Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
1

11

1:1
Hand. 18:19-21
19:1
Van Paulus, door Gods wil apostel van Christus Jezus. Aan de heiligen in Efeze, aan de gelovigen die één zijn in Christus Jezus. 2Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van Jezus Christus, de Heer.

Lof en dank

3

1:3
2 Kor. 1:3
Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelsferen, in Christus, met talrijke geestelijke zegeningen heeft gezegend.

4

1:4
2 Tes. 2:13
In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor hem heilig en zuiver te zijn, 5en hij heeft ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om in Jezus Christus zijn kinderen te worden, 6tot eer van de grootheid van Gods genade, ons geschonken in zijn geliefde Zoon.

7

1:7
Rom. 3:24
Ef. 2:7
Kol. 1:14
In hem zijn wij door zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven, dankzij de rijke genade 8die God ons in overvloed heeft geschonken. Hij heeft ons in al zijn wijsheid en inzicht 9-10
1:9-10
Kol. 1:16
dit mysterie onthuld: zijn voornemen om met Christus de voltooiing van de tijd te verwezenlijken en zijn besluit om alles in de hemel en op aarde onder één hoofd bijeen te brengen, onder Christus.

11

1:11
Jes. 46:10
In hem heeft God, die alles naar zijn wil en besluit tot stand brengt, ons de bestemming toebedeeld 12om vanaf het begin onze hoop te vestigen op Christus, tot eer van Gods grootheid.

13

1:13-14
2 Kor. 1:22
1:13
Ef. 4:30
Kol. 1:5
In hem hebt ook u de boodschap van de waarheid gehoord, het evangelie van uw redding, in hem bent u, door uw geloof, gemerkt met het stempel van de heilige Geest die ons beloofd is 14als voorschot op onze erfenis, opdat allen die hij zich heeft verworven verlost zullen worden, tot eer van Gods grootheid.

15

1:15-16
Kol. 1:3-4,9
Filem. 4
1:15
Rom. 1:8
Daarom, en ook omdat ik gehoord heb over uw geloof in Jezus, de Heer, en over uw liefde voor alle heiligen, 16dank ik God onophoudelijk voor u en noem ik u in mijn gebeden. 17
1:17
1 Joh. 5:20
Moge de God van onze Heer Jezus Christus, de vader van alle luister, u een geest van inzicht schenken in wat geopenbaard is, opdat u hem zult kennen. 18Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu hij u geroepen heeft, hoe rijk de luister is die de heiligen zullen ontvangen, 19en hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht is voor ons die geloven. 20
1:20
Ps. 110:1
Marc. 16:19
Hand. 2:34-35
Kol. 3:1
Hebr. 10:12
Die macht was ook werkzaam in Christus toen God hem opwekte uit de dood en hem in de hemelsferen een plaats gaf aan zijn rechterhand, 21hoog boven alle hemelse vorsten en heersers, alle machten en krachten en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld maar ook in de toekomstige. 22
1:22
Ps. 8:7
1 Kor. 15:27
Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd en hem als hoofd over alles aangesteld, voor de kerk, 23
1:23
Kol. 1:18
die zijn lichaam is, de volheid van hem die alles in allen vervult.

2

Eén in Christus

21

2:1
Kol. 2:13
U was dood door de misstappen en zonden 2
2:2-3
Kol. 3:6-7
waarmee u de weg ging van de god van deze wereld, de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn. 3
2:3
Ef. 5:6
Net als zij lieten ook wij allen ons eens beheersen door onze wereldse begeerten, wij volgden alle zelfzuchtige verlangens en gedachten die in ons opkwamen en stonden van nature bloot aan Gods toorn, net als ieder ander. 4Maar omdat God zo barmhartig is, omdat de liefde die hij voor ons heeft opgevat zo groot is, 5
2:5
Kol. 2:12-13
heeft hij ons, die dood waren door onze zonden, samen met Christus levend gemaakt. Ook u bent nu door zijn genade gered. 6Hij heeft ons samen met hem uit de dood opgewekt en ons een plaats gegeven in de hemelsferen, in Christus Jezus. 7
2:7
Ef. 1:7
Zo zal hij, in de eeuwen die komen, laten zien hoe overweldigend rijk zijn genade is, hoe goed hij voor ons is door Christus Jezus. 8
2:8-9
Rom. 3:27
Door zijn genade bent u nu immers gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God 9en geen gevolg van uw daden, dus niemand kan zich erop laten voorstaan. 10Want hij heeft ons gemaakt tot wat wij nu zijn: in Christus Jezus geschapen om de weg te gaan van de goede daden die God heeft voorbereid.

11Bedenk daarom dat u – u die eigenlijk door uw afkomst heidenen bent en onbesnedenen genoemd wordt door hen die door mensenhanden besneden zijn – 12

2:12
Rom. 9:4
bedenk dat u destijds niet verbonden was met Christus, geen deel had aan het burgerschap van Israël en niet betrokken was bij de verbondssluitingen en de beloften die daarbij hoorden. U leefde in een wereld zonder hoop en zonder God. 13Maar nu bent u, die eens ver weg was, in Christus Jezus dichtbij gekomen, door zijn bloed. 14Want hij is onze vrede, hij die met zijn dood de twee werelden één heeft gemaakt, de muur van vijandschap ertussen heeft afgebroken 15
2:15
Kol. 2:14
en de wet met zijn geboden en voorschriften buiten werking heeft gesteld, om uit die twee in zichzelf één nieuwe mens te scheppen. Zo bracht hij vrede 16
2:16
Kol. 1:20
en verzoende hij door het kruis beide in één lichaam met God, door in zijn lichaam de vijandschap te doden. 17
2:17
Jes. 57:18-19
Hand. 10:36
Vrede kwam hij verkondigen aan u die ver weg was en vrede aan hen die dichtbij waren: 18
2:18
Ef. 3:12
dankzij hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.

19Zo bent u dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God, 20

2:20
Jes. 28:16
gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen. 21Vanuit hem groeit het hele gebouw, steen voor steen, uit tot een tempel die gewijd is aan hem, de Heer, 22
2:22
1 Petr. 2:5
in wie ook u samen opgebouwd wordt tot een plaats waar God woont door zijn Geest.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]