Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
54

Eerherstel voor Jeruzalem, de bruid van de HEER

541

54:1
1 Sam. 2:5
Ps. 113:9
Gal. 4:27
Jubel, onvruchtbare vrouw,

jij die nooit een kind hebt gebaard;

breek uit in gejuich en gejubel,

jij die geen weeën hebt gekend.

Want – zegt de HEER –,

de kinderen van deze verstoten vrouw

zullen talrijker zijn dan die van de gehuwde.

2

54:2
Jes. 26:15
33:20
49:20
Jer. 10:20
Vergroot de plaats voor je tent,

span het tentdoek wijder uit,

zonder enige terughoudendheid.

Verleng de touwen,

zet de tentpinnen vast.

3Naar alle kanten zul je je uitbreiden,

je nageslacht zal de vreemde volken verdrijven

en de verlaten steden bevolken.

4Wees niet bang: je zult niet worden beschaamd;

wees niet bedrukt: je zult niet worden vernederd.

Je zult de schande van je jeugd vergeten,

je de smaad van je weduwschap niet meer herinneren.

5Want je maker neemt je tot vrouw,

HEER van de hemelse machten is zijn naam.

De Heilige van Israël zal je bevrijder zijn,

men noemt hem God van de hele aarde.

6

54:6
Jes. 49:14-15
Je was een verlaten, wanhopige vrouw

toen de HEER je terugriep.

Kan iemand de vrouw van zijn jeugd verstoten? – zegt je God.

7Ik heb je slechts een ogenblik verlaten,

maar met open armen zal ik je weer ontvangen.

8

54:8
Ps. 30:6
Jes. 60:10
Ik verborg mijn gezicht voor je

in laaiende toorn, één ogenblik lang,

maar ik zal me weer over je ontfermen

met eeuwigdurende liefde,

zegt de HEER, die je vrijkoopt.

9

54:9
Gen. 9:11
Dit is voor mij als bij de vloed van Noach:

zoals ik heb gezworen dat het water van Noach

nooit meer de aarde zou overspoelen,

zo zweer ik dat mijn toorn jou niet meer treft

en dat ik je nooit meer bedreig.

10

54:10
Judit 16:15
Al zouden de bergen wijken

en de heuvels wankelen,

mijn liefde zal nooit meer van jou wijken

en mijn vredesverbond is onwankelbaar

– zegt de HEER, die zich over je ontfermt.

11

54:11
Jes. 60:17-18
Tob. 13:17
Ongelukkige, zo opgejaagd en ongetroost.

Met fijne leem zal ik je stenen inleggen,

op saffier zal ik je grondvesten.

12

54:12
Op. 21:18-21
Ik maak je torens van robijn,

je poorten van beril,

je muren van kostbare edelstenen.

13

54:13
Jer. 31:33-34
Joh. 6:45
Al je kinderen worden onderricht door de HEER,

rust en vrede zal hun ten deel vallen;

14gerechtigheid zal je fundament zijn.

Je zult niets meer te vrezen hebben:

onderdrukking zal je niet bereiken,

voor terreur blijf je gevrijwaard.

15Word je toch aangevallen, het komt niet van mij.

Valt iemand je aan? Het wordt zijn eigen val.

16Ik heb de smid geschapen,

die het gloeiende vuur aanblaast

om gereedschap te vervaardigen voor een zeker doel;

zo heb ik ook de vernietiger geschapen,

die verderf wil zaaien.

17Maar elk wapen dat tegen jou wordt gesmeed

zal machteloos zijn,

en ieder die jou in een geding belastert

zal zelf veroordeeld worden.

Dit is het deel dat de dienaren van de HEER toekomt,

dit is het recht dat ik hun toeken – spreekt de HEER.

55

Een nieuw verbond

551

55:1
Joh. 7:37
Op. 21:6
22:17
Hierheen! Hier is water,

voor ieder die dorst heeft.

Kom, ook al heb je geen geld.

Koop hier je voedsel en eet.

Kom, koop voedsel zonder geld,

koop wijn en melk zonder betaling.

2

55:2
Joh. 6:35
Waarom geld betalen voor iets dat geen brood is,

je loon besteden aan wat niet verzadigen kan?

Luister aandachtig naar mij,

en je zult ruimschoots te eten hebben

en genieten van een overvloedig maal.

3

55:3
Jes. 61:8
Leen mij je oor en kom bij mij,

luister, en je zult leven.

Ik sluit met jullie een eeuwigdurend verbond,

als bevestiging van mijn liefde voor David.

4

55:4
Op. 1:5
Hem heb ik aangesteld

als vorst en heerser over de naties,

als getuige voor de volken.

5Ook jij zult een volk ontbieden

dat je nog niet kende,

en een volk dat jou nog niet kende

zal zich haasten om bij je te zijn,

omwille van de HEER, je God,

de Heilige van Israël,

die je deze luister heeft verleend.

6

55:6
Deut. 4:7
Ps. 145:18
Zoek de HEER nu hij zich laat vinden,

roep hem terwijl hij nabij is.

7

55:7
Zach. 1:3
Laat de goddeloze zijn slechte weg verlaten,

laat de onrechtvaardige zijn snode plannen herzien.

Laat hij terugkeren naar de HEER,

die zich over hem zal ontfermen;

laat hij terugkeren naar onze God,

die hem ruimhartig zal vergeven.

8

55:8
Rom. 11:33
Mijn plannen zijn niet jullie plannen,

en jullie wegen zijn niet mijn wegen – spreekt de HEER.

9

55:9
Ps. 103:11
Want zo hoog als de hemel is boven de aarde,

zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven,

en mijn plannen jullie plannen.

10

55:10
2 Kor. 9:10
Zoals regen of sneeuw neerdaalt uit de hemel

en daarheen niet terugkeert

zonder eerst de aarde te doordrenken,

haar te bevruchten en te laten gedijen,

zodat er zaad is om te zaaien en brood om te eten –

11zo geldt dit ook voor het woord

dat voortkomt uit mijn mond:

het keert niet vruchteloos naar mij terug,

niet zonder eerst te doen wat ik wil

en te volbrengen wat ik gebied.

12Vol vreugde zullen jullie uittrekken

en in vrede zul je huiswaarts keren.

Bergen en heuvels zullen je juichend begroeten,

en alle bomen zullen in de handen klappen.

13

55:13
Jes. 41:19
Doornstruiken maken plaats voor cipressen,

distels voor mirtenstruiken.

Zo zal de HEER zich roem verwerven,

het is een eeuwig en onvergankelijk teken.

56

Redding ook voor buitenstaanders

561

56:1
Jes. 46:13
51:6-8
Dit zegt de HEER:

Handel rechtvaardig, handhaaf het recht;

de redding die ik breng is nabij,

en weldra openbaar ik mijn gerechtigheid.

2

56:2
Ex. 20:8-11
Jes. 58:13
Gelukkig de mens die zo handelt,

het mensenkind dat hieraan vasthoudt;

hij neemt de sabbat in acht en ontwijdt hem niet,

hij weerhoudt zijn hand van het kwaad.

3De vreemdeling die zich met de HEER heeft verbonden,

laat hij niet zeggen:

‘De HEER zondert mij zeker af van zijn volk.’

En laat de eunuch niet zeggen:

‘Ik ben maar een dorre boom.’

4

56:4-5
Wijsh. 3:14-15
Want dit zegt de HEER:

De eunuch die mijn sabbat in acht neemt,

die keuzes maakt naar mijn wil,

die vasthoudt aan mijn verbond,

5hem geef ik iets beters dan zonen en dochters:

een gedenkteken en een naam in mijn tempel

en binnen de muren van mijn stad.

Ik geef hem een eeuwige naam,

een naam die onvergankelijk is.

6En de vreemdeling die zich met de HEER heeft verbonden

om hem te dienen en zijn naam lief te hebben,

om dienaar van de HEER te zijn

– ieder die de sabbat in acht neemt en niet ontwijdt,

ieder die vasthoudt aan mijn verbond –,

7

56:7
1 Kon. 8:41-43
Ps. 15:1
Mat. 21:13
Marc. 11:17
Luc. 19:46
hem breng ik naar mijn heilige berg,

hem schenk ik vreugde in mijn huis van gebed;

zijn offers zijn welkom op mijn altaar.

Mijn tempel zal heten ‘Huis van gebed voor alle volken’.

8Zo spreekt God, de HEER,

die bijeenbrengt wie uit Israël verdreven waren:

Ik breng er nog meer bijeen dan al bijeengebracht zijn.

Ontrouwe profeten en een overspelig volk

9Laat de dieren van het veld komen om te eten,

en alle dieren uit het woud.

10Want al mijn wachters zijn blind, ze merken niets;

ze zijn stom als waakhonden die niet kunnen blaffen:

vadsig en hijgend liggen ze daar,

ze willen alleen maar luieren.

11

56:11
Jer. 10:21
23:1-2
Ezech. 34:2
Vraatzuchtige honden zijn het, onverzadigbaar.

Het zijn herders die geen inzicht kunnen bieden,

allemaal gaan ze hun eigen weg,

ieder belust op eigen voordeel.

12

56:12
Jes. 5:11
28:7
‘Kom, ik haal nog wat wijn,

we gieten ons vol met drank.

En morgen doen we het weer net zo

of pakken we het nog grootser aan.’