Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
23

231

23:1
Ex. 20:16
Lev. 19:11-12
Deut. 5:20
Onthoud je van lasterlijke aantijgingen. Maak geen gemene zaak met een misdadiger door iemand vals te beschuldigen. 2
23:2
Deut. 16:19
Laat je er niet door de meerderheid toe overhalen iets onrechtvaardigs te doen, en als je in een rechtszaak getuigt, verdraai het recht dan niet door je naar de meerderheid te richten. 3
23:3
Lev. 19:15
Iemand die arm is, mag je in een rechtszaak niet bevoordelen.

4Wanneer je een verdwaald rund of een verdwaalde ezel van een vijand van je aantreft, moet je hem het dier zonder uitstel terugbrengen.

5

23:5
Deut. 22:1-4
Wanneer je ziet dat de ezel van iemand met wie je in onmin leeft onder zijn last bezwijkt, mag je niet werkeloos toezien maar moet je hem meteen de helpende hand bieden.

6Bij een rechtszaak moet je de rechten van de armen eerbiedigen. 7Laat je niet beïnvloeden door valse aantijgingen en breng een onschuldige die in zijn recht staat niet ter dood; wie zich daaraan schuldig maakt, laat ik niet vrijuit gaan. 8Neem geen steekpenningen aan, want steekpenningen maken zienden blind en maken eerlijke mensen tot leugenaars.

9

23:9
Ex. 22:20
Lev. 19:33-34
Deut. 24:17-18
27:19
Vreemdelingen mag je niet uitbuiten. Jullie weten immers hoe het voelt om vreemdeling te zijn, omdat jullie zelf vreemdelingen zijn geweest in Egypte.

10Zes jaar achtereen mag je je land inzaaien en de oogst binnenhalen. 11

23:11
Lev. 25:1-7
Maar het zevende jaar moet je het land braak laten liggen en het met rust laten, dan kunnen de armen onder jullie ervan eten; wat zij nog overlaten is voor de dieren van het veld. Met je wijngaard en je olijfgaard moet je hetzelfde doen.

12

23:12
Ex. 20:9-11
31:15
34:21
35:2
Lev. 23:3
Deut. 5:13-14
Zes dagen lang mag je werken, maar op de zevende dag moet je rust houden; dan kunnen ook je rund en je ezel uitrusten en kunnen je slaven en de vreemdelingen die voor je werken op adem komen.

13

23:13
Joz. 23:7
Houd je verre van alles waarvoor ik jullie heb gewaarschuwd. Roep geen andere goden aan, laat hun naam niet over je lippen komen.

14Driemaal per jaar moeten jullie ter ere van mij feestvieren. 15

23:15
Ex. 12:14-20
34:18
Lev. 23:6-8
Num. 28:17-25
In de maand abib, de maand waarin jullie uit Egypte weggetrokken zijn, moet je op de daarvoor vastgestelde dagen het feest van het Ongedesemde brood vieren. Eet dan zeven dagen lang ongedesemd brood, zoals ik je heb opgedragen. Niemand mag dan met lege handen voor mij verschijnen. 16
23:16
Lev. 23:15-16,39
Num. 28:26-31
Verder moeten jullie het Oogstfeest vieren, het feest van de eerste opbrengst van wat je op de akker gezaaid hebt, en tot slot, wanneer aan het eind van het jaar de hele oogst is binnengehaald, het Inzamelingsfeest. 17
23:17
Ex. 34:18-26
Deut. 16:1-17
Driemaal per jaar dus moeten alle mannen voor de Machtige, de HEER, verschijnen.

18

23:18-19
Ex. 34:25-26
Als je een offerdier voor mij slacht, mag het bloed van het dier alleen vloeien wanneer er niets aanwezig is dat zuurdesem bevat, en het vet van mijn feestoffer mag niet tot de volgende morgen bewaard worden.

19

23:19
Deut. 14:21
De allereerste opbrengst van je akker moet je naar het heiligdom van de HEER, je God, brengen.

Je mag een geitenbokje niet koken in de melk van zijn moeder.

20

23:20
Ex. 14:19
33:2-3
Ik stuur een engel voor jullie uit om je op je tocht te beschermen en je naar de plaats te brengen die ik voor jullie bestemd heb. 21
23:21
Jes. 63:9
Neem je voor hem in acht, gehoorzaam hem zonder tegenspreken, want hij handelt in mijn naam en zou jullie je opstandigheid niet vergeven. 22Als je hem gehoorzaamt en alles doet wat ik zeg, zal ik de vijand van jullie vijanden zijn en jullie onderdrukkers onderdrukken. 23Mijn engel zal voor jullie uit gaan naar het gebied van de Amorieten, de Hethieten, Perizzieten, Kanaänieten, Chiwwieten en Jebusieten, en ik zal die volken uitroeien. 24
23:24
Ex. 20:5
34:13
Lev. 18:3
Num. 33:52
Deut. 7:5
12:3
Neem hun gebruiken niet over, kniel niet neer voor hun goden en vereer ze niet; haal hun godenbeelden omver en verbrijzel hun gewijde stenen. 25Vereer de HEER, jullie God, dan zal hij je voedsel en je water zegenen en jullie vrijwaren voor ziekten. 26
23:26
Lev. 26:9
Deut. 7:14
30:9
Geen enkele vrouw in jullie land zal dan een miskraam krijgen of onvruchtbaar zijn, en ik zal je een lang leven schenken.

27De schrik voor mij stuur ik voor jullie uit, ik zal paniek zaaien onder elk volk waarmee jullie in aanraking komen, zodat al je vijanden op de vlucht slaan. 28

23:28-29
Wijsh. 12:8
23:28
Deut. 7:20
Joz. 24:12
Ook stuur ik een zwerm horzels voor jullie uit, die de Chiwwieten, de Kanaänieten en Hethieten zullen verjagen. 29Maar ik verdrijf hen niet allemaal in één jaar, anders zou het land verwilderen en zouden er te veel wilde dieren komen; 30ik zal het geleidelijk doen, totdat jullie met zo velen zijn dat je hun land in bezit kunt nemen. 31
23:31
Deut. 11:24
Ik zal jullie een gebied geven dat zich uitstrekt van de Rode Zee tot aan de zee waaraan de Filistijnen wonen, en van de woestijn tot aan de Eufraat. De bewoners van dat hele gebied geef ik in jullie macht, en jullie zullen hen verdrijven. 32Sluit geen verbond met hen of met hun goden. 33Zij mogen niet in jullie land blijven, anders zouden ze jullie ertoe verleiden hun goden te vereren en tegen mij te zondigen. Dat zou jullie ondergang zijn.’

24

Verbondssluiting

241

24:1
Ex. 19:20
28:1
Num. 11:16
Mozes kreeg van de HEER deze opdracht: ‘Kom naar mij toe, de berg op, samen met Aäron, Nadab en Abihu en zeventig van Israëls oudsten, en kniel op eerbiedige afstand neer. 2Alleen jij, Mozes, mag in de nabijheid van de HEER komen, de anderen niet. Het volk mag jou niet volgen als je de berg op gaat.’

3

24:3
Joz. 24:16-24
Mozes maakte het volk bekend met alle geboden en regels die de HEER had gegeven, en het volk verklaarde eenstemmig dat het zich zou houden aan alles wat de HEER geboden had. 4
24:4
Ex. 34:27-28
Joz. 4:3-9,20-24
24:26-27
1 Kon. 18:31
Hierna schreef Mozes alles op wat de HEER had gezegd. De volgende morgen bouwde hij aan de voet van de berg een altaar en richtte hij twaalf gedenkstenen op, voor elk van de twaalf stammen van Israël één. 5Hij droeg een aantal jonge Israëlieten op om de HEER brandoffers te brengen en stieren te slachten voor een vredeoffer. 6Mozes nam de helft van het bloed en deed dat in schalen, de andere helft goot hij tegen het altaar. 7Vervolgens nam hij het boek van het verbond en las dit aan het volk voor, en zij zeiden: ‘Alles wat de HEER gezegd heeft zullen we ter harte nemen.’ 8
24:8
Mat. 26:28
Marc. 14:24
Luc. 22:20
1 Kor. 11:25
Hebr. 9:18-20
1 Petr. 1:2
Toen nam Mozes het bloed en besprenkelde daarmee het volk. ‘Met dit bloed,’ zei hij, ‘wordt het verbond bekrachtigd dat de HEER met u heeft gesloten door u al deze geboden te geven.’

9Hierna ging Mozes de berg op, samen met Aäron, Nadab, Abihu en zeventig oudsten van het volk, 10en zij zagen de God van Israël. Onder zijn voeten was er iets als een plaveisel van saffier, helder stralend als de hemel zelf. 11Deze vooraanstaande Israëlieten werden niet door God gedood: zij zagen hem, en zij aten en dronken.

De stenen platen beloofd

12

24:12
Ex. 31:18
32:15
34:1,28
Deut. 4:13
5:22
9:9,15
10:1-5
De HEER zei tegen Mozes: ‘Kom naar mij toe, de berg op, en wacht daar; dan zal ik je de stenen platen geven waarop ik de wetten en geboden heb geschreven om het volk te onderrichten.’ 13
24:13
Num. 27:18
Samen met zijn dienaar Jozua ging Mozes de berg van God op. 14Tegen de oudsten zei hij: ‘Wacht hier tot wij terugkomen, Aäron en Chur blijven bij u. Mocht iemand een uitspraak in een geschil willen, dan kan hij zich tot hen wenden.’

15Terwijl Mozes de berg op ging, werd deze overdekt door een wolk: 16

24:16
Ex. 19:9
de majesteit van de HEER rustte op de Sinai. Zes dagen lang bedekte de wolk de berg. Op de zevende dag riep de HEER Mozes vanuit de wolk. 17
24:17
Deut. 4:33,36
En terwijl de Israëlieten de majesteit van de HEER zagen, als een laaiend vuur op de top van de berg, 18ging Mozes de wolk binnen en klom hij verder omhoog. Veertig dagen en veertig nachten bleef hij op de berg.

25

Opdracht tot het maken van een heiligdom

251

25:1-9
Ex. 35:4-9
De HEER zei tegen Mozes: 2‘Vraag de Israëlieten mij geschenken te geven; neem van ieder die daartoe bereid is een bijdrage in ontvangst. 3Je moet het volgende van hen vragen: goud, zilver en koper, 4blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol, fijn linnen garen en geitenhaar, 5rood geverfde ramsvellen, vellen van zeekoeien, acaciahout, 6lampolie, geurige specerijen voor de zalfolie en voor de reukoffers, 7onyxstenen voor de priesterschort en edelstenen voor de borsttas. 8De Israëlieten moeten een heiligdom voor mij maken, zodat ik te midden van hen kan wonen. 9
25:9
Ex. 26:30
27:8
Num. 8:4
Hebr. 9:1-10
Ik zal je een ontwerp laten zien van de tabernakel en van alle voorwerpen die bij deze tent horen; houd je daar nauwkeurig aan.

De ark

10

25:10-22
Ex. 37:1-9
Laat van acaciahout een ark maken, een kist van twee-en-een-halve el lang, anderhalve el breed en anderhalve el hoog. 11Overtrek die met zuiver goud, zowel vanbinnen als vanbuiten; aan de bovenkant moet je rondom een gouden sierlijst aanbrengen. 12Giet vier gouden ringen en bevestig ze aan de vier poten: twee ringen aan elke kant van de ark. 13Maak draagbomen van acaciahout, verguld ze 14en steek ze door de ringen aan weerszijden; zo kan de ark gedragen worden. 15De draagbomen moeten in de ringen blijven, ze mogen er niet uit gehaald worden.

16

25:16
Ex. 24:12
Deut. 10:1-2
In de ark moet je de verbondstekst leggen die ik je zal geven. 17Je moet ook een verzoeningsplaat maken van zuiver goud, twee-en-een-halve el lang en anderhalve el breed. 18-19Maak aan de beide uiteinden daarvan een cherub, eveneens van goud, één aan het ene uiteinde en één aan het andere uiteinde. Het moet drijfwerk zijn, de twee cherubs moeten één geheel met de plaat vormen. 20Ze moeten tegenover elkaar staan, met het gezicht naar de verzoeningsplaat gekeerd, en hun vleugels moeten gespreid zijn zodat ze zich daar beschermend over uitstrekken. 21
25:21
Ex. 26:34
Leg de verzoeningsplaat op de ark; leg de verbondstekst die ik je zal geven in de ark. 22
25:22
2 Kon. 19:15
Daar zal ik je ontmoeten, en vanaf die plaats, boven de verzoeningsplaat, tussen de twee cherubs op de ark met de verbondstekst, zal ik met je spreken en je alles zeggen wat ik van de Israëlieten verlang.

De tafel

23

25:23-30
Ex. 37:10-16
Maak een tafel van acaciahout, twee el lang, één el breed en anderhalve el hoog. 24Overtrek hem met zuiver goud en breng rondom een gouden sierlijst aan: 25een rand van een hand breed, in een gouden lijst gevat. 26Maak vier gouden ringen en bevestig ze aan de vier hoeken, bij de poten. 27De ringen moeten vlak onder de rand zitten; ze zijn bestemd voor de draagbomen waarmee de tafel gedragen wordt. 28De draagbomen voor de tafel moet je van acaciahout maken en je moet ze vergulden. 29Maak ook de bijbehorende schotels, schalen en kannen, en kommen voor de wijnoffers, allemaal van zuiver goud. 30
25:30
Lev. 24:5-8
Leg op de tafel het toonbrood; dat moet daar altijd voor mij liggen.

De lampenstandaard

31

25:31-40
Ex. 37:17-24
Lev. 24:2-4
Maak een lampenstandaard van zuiver goud. De voet, de schacht, de kelken, knoppen en bloemen moeten uit één stuk worden gedreven. 32De schacht moet zes zijarmen hebben: drie aan de ene kant en drie aan de andere kant. 33Deze armen moeten versierd worden met amandelbloesem; breng op elke arm drie kelken aan met een knop en bloemblaadjes, telkens op dezelfde manier. 34Ook de schacht moet versierd worden met amandelbloesem: vier kelken, elk met een knop en bloemblaadjes. 35Waar de armen uit de schacht komen, moeten eveneens knoppen worden aangebracht: één onder het eerste paar armen, één onder het tweede paar en één onder het derde paar. 36De hele standaard, met de zes armen en de knoppen, moet uit één stuk zuiver goud gedreven worden. 37
25:37
Num. 8:2-4
Maak er zeven lampen voor en zet die er zo op dat het licht naar voren valt. 38De snuiters en bakjes moeten ook van zuiver goud zijn. 39Gebruik voor de lampenstandaard en voor de bijbehorende voorwerpen een talent zuiver goud. 40
25:40
Hand. 7:44
Hebr. 8:5
Houd je bij het maken ervan aan het ontwerp dat je hier op de berg getoond is.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]