eeuwig verbond sluit ik met hen.

9Hun kinderen zullen vermaard zijn bij alle volken,

heel de aarde kent hun nageslacht.

Dan zullen allen die hen zien erkennen:

‘Dat zijn de kinderen die de HEER heeft gezegend.’

10Ik vind grote vreugde in de HEER,

mijn hele wezen jubelt om mijn God.

Hij deed mij het kleed van de bevrijding aan,

hulde mij61:10 hulde mij – Voorgestelde lezing. MT: ‘hult hij mij’. in de mantel van de gerechtigheid,

zoals een bruidegom een kroon opzet,61:10 opzet – Volgens de Septuaginta en de Vulgata. MT: ‘het priesterambt vervult’.

zoals een bruid zich tooit met haar sieraden.

11

61:11
Jes. 45:8
Want zoals de aarde haar gewassen voortbrengt,

zoals een tuin het gezaaide laat ontkiemen,

zo laat God, de HEER, gerechtigheid ontkiemen

en glorie voor het oog van alle volken.

62

Vreugde over Jeruzalem

621Omwille van Sion zal ik niet zwijgen,

omwille van Jeruzalem ben ik niet stil,

totdat het licht van haar gerechtigheid daagt

en de fakkel van haar redding brandt.

2

62:2
Jes. 56:5
Op. 2:17
3:12
Alle volken zullen je gerechtigheid zien,

alle koningen je majesteit.

Men zal je noemen bij een nieuwe naam

die de HEER zelf heeft bepaald.

3Je zult een schitterende kroon zijn

in de hand van de HEER,

een koninklijke tulband

in de hand van je God.

4Men noemt je niet langer Verlatene

en je land niet langer Troosteloos oord,

maar je zult heten Mijn verlangen

en je land Mijn bruid.

Want de HEER verlangt naar jou

en je land wordt ten huwelijk genomen.

5

62:5
Jes. 65:19
Zoals een jongeman een meisje tot vrouw neemt,

zo zullen jouw zonen jou ten huwelijk nemen,

en zoals de bruidegom zich verheugt over zijn bruid,

zo zal je God zich over jou verheugen.

6

62:6
Jes. 52:8
Jeruzalem, ik heb wachters op je muren gezet

die nooit zullen zwijgen, dag noch nacht.

Jullie die een beroep doen op de HEER,

gun jezelf geen rust

7en gun hem evenmin rust,

totdat hij Jeruzalem weer heeft gegrondvest

en haar roem op aarde heeft bevestigd.

8

62:8
Deut. 28:30-33
De HEER heeft gezworen bij zijn rechterhand

en bij zijn sterke arm:

‘Nooit meer geef ik jullie graan

aan je vijanden te eten,

nooit meer zullen vreemdelingen de wijn drinken

waarvoor jullie je hebben afgemat.

9Zij die het graan oogsten, zullen er ook van eten

en ze zullen de HEER erom prijzen;

zij die de druiven plukken, zullen ervan drinken

in de voorhoven van mijn heiligdom.’

10

62:10
Jes. 49:22
Ga door de poorten, ga erdoorheen,

maak de weg vrij voor het volk.

Ruim baan! Effen de weg en verwijder de stenen,

steek het vaandel op voor de volken.

11

62:11
Jes. 40:10
Op. 22:12
De HEER laat overal horen,

tot aan de einden der aarde:

‘Verkondig aan vrouwe Sion:

“Je redder komt!

Zijn loon heeft hij bij zich,

zijn beloning gaat voor hem uit.”’

12

62:12
Jes. 1:26
62:4
Dan noemt men hen ‘Het heilige volk’,

‘Volk dat door de HEER is vrijgekocht’,

en jij zult ‘Geliefde’ heten,

‘Nooit verlaten stad’.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]