Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
9

91

9:1
Gen. 1:28
Toen zegende God Noach en zijn zonen, hij zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk en bevolk de aarde. 2De dieren die in het wild leven, de vogels van de hemel, de dieren die op de aardbodem rondkruipen en de vissen van de zee zullen ontzag en angst voor jullie voelen – ze zijn in jullie macht. 3
9:3
Gen. 1:29
Alles wat leeft en beweegt zal jullie tot voedsel dienen; dit alles geef ik je, zoals ik je ook de planten heb gegeven. 4
9:4
Lev. 7:26-27
17:10-14
19:26
Deut. 12:23
15:23
1 Sam. 14:33
Maar vlees waarin nog leven is, waar nog bloed in zit, mag je niet eten. 5En ik zal genoegdoening eisen wanneer jullie eigen bloed, waarin je levenskracht schuilt, wordt vergoten; ik eis daarvoor genoegdoening van mens en dier. Van iedereen die zijn medemens doodt, eis ik genoegdoening. 6
9:6
Gen. 1:27
Ex. 20:13
Wie bloed van mensen vergiet, diens bloed wordt door mensen vergoten, want God heeft de mens als zijn evenbeeld gemaakt. 7
9:7
Gen. 1:28
Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de hele aarde.’

8Ook zei God tegen Noach en zijn zonen: 9‘Hierbij sluit ik een verbond met jullie en met je nakomelingen, 10en met alle levende wezens die bij jullie zijn: vogels, vee en wilde dieren, met alles wat uit de ark is gekomen, alle dieren op aarde. 11

9:11
Jes. 54:9-10
Sir. 44:18
Deze belofte doe ik jullie: nooit weer zal alles wat leeft door het water van een vloed worden uitgeroeid, nooit weer zal er een zondvloed komen om de aarde te vernietigen. 12En dit,’ zei God, ‘zal voor alle komende generaties het teken zijn van het verbond tussen mij en jullie en alle levende wezens bij jullie: 13ik plaats mijn boog in de wolken; die zal het teken zijn van het verbond tussen mij en de aarde. 14Wanneer ik wolken samendrijf boven de aarde en in die wolken de boog zichtbaar wordt, 15zal ik denken aan mijn verbond met jullie en met al wat leeft, en nooit weer zal het water aanzwellen tot een vloed die alles en iedereen vernietigt. 16Als ik de boog in de wolken zie verschijnen, zal ik denken aan het eeuwigdurende verbond tussen God en al wat op aarde leeft. 17Dit,’ zei God tegen Noach, ‘is het teken van het verbond dat ik met alle levende wezens op aarde gesloten heb.’

18

9:18
Gen. 10:6
De zonen van Noach, die samen met hem uit de ark waren gekomen, heetten Sem, Cham en Jafet; Cham was de vader van Kanaän. 19Met de drie zonen van Noach begon de verspreiding van de mensheid over de hele aarde.

20Noach was landbouwer en legde als eerste een wijngaard aan. 21Hij dronk van de wijn, werd dronken en ging in zijn tent liggen, zonder kleren aan. 22Toen Cham, de vader van Kanaän, zag dat zijn vader naakt was, vertelde hij dat aan zijn twee broers, die buiten waren. 23Daarop namen Sem en Jafet een mantel, legden die over hun schouders, liepen achteruit de tent binnen en bedekten het naakte lichaam van hun vader, met afgewend gelaat, zodat zij hem niet naakt zagen. 24Toen Noach uit zijn roes ontwaakte en te weten kwam wat zijn jongste zoon hem had aangedaan, 25zei hij:

‘Vervloekt zij Kanaän,

knecht van zijn broers zal Kanaän zijn,

de minste van alle knechten.

26Geprezen zij de HEER, de God van Sem;

knecht van Sem zal Kanaän zijn.

27Moge God ruimte geven aan Jafet,9:27 ruimte geven aan Jafet – In het Hebreeuws is er een woordspel tussen de naam Jafet en het woord jaft, ‘moge hij ruimte geven’.

hem laten wonen in de tenten van Sem;

knecht van Jafet zal Kanaän zijn.’

28Noach leefde na de zondvloed nog driehonderdvijftig jaar. 29In totaal leefde Noach negenhonderdvijftig jaar. Daarna stierf hij.

10

Nakomelingen van Noachs zonen

101

10:1
1 Kron. 1:5-23
Dit zijn de nakomelingen van Sem, Cham en Jafet, de zonen van Noach; na de zondvloed kregen zij zonen.

2Zonen van Jafet: Gomer, Magog, Madai, Jawan, Tubal, Mesech en Tiras. 3Zonen van Gomer: Askenaz, Rifat en Togarma. 4Zonen van Jawan: Elisa en Tarsis; andere nakomelingen van Jawan: Kittiërs en Dodanieten. 5Van hen stammen de mensen af die verspreid over de kustgebieden leven, elke familie en elk volk in zijn eigen land en met zijn eigen taal.

6Zonen van Cham: Kus, Misraïm, Put en Kanaän. 7Zonen van Kus: Saba, Chawila, Sabta, Rama en Sabtecha. Zonen van Rama: Seba en Dedan. 8Kus was ook de vader van Nimrod, die de eerste machthebber op aarde was. 9Hij was een geweldig jager, door niemand overtroffen. Vandaar het gezegde: Een jager zonder weerga, een tweede Nimrod. 10De kern van zijn rijk werd gevormd door Babel, Uruk, Akkad en Kalne, in Sinear. 11Vanuit dat land trok hij naar Assyrië, waar hij Nineve, Rechobot-Ir en Kalach bouwde, 12en ook de grote stad Resen, tussen Nineve en Kalach. 13Misraïm was de stamvader van de Ludieten, de Anamieten, de Lehabieten, de Naftuchieten, 14de Patrusieten, de Kasluchieten – uit wie de Filistijnen zijn voortgekomen – en de Kretenzers. 15Kanaän was de vader van Sidon, die de oudste was, en van Chet, 16en de stamvader van de Jebusieten, Amorieten, Girgasieten, 17Chiwwieten, Arkieten, Sinieten, 18Arwadieten, Semarieten en Hamatieten. Later verspreidden de families van de Kanaänieten zich, 19zodat hun gebied zich van Sidon in de richting van Gerar uitstrekte tot aan Gaza, en in de richting van Sodom, Gomorra, Adma en Seboïm tot aan Lesa. 20Dit waren de nakomelingen van Cham, ingedeeld naar families, talen, landen en volken.

21Ook Sem kreeg zonen. Hij, Jafets oudste broer, is de stamvader van alle nakomelingen van Eber. 22Zonen van Sem: Elam, Assur, Arpachsad, Lud en Aram. 23Zonen van Aram: Us, Chul, Geter en Mas. 24Arpachsad was de vader van Selach, en Selach de vader van Eber. 25Eber kreeg twee zonen. De ene heette Peleg;10:25 Peleg – Peleg kan worden vertaald als ‘verdeling’. in zijn tijd werd de aarde verdeeld. De andere heette Joktan. 26Joktan was de vader van Almodad, Selef, Chasarmawet, Jerach, 27Hadoram, Uzal, Dikla, 28Obal, Abimaël, Seba, 29Ofir, Chawila en Jobab. Zij allen waren zonen van Joktan. 30Hun woongebied strekte zich uit van Mesa tot aan de Sefar, het gebergte in het oosten. 31Dit waren de nakomelingen van Sem, ingedeeld naar families, talen, landen en volken.

32

10:32
Gen. 10:1
Dit waren de families die afstamden van de zonen van Noach, ingedeeld naar afkomst en volken. Van hen stammen de verschillende volken af die zich na de zondvloed over de aarde hebben verspreid.

11

Babel

111Ooit werd er op de hele aarde één enkele taal gesproken. 2Toen de mensen in oostelijke richting trokken, kwamen ze in Sinear bij een vlakte, en daar vestigden ze zich. 3Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we van klei blokken vormen en die goed bakken in het vuur.’ De kleiblokken gebruikten ze als stenen, en aardpek als specie. 4Ze zeiden: ‘Laten we een stad bouwen met een toren die tot in de hemel reikt. Dat zal ons beroemd maken, en dan zullen we niet over de hele aarde verspreid raken.’ 5Maar toen daalde de HEER af om te kijken naar de stad en de toren die de mensen aan het bouwen waren. 6Dit is één volk en ze spreken allemaal een en dezelfde taal, dacht de HEER, en wat ze nu doen is nog maar het begin. Alles wat ze verder nog van plan zijn, ligt nu binnen hun bereik. 7Laten wij naar hen toe gaan en spraakverwarring onder hen teweegbrengen, zodat ze elkaar niet meer verstaan. 8De HEER verspreidde hen van daar over de hele aarde, en de bouw van de stad werd gestaakt. 9

11:9
Jer. 51:53
Zo komt het dat die stad Babel heet, want daar bracht de HEER verwarring11:9 Babel heet, want daar bracht de HEER verwarring – In het Hebreeuws is er een woordspel tussen de naam Babel en het werkwoord balal, ‘verwarring brengen’. in de taal die op de hele aarde gesproken werd, en van daar verspreidde hij de mensen over de hele aarde.

Van Sem tot Abram

10

11:10
1 Kron. 1:17-26
Dit zijn de nakomelingen van Sem.

Toen Sem 100 jaar oud was, verwekte hij Arpachsad, twee jaar na de zondvloed. 11Na de geboorte van Arpachsad leefde Sem nog 500 jaar. Hij verwekte zonen en dochters.

12Toen Arpachsad 35 jaar was, verwekte hij Selach. 13Na de geboorte van Selach leefde Arpachsad nog 403 jaar. Hij verwekte zonen en dochters.

14Toen Selach 30 jaar was, verwekte hij Eber. 15Na de geboorte van Eber leefde Selach nog 403 jaar. Hij verwekte zonen en dochters.

16Toen Eber 34 jaar was, verwekte hij Peleg. 17Na de geboorte van Peleg leefde Eber nog 430 jaar. Hij verwekte zonen en dochters.

18Toen Peleg 30 jaar was, verwekte hij Reü. 19Na de geboorte van Reü leefde Peleg nog 209 jaar. Hij verwekte zonen en dochters.

20Toen Reü 32 jaar was, verwekte hij Serug. 21Na de geboorte van Serug leefde Reü nog 207 jaar. Hij verwekte zonen en dochters.

22Toen Serug 30 jaar was, verwekte hij Nachor. 23Na de geboorte van Nachor leefde Serug nog 200 jaar. Hij verwekte zonen en dochters.

24Toen Nachor 29 jaar was, verwekte hij Terach. 25Na de geboorte van Terach leefde Nachor nog 119 jaar. Hij verwekte zonen en dochters.

26Toen Terach 70 jaar was, verwekte hij Abram, Nachor en Haran.

Terach

27Dit is de geschiedenis van Terach en zijn nakomelingen. Terach verwekte Abram, Nachor en Haran. Haran verwekte Lot; 28hij stierf nog tijdens het leven van zijn vader Terach, in Ur, een stad van de Chaldeeën, in zijn geboorteland. 29

11:29
Gen. 22:20-23
Abram en Nachor trouwden allebei. Abrams vrouw heette Sarai, Nachors vrouw heette Milka; zij was een dochter van Haran, die naast Milka nog een dochter had, Jiska. 30
11:30
Gen. 16:1
17:19-21
Sarai was onvruchtbaar, zij kreeg geen kinderen.

31Terach verliet Ur, de stad van de Chaldeeën, en nam zijn zoon Abram met zich mee, evenals zijn kleinzoon Lot, de zoon van Haran, en zijn schoondochter Sarai, Abrams vrouw. Samen gingen ze op weg naar Kanaän. Maar toen ze in Charan waren aangekomen, bleven ze daar wonen. 32Terach leefde tweehonderdvijf jaar. Hij stierf in Charan.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]