Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
3

31

3:1
Ef. 4:1
Daarom is het dat ik, Paulus, gevangene omwille van Christus Jezus, voor u, heidenen, bid. 2U moet toch wel gehoord hebben dat God mij de taak heeft toevertrouwd om de genade door te geven die mij met het oog op u geschonken is. 3
3:3
Ef. 1:9-10
Mij is in een openbaring het mysterie onthuld waarover ik hiervoor in het kort heb geschreven. 4Aan de hand daarvan kunt u zich, wanneer u dat leest, een beeld vormen van mijn inzicht in dit mysterie van Christus. 5
3:5
Kol. 1:26
Het is onder vorige generaties niet aan de mensen onthuld, maar nu door de Geest geopenbaard aan zijn heilige apostelen en profeten: 6de heidenen delen door Christus Jezus ook in de erfenis, maken deel uit van hetzelfde lichaam en hebben ook deel aan de belofte, op grond van het evangelie. 7
3:7
Kol. 1:23-29
Van dat evangelie ben ik een dienaar geworden door de gave van Gods genade, die ik ontvangen heb door zijn kracht die in mij werkt. 8
3:8
Gal. 2:7
1 Tim. 2:7
Mij, de allerminste van alle heiligen, is de genade geschonken om de heidenen de ondoorgrondelijke rijkdom van Christus te verkondigen, 9
3:9
Rom. 16:25
Kol. 1:26
en voor allen in het licht te stellen hoe het mysterie dat in alle eeuwen verborgen was in God, de schepper van het al, werkelijkheid wordt. 10Zo zal nu door de kerk de wijsheid van God in al haar schakeringen bekend worden aan alle vorsten en heersers in de hemelsferen, 11naar het eeuwenoude plan dat hij heeft verwezenlijkt in Christus Jezus, onze Heer, 12
3:12
Ef. 2:18
in wie wij vrijelijk toegang hebben tot God, vol vertrouwen door ons geloof in hem. 13
3:13
Kol. 1:24
Ik vraag u dan ook de moed niet te verliezen wanneer ik lijd omwille van u, want daaraan kunt u eer ontlenen.

14Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader, 15die de vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde. 16

3:16
Kol. 1:11
Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, 17
3:17
Kol. 1:23
2:7
zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde. 18
3:18
Job 11:7-9
Dan zult u met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen, 19
3:19
Kol. 2:2
ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat, opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid.

20

3:20
Ef. 1:19
Aan hem die door de kracht die in ons werkt bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken, 21aan hem komt de eer toe, in de kerk en in Christus Jezus, tot in alle generaties, tot in alle eeuwigheid. Amen.

4

Christus als fundament

41

4:1-4
Filip. 1:27
Kol. 3:12-15
Ik, die gevangenzit omwille van de Heer, vraag u dan ook dringend de weg te gaan die past bij de roeping die u hebt ontvangen: 2wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde. 3Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft: 4één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, 5
4:5-6
1 Kor. 8:6
één Heer, één geloof, één doop, 6één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is.

7

4:7
Rom. 12:3
Aan ieder van ons is genade geschonken naar de maat waarmee Christus geeft. 8
4:8
Ps. 68:19
Daarom staat er: ‘Toen hij opsteeg naar omhoog, voerde hij gevangenen mee en schonk hij gaven aan de mensen.’ 9‘Hij steeg op’ – wat betekent dat anders dan dat hij ook is afgedaald naar wat lager ligt, naar de aarde? 10Hij die is afgedaald is dezelfde als hij die opsteeg, tot boven de hemelsferen, om alles met zijn aanwezigheid te vullen. 11
4:11-12
Rom. 12:6
4:11
1 Kor. 12:28
En hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren, 12om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd, 13totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus. 14
4:14
1 Kor. 14:20
Dan zijn we geen onmondige kinderen meer die stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen. 15Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus. 16
4:16
Kol. 2:19
Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.

17

4:17-18
Kol. 1:21
Op gezag van de Heer zeg ik u dus met klem: ga niet langer de weg van de heidenen met hun loze denkbeelden. 18
4:18
Rom. 1:21
1 Petr. 4:3
In hun geest heerst duisternis en ze zijn vervreemd van het leven met God, omdat ze hem niet kennen en hun hart voor hem gesloten hebben. 19
4:19
Rom. 1:24
1 Petr. 1:14
Afgestompt als ze zijn, geven ze zich over aan losbandigheid en storten ze zich in allerlei zedeloze praktijken. 20Maar zo hebt u Christus niet leren kennen! 21U hebt toch over hem gehoord, u hebt toch onderricht over hem gekregen? Door Jezus wordt duidelijk 22
4:22-24
Kol. 3:5-10
dat u uw vroegere levenswandel moet opgeven en de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen, 23
4:23
Rom. 12:2
dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden 24
4:24
Gen. 1:26
en dat u de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods wil geschapen is in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid.

Het nieuwe leven

25

4:25
Zach. 8:16
1 Kor. 12:12
Kol. 3:9
Leg daarom de leugen af en spreek de waarheid tegen elkaar, want wij zijn elkaars ledematen. 26
4:26
Ps. 4:5
Als u boos wordt, zondig dan niet: laat de zon niet ondergaan over uw boosheid, 27
4:27
2 Kor. 2:11
geef de duivel geen kans. 28
4:28
Hand. 20:35
1 Tes. 4:11
Laat wie steelt niet meer stelen, maar eerlijk de kost verdienen door zelf hard te werken om iets weg te kunnen geven aan wie het nodig heeft. 29
4:29
Jak. 3:10-12
Laat geen vuile taal over uw lippen komen, maar alleen goede en waar nodig opbouwende woorden, die goeddoen aan wie ze hoort. 30
4:30
Jes. 63:10
Maak Gods heilige Geest niet bedroefd, want hij is het stempel waarmee u gemerkt bent voor de dag van de verlossing. 31
4:31
Kol. 3:8
Laat alle wrok en drift en boosheid varen, alle geschreeuw en gevloek, en alle kwaadaardigheid.

32

4:32
Mat. 6:1
Kol. 3:13
Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft.

5

51Volg dus het voorbeeld van God, als kinderen die hij liefheeft, 2

5:2
Ex. 29:18
en ga de weg van de liefde, zoals Christus, die ons heeft liefgehad en zich voor ons gegeven heeft als offer, als een geurige gave voor God.

3Laat er bij u geen sprake zijn van ontucht of zedeloosheid, of van hebzucht – deze dingen horen niet bij heiligen. 4Ook dubbelzinnige, oppervlakkige en platvloerse taal is ongepast – spreek liever woorden van dank. 5

5:5
1 Kor. 6:9
Want u moet goed weten dat iemand die in ontucht leeft, zedeloos of hebzuchtig is – dat is allemaal afgoderij – geen deel kan hebben aan het koninkrijk van Christus en van God. 6
5:6
Kol. 2:4,8
3:6
Laat u door niemand met loze woorden misleiden, want wie God ongehoorzaam is, wordt getroffen door zijn toorn. 7Gedraag u dus niet zoals zij, 8
5:8-10
Rom. 13:11-14
5:8
1 Tes. 5:4-8
want eens was u duisternis maar nu bent u licht, door uw bestaan in de Heer. Ga de weg van de kinderen van het licht. 9
5:9
Gal. 5:22
Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid. 10Onderzoek wat de wil van de Heer is. 11Neem geen deel aan de vruchteloze praktijken van de duisternis maar ontmasker die juist, 12want wat daar in het verborgene gebeurt, is te schandelijk voor woorden. 13
5:13-14
Joh. 3:20-21
Maar alles wat door het licht ontmaskerd wordt, wordt openbaar, 14
5:14
Jes. 26:19
60:1
en alles wat openbaar wordt, is zelf licht. Daarom staat er:

‘Ontwaak uit uw slaap,

sta op uit de dood,

en Christus zal over u stralen.’

15
5:15-16
Amos 5:13
Kol. 4:5
Let dus goed op welke weg u bewandelt, gedraag u niet als dwazen maar als verstandige mensen. 16Gebruik uw dagen goed, want we leven in een slechte tijd. 17
5:17
Rom. 12:2
Kol. 1:9
Wees niet onverstandig, maar probeer te begrijpen wat de Heer wil. 18
5:18
Spr. 23:31
Bedrink u niet, want dat leidt tot uitspattingen, maar laat de Geest u vervullen 19
5:19-20
Kol. 3:16-17
en zing met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de Geest u ingeeft. Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer 20en dank God, die uw Vader is, altijd voor alles in de naam van onze Heer Jezus Christus.

21Aanvaard elkaars gezag uit eerbied voor Christus. 22

5:22-24
1 Kor. 14:34
5:22
Kol. 3:18
1 Petr. 3:1
Vrouwen, erken het gezag van uw man als dat van de Heer, 23
5:23
1 Kor. 11:3
want een man is het hoofd van zijn vrouw, zoals Christus het hoofd is van de kerk, het lichaam dat hij gered heeft. 24En zoals de kerk het gezag van Christus erkent, zo moeten vrouwen in ieder opzicht het gezag van hun man erkennen. 25
5:25
Kol. 3:19
1 Petr. 3:7
Mannen, heb uw vrouw lief, zoals Christus de kerk heeft liefgehad en zich voor haar heeft prijsgegeven 26
5:26
Ezech. 16:9
om haar te heiligen, haar te reinigen met water en woorden 27en om haar in al haar luister bij zich te nemen, zodat ze zonder vlek of rimpel of iets dergelijks zal zijn, heilig en zuiver. 28Zo moeten mannen hun vrouw liefhebben, als hun eigen lichaam. Wie zijn vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief. 29Niemand haat ooit zijn eigen lichaam, integendeel: men voedt en verzorgt het, zoals Christus de kerk, 30
5:30
1 Kor. 12:27
want dat is zijn lichaam en wij zijn de ledematen. 31
5:31
Gen. 2:24
Mat. 19:5
Marc. 10:7-8
1 Kor. 6:16
‘Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één lichaam zijn.’ 32Dit mysterie is groot – en ik betrek het op Christus en de kerk. 33Maar ook voor elk van u geldt dat ieder zijn vrouw moet liefhebben als zichzelf, en dat een vrouw ontzag moet hebben voor haar man.