Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
42

421

42:1-7
Jes. 45:1-5
42:1-4
Mat. 12:18-21
42:1
Jes. 11:1-2
Mat. 3:17
17:5
Marc. 1:11
Luc. 3:22
9:35
Hier is mijn dienaar, hem zal ik steunen,

hij is mijn uitverkorene, in hem vind ik vreugde,

ik heb hem met mijn geest vervuld.

Hij zal alle volken het recht doen kennen.

2Hij schreeuwt niet, hij verheft zijn stem niet,

hij roept niet luidkeels in het openbaar;

3het geknakte riet breekt hij niet af,

de kwijnende vlam zal hij niet doven.

Het recht zal hij zuiver doen kennen.

4Ongebroken42:4 Ongebroken – Volgens de Septuaginta en de Targoem. MT: ‘En hij zal niet rennen’. en vol vuur

zal hij het recht op aarde vestigen;

de eilanden zien naar zijn onderricht uit.

5

42:5
Hand. 17:24-25
Dit zegt God, de HEER,

die de hemel heeft geschapen en uitgespannen,

die de aarde heeft uitgehamerd

met alles wat zij voortbrengt,

die de mensen op aarde levensadem geeft,

en levensgeest aan allen die daar verkeren:

6

42:6
Jes. 49:6
Luc. 2:32
Hand. 13:47
In gerechtigheid heb ik, de HEER, jou geroepen.

Ik zal je bij de hand nemen en je behoeden,

ik neem je in dienst voor mijn verbond met de mensen

en maak je tot een licht voor alle volken,

7om blinden de ogen te openen,

om gevangenen te bevrijden uit de kerker,

wie in het duister zitten uit de gevangenis.

8

42:8
Jes. 48:11
Ik ben de HEER, dat is mijn naam.

Ik deel mijn majesteit niet met een ander,

noch de lof die mij toekomt met een beeld.

9Wat eertijds werd voorzegd, is nu vervuld

en ik kondig jullie nieuwe dingen aan,

nog voor ze ontkiemen zal ik ze openbaren.

10

42:10
Ps. 96:1
Zing voor de HEER een nieuw lied,

laat zijn lof klinken van de einden der aarde,

jullie die de zee bevaren, en alles wat leeft in zee,

jullie, eilanden, en allen die daarop wonen.

11Laat de woestijn en zijn steden hun stem verheffen,

de tentenkampen waar de stam Kedar leeft;

laat de rotsbewoners uitbarsten in gejuich,

luidkeels roepen vanaf de toppen van de bergen.

12Laten zij de HEER hulde bewijzen

en zijn lof verkondigen op de eilanden.

13De HEER zal optrekken als een krijgsheld,

als een aanvoerder wakkert hij de strijdlust aan.

Hij blaast alarm, hij slaakt een strijdkreet.

Heldhaftig verslaat hij zijn vijanden.

Een weg door de woestijn

14Al zo lang heb ik niets gezegd,

ik heb gezwegen, me beheerst.

Nu schreeuw ik het uit als een barende vrouw,

ik zucht en ik zwoeg tegelijk.

15

42:15
Ps. 107:33
Jes. 50:2
Bergen en heuvels laat ik uitdrogen

en alles wat er groeit verdorren,

in rivieren laat ik eilanden ontstaan,

meren vallen droog.

16Blinden laat ik gaan over onbekende wegen,

op paden die ze niet kennen voer ik hen.

Duisternis verander ik in licht,

ruig land maak ik vlak.

Ja, deze dingen zal ik doen,

niets daarvan zal ik nalaten.

17Wie op afgodsbeelden vertrouwt,

tegen een godenbeeld zegt: ‘U bent onze god,’

zal terugdeinzen en zich diep schamen.

18Doven, luister! Blinden, open je ogen en zie!

19

42:19-23
Jes. 6:9-10
Is er iemand zo blind als mijn dienaar,

zo doof als de bode die ik zend?

Is er iemand zo blind als dit gestrafte volk,

blind als de dienaar van de HEER?

20Het ziet veel, maar onthoudt niets,

het heeft zijn oren open, maar hoort niets.

21Eens schepte de HEER er behagen in

om de kracht van zijn onderricht te tonen

omwille van zijn rechtvaardigheid.

22Maar nu is het volk beroofd en geplunderd,

zijn jonge strijders zijn geketend

en in de gevangenis gegooid.

Een prooi zijn zij geworden, en niemand die hen redt;

ze zijn buitgemaakt, en niemand die zegt: ‘Geef terug!’

23Is er iemand onder jullie die dit hoort,

die aandachtig luistert en begrijpt wat er nu volgt?

24Wie heeft Jakob tot buit gemaakt,

Israël uitgeleverd aan plunderaars?

Is het niet de HEER,

hij tegen wie wij hebben gezondigd?

Zij wilden niet de weg gaan die hij wees,

niet luisteren naar zijn onderricht.

25Hij stortte zijn brandende toorn over hen uit

in allesverterend krijgsgeweld.

Ze waren omringd door vlammen,

maar zagen niet in waarom,

ze stonden in brand, maar trokken er geen lering uit.

43

431

43:1-7
Jes. 41:8-13
43:1
Jes. 44:2
Welnu, dit zegt de HEER,

die jou schiep, Jakob, die jou vormde, Israël:

Wees niet bang, want ik zal je vrijkopen,

ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij!

2Moet je door het water gaan – ik ben bij je;

of door rivieren – je wordt niet meegesleurd.

Moet je door het vuur gaan – het zal je niet verteren,

de vlammen zullen je niet verschroeien.

3Want ik, de HEER, ben je God,

de Heilige van Israël, je redder.

Voor jou geef ik Egypte als losgeld,

Nubië en Seba ruil ik in tegen jou.

4Jij bent zo kostbaar in mijn ogen,

zo waardevol, en ik houd zo veel van je

dat ik de mensheid geef in ruil voor jou,

ja alle volken om jou te behouden.

5Wees niet bang, want ik ben bij je.

Ik haal je nakomelingen uit het oosten terug,

uit het westen breng ik jullie bijeen.

6Tegen het noorden zeg ik: Geef hier!

Het zuiden gebied ik: Laat los!

Breng mijn zonen terug van verre,

mijn dochters van de einden der aarde,

7allen over wie mijn naam is uitgeroepen,

en die ik omwille van mijn majesteit

geschapen heb, gemaakt en gevormd.

8

43:8
Jes. 42:18-20
Laat dit volk naar voren treden,

een blind volk, ook al heeft het ogen,

doof, ook al heeft het oren.

9Alle volken zullen zich verzamelen,

alle naties komen bijeen.

Wie van hun goden heeft aangekondigd

wat eertijds nog te gebeuren stond?

Laten zij getuigen leveren om hun gelijk te bewijzen,

opdat ieder die hen hoort zal zeggen: ‘Het is zo!’

10Mijn getuige zijn jullie – spreekt de HEER –,

mijn dienaar, die ik uitgekozen heb

opdat jullie mij zouden kennen en vertrouwen,

en zouden inzien dat ik het ben.

Vóór mij is er geen god gevormd,

en na mij zal er geen zijn.

11

43:11
Deut. 32:39
Jes. 44:6-8
45:5-6,21
Hos. 13:4
Hand. 4:12
Ik, ík ben de HEER!

Buiten mij is er niemand die redt.

12Ik heb redding aangekondigd en redding gebracht,

jullie hoorden het van mij, niet van een vreemde.

Jullie zijn mijn getuige – spreekt de HEER –,

dat ik werkelijk God ben

13en dat ik blijf wat ik ben.

Niemand kan zich aan mijn macht onttrekken.

Wat mijn hand doet, wie maakt het ongedaan?

14

43:14
Jes. 45:1-5
Dit zegt de HEER, jullie bevrijder,

de Heilige van Israël:

Omwille van jullie zend ik iemand naar Babel;

ik maak alle Chaldeeën tot vluchteling

en jaag hen jammerend hun schepen op.

15Ik ben de HEER, jullie Heilige,

de schepper van Israël, jullie koning.

16

43:16-17
Ex. 14:21-29
Dit zegt de HEER,

die een weg baande door de zee

en een pad door machtige wateren,

17die paarden en wagens liet uitrukken,

een heel leger van geweldenaars –

daar lagen ze, en ze stonden niet meer op,

ze zijn vergaan, als een kwijnende vlam gedoofd.

18Blijf niet staan bij wat eertijds is gebeurd,

laat het verleden nu rusten.

19Zie, ik ga iets nieuws verrichten,

nu ontkiemt het – heb je het nog niet gemerkt?

Ik baan een weg door de woestijn,

maak rivieren in de wildernis.

20

43:20
Ex. 17:1-7
Jes. 35:6-7
De wilde dieren zullen mij eer bewijzen,

de jakhalzen en de struisvogels,

omdat ik water schep in de woestijn

en rivieren in de wildernis;

het volk dat ik heb uitgekozen, laat ik drinken.

21Dit is het volk dat ik mij gevormd heb,

het zal mijn lof verkondigen.

Terugkeer naar God

22Maar jij hebt niet tot mij geroepen, Jakob,

jij gaf je geen moeite voor mij, Israël.

23Je hebt niet aan mij je schapen geofferd,

mij met je offers geen eer bewezen.

Ik heb je niet met graanoffers belast

en je niet vermoeid met de plicht

om wierook voor mij te branden.

24Je hebt van je zilver geen kalmoes voor mij gekocht,

mij niet verzadigd met het vet van je offers.

Nee, je hebt mij met je zonden belast,

mij vermoeid met al je schulden.

25Ik, ík ben het, die omwille van zichzelf

je misdaden tenietdoet en je zonden vergeet.

26Breng mij mijn tekortkomingen in herinnering,

laten we samen tot een uitspraak komen,

en voer zelf het woord om je zaak te bepleiten.

27

43:27
Gen. 27:36
Jer. 9:3
Hos. 12:4
Je eerste voorvader heeft al gezondigd

en je woordvoerders zijn steeds tegen mij opgestaan.

28Daarom heb ik de dienaren van het heiligdom ontwijd,

Jakob aan de vernietiging prijsgegeven

en Israël aan spot en hoon.

44

441Nu dan, luister, Jakob, mijn dienaar,

Israël, dat ik heb uitgekozen:

2

44:2
Deut. 32:15
33:5,26
Jes. 43:1
44:24
Dit zegt de HEER, die jou gemaakt heeft

en al in de moederschoot gevormd,

en die je terzijde staat:

Wees niet bang, mijn dienaar Jakob,

Jesurun, die ik heb uitgekozen.

3Ik zal water uitgieten op dorstige grond,

waterstromen over het droge land.

Ik zal mijn geest uitgieten over je nazaten

en mijn zegen over je telgen.

4Zij zullen ontkiemen tussen het gras,

uitbotten als wilgen langs het water.

5De een zal zeggen: ‘Ik hoor bij de HEER,’

de ander zal Jakobs naam gebruiken,

een derde schrijft op zijn hand: ‘Van de HEER

en tooit zich met de naam Israël.

6

44:6
Deut. 32:39
Jes. 41:4
48:12
Op. 1:17
21:6
22:13
Dit zegt de HEER, Israëls koning en bevrijder,

de HEER van de hemelse machten:

Ik ben de eerste en de laatste,

er is geen god buiten mij.

7Wie is zoals ik? Laat hij het woord nemen.

Laat hij vertellen en aan mij ontvouwen

wat er te gebeuren stond

vanaf de dag dat ik de mensheid schiep,

en laat hij onthullen wat er gebeuren gaat.

8

44:8
Deut. 32:4
Jes. 17:10
45:21
Vrees niet, laat de angst je niet verlammen:

heb ik het je niet vanaf het begin laten horen,

heb ik het je niet aldoor verteld?

Jullie zijn mijn getuigen: is er een god buiten mij,

of een andere rots? Ik ken er geen.

9

44:9-20
Jer. 2:26-28
10:1-16
Mensen die godenbeelden maken zijn niets, en van hun dierbare maaksels valt niets te verwachten. De mensen die van deze goden getuigen, zien niets en weten niets, zij zullen beschaamd staan. 10Wie vormt er nu een god en giet zo’n nutteloos beeld? 11Die ambachtslieden zijn maar mensen, en daarom zullen al hun bewonderaars bedrogen uitkomen. Laten ze bijeenkomen en zich opstellen; ze zullen sidderen en te schande staan, zonder uitzondering.

12Een smid hanteert gereedschap om ijzer te smeden in een gloeiend vuur. Hij vormt het met een hamer en bewerkt het met krachtige hand. Maar als hij honger krijgt, verliest hij zijn kracht, en als hij geen water drinkt, raakt hij uitgeput. 13Een beeldsnijder spant een meetlint en geeft de ruwe omtrek aan met een beitel. Dan snijdt hij een figuur uit met een fijn mes en tekent de precieze vorm af met een passer. Hij maakt er een menselijke figuur van, een prachtig beeld, om in een huis te zetten.

14

44:14-17
Wijsh. 13:11-19
Iemand velt een paar ceders, of hij kiest een pijnboom en een eik, die hij in het bos met andere bomen heeft laten opgroeien; of een laurierboom die hij heeft geplant en die groeide door de regen. 15Ze dienen hem tot brandhout: hij gebruikt het om zich te warmen, of om er brood op te bakken. Of hij bewerkt het tot een god, waarvoor hij knielt; hij maakt er een godenbeeld van, waarvoor hij zich neerbuigt. 16Met de ene helft stookt hij een vuur, waarop hij vlees bereidt; hij roostert het vlees en doet er zich te goed aan. Hij wordt warm en zegt: ‘Ha, lekker warm! Ik zie de gloed van het vuur!’ 17Van de rest maakt hij een god, een godenbeeld waarvoor hij knielt en zich neerbuigt in gebed: ‘Red mij, want u bent mijn god.’

18Ze begrijpen het niet, ze beseffen het niet; blijkbaar zitten hun ogen dichtgeplakt, waardoor ze niets zien en het hun aan inzicht schort. 19Het dringt niet tot hen door, ze missen de kennis en het inzicht om te bedenken: Met de ene helft heb ik een vuur gestookt, op de gloeiende houtskool heb ik brood gebakken en vlees geroosterd om te eten. Van wat overbleef heb ik een gruwelijk beeld gemaakt. Ik buig me dus neer voor een blok hout. 20Wat zij koesteren is as! Een verwarde geest heeft hen op een dwaalspoor gebracht. Ze zijn niet meer te redden, want ze vragen zich niet af: ‘Is wat ik in mijn hand houd eigenlijk geen bedrog?’

21

44:21
Jes. 46:8
49:15-16
Neem deze dingen ter harte, Jakob,

neem ze ter harte, Israël,

want jij bent mijn dienaar.

Ik heb je gevormd, je bent mijn dienaar,

Israël, ik zal je niet vergeten.

22Ik heb je misdaden als een wolk doen verdampen,

je zonden als de ochtendnevel.

Keer terug naar mij: ik zal je vrijkopen.

23Juich, hemel, want de HEER heeft dit gedaan,

jubel, diepten van de aarde,

bergen, breek uit in gejuich,

en ook jullie, bossen met al je bomen:

ja, de HEER koopt Jakob vrij,

in Israël toont hij zijn luister.

Cyrus door God geroepen

24

44:24
Jes. 44:2
Dit zegt de HEER, je bevrijder,

die je al in de moederschoot heeft gevormd:

Ik, de HEER, ben het die alles gemaakt heeft,

de enige die de hemel heeft uitgespannen,

die zelf de aarde heeft uitgehamerd.

25

44:25
1 Kor. 1:20
Die de tekenen van orakelpriesters verstoort

en waarzeggers ontmaskert,

die wijzen naar de achtergrond dringt

en hun kennis bespottelijk maakt,

26die het woord van zijn dienaar bevestigt

en vervult wat zijn boden hebben voorzegd.

Die van Jeruzalem zegt: ‘Het zal weer bewoond worden,’

en van Juda’s steden: ‘Ze zullen herbouwd worden,

en wat verwoest was, laat ik herrijzen.’

27

44:27
Jes. 42:15
Die de diepste oceaan gebiedt: ‘Word droog!

Ik zal je waterstromen droogleggen.’

28

44:28
Ezra 1:2
Jes. 45:1-5
Die over Cyrus zegt: ‘Dit is mijn herder,

alles wat ik wil, brengt hij ten uitvoer:

hij geeft opdracht om Jeruzalem te herbouwen

en voor de tempel de fundering te leggen.’