Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
6

61Het is, dat heb ik ingezien, een trieste zaak onder de zon en voor de mens een zware last: 2

6:2
Luc. 12:19-20
God geeft iemand rijkdom, bezittingen en aanzien; er ontbreekt hem in zijn leven niets van wat hij zich gewenst heeft, maar God staat niet toe dat hij ervan geniet. Dat laat hij een vreemde doen. Leegte is het, een ellendige en trieste zaak. 3
6:3
Job 3:11,16
Zo iemand zou wel honderd kinderen kunnen krijgen en wel jaren kunnen leven, vele jaren lang, maar als zijn dorst naar rijkdom nooit gelest wordt en hem nog niet eens een graf rest, dan – zeg ik – is een doodgeboren kind beter af. 4Het wordt in leegte geboren en verdwijnt in het duister, even naamloos als het is gekomen. 5Het heeft nooit de zon gezien en geen weet gehad van het bestaan. Het heeft rust, veel meer dan die ander 6die, ook al leeft hij duizend jaar en nog eens duizend jaar, niet genieten kan van al het goede dat hij heeft. Zijn zij niet beiden op weg naar dezelfde plaats?

7

6:7
Spr. 16:26
Al het gezwoeg dient ertoe dat de mens zijn buik vult, maar zijn verlangens blijven onvervuld. 8Welk voordeel heeft de wijze vergeleken met de dwaas, wat is het voordeel voor de arme dat hij inzicht in het leven heeft? 9Het is beter te genieten van iets tastbaars dan te grijpen naar iets onbereikbaars. Ook dat is niets dan lucht en najagen van wind. 10
6:10
Job 9:2-3
Wie en wat de mens is, werd al lang geleden vastgesteld: zijn naam is Mens en hij is niet in staat het op te nemen tegen hem die meer macht bezit dan hij. 11Alles wat er meer over gezegd wordt, vermeerdert slechts de leegte. Wat is hiervan het voordeel voor de mens? 12
6:12
Job 8:9
14:2
Ps. 39:7
90:10
102:12
109:23
Wie weet wat goed is voor de mens gedurende het luttel aantal dagen van zijn leeg bestaan? Ze zijn voor hem zo vluchtig als een schaduw. Wie kan hem vertellen wat er na hem komen zal onder de zon?

7

Wijsheden

71

7:1
Spr. 22:1
Beter een goede naam dan een kostbare geur, de dag waarop je sterft is beter dan de dag waarop je wordt geboren. 2Het is beter dat je naar een huis vol rouw gaat dan naar een huis vol feestrumoer, want in een huis vol rouw eindigt iedereen. Dat neme ieder mens zijn leven lang ter harte. 3Je kunt beter droevig zijn dan vrolijk, want bij een droevig gezicht maakt het hart het goed. 4De gedachten van de wijze zijn graag in een huis vol rouw, die van de dwaas in een huis vol plezier.

5Je kunt beter luisteren naar de berisping van de wijzen dan naar de lofzang van de dwazen, 6want zoals de dorens knetteren onder de pot, zo knettert het lachen van de dwaas. Ook dat is enkel leegte.

7

7:7
Ex. 23:8
Afpersing maakt de wijze dwaas, steekpenningen richten het hart te gronde.

8Beter de voltooiing van de dingen dan dat ze beginnen, beter geduld dan ongeduld. 9

7:9
Spr. 22:24
Jak. 1:19
Heb een lange adem en beheers je rusteloosheid, want rusteloosheid heerst in het hart van de dwazen. 10En vraag jezelf niet af waarom het vroeger beter was dan nu. Het getuigt van weinig wijsheid als je daarnaar vraagt.

11Bezit kan beter samengaan met wijsheid; dat is nuttiger onder de zon. 12

7:12
Spr. 8:35
Ze bieden beide schaduw, maar het voordeel van de wijsheid is dat ze de mens meer schaduw in het leven biedt.

13Bezie het werk van God: wie maakt recht wat hij krom heeft gemaakt? 14Geniet dus op de goede dagen van het goede, maar zie op de slechte dagen in dat God naast de goede ook de slechte dagen heeft gemaakt. Geen mens kan in de toekomst zien.

15

7:15
Job 21:7
Pred. 8:14
Dit heb ik in mijn leeg bestaan gezien: een rechtvaardig mens gaat aan zijn rechtvaardigheid ten onder, een onrechtvaardig mens leeft lang ondanks zijn slechte daden. 16Wees daarom niet al te rechtvaardig en meet jezelf geen overdreven wijsheid aan. Waarom zou je jezelf te gronde richten? 17
7:17
Spr. 10:27
Maar gedraag je ook niet al te onrechtvaardig en wees niet overmatig dwaas. Waarom zou je sterven voor je tijd? 18Houd het ene vast en laat het andere niet los. Dat is het beste, want wie ontzag voor God heeft, ontsnapt aan al te veel rechtvaardigheid en ook aan al te veel onrechtvaardigheid. 19
7:19
Spr. 21:22
Pred. 9:16-18
De wijze heeft met deze wijsheid veel meer macht dan tien stadsbestuurders samen. 20
7:20
Rom. 3:10
1 Joh. 1:8-9
Er is geen mens op aarde die nooit zondigt, die alleen maar goed is en altijd rechtvaardig. 21Spits daarom je oren niet bij alles wat er om je heen gezegd wordt. Dan hoef je niet te horen hoe je dienaar je vervloekt. 22Je weet maar al te goed hoe vaak ook jij een ander hebt vervloekt.

23Dit alles heb ik met mijn wijsheid onderzocht. Ik zei tegen mezelf: Laat ik wijsheid zoeken, maar ze bleef ver weg. 24Ver is alles wat er is geweest, dieper nog dan diep. Wie zal ooit inzicht vinden? 25Ik heb met heel mijn hart kennis gezocht en alles wat er is heb ik proberen te doorgronden. Ik heb wijsheid gezocht en wilde tot een slotsom komen; van het kwaad heb ik de dwaasheid willen kennen, van de dwaasheden de waanzin. 26

7:26
Spr. 5:2-4
Sir. 9:1-9
En wat ik vind is altijd weer een vrouw die bitterder dan de dood is, die een valstrik is. Haar hart is een klapnet en haar handen zijn ketenen. Een mens die God behaagt zal aan haar ontsnappen, maar een zondaar laat zich door haar strikken. 27Al met al, zegt Prediker, is dat de slotsom van mijn onderzoek. 28
7:28
Spr. 20:6
Ik heb met hart en ziel gezocht, maar nog altijd niet gevonden. Onder duizend mensen vond ik er maar één die ook werkelijk een mens was, maar het was geen vrouw. 29Alles wat ik vond is dit: de mens is een eenvoudig schepsel. Zo is hij door God gemaakt, maar hij heeft talloze gedachtespinsels.

8

De zin van wat God doet

81Wie heeft wijsheid? Wie kent de verklaring van de dingen? De wijsheid straalt de mens van het gezicht en verandert strenge ogen in een milde blik.

2

8:2
Rom. 13:1-2
Ik geef je deze raad: Volg de bevelen van de koning op, zoals je hebt gezworen tegenover God. 3Onttrek je niet aan zijn gezag, voorkom problemen, want wanneer de koning iets beveelt gebeurt het ook. 4Zijn woord is wet; is er iemand die hem rekenschap kan vragen van zijn daden? 5Een wijs mens leeft zijn geboden na en heeft geen kwaad te duchten. Ook doet hij alles op de juiste tijd, want hij weet: 6voor alles wat gebeurt is er een juiste tijd. Een zware last is dat, voor ieder mens. Het is een kwade zaak, 7
8:7
Pred. 10:14
want niemand weet wat komen zal en hoe het later wordt. Wie kan daar iets over zeggen? 8
8:8
Wijsh. 2:1
Niemand heeft macht over zijn adem, geen mens kan tegenhouden dat zijn adem vergaat. Niemand heeft macht over de dag waarop hij sterft, geen mens ontvlucht het slagveld van de dood. En ook het kwaad – het zal zijn dienaren niet redden. 9Dit alles heb ik vastgesteld gedurende de tijd dat ik aandachtig keek naar alles wat gebeurt onder de zon, en zag dat een mens zijn macht misbruikt om een ander kwaad te doen.

10Ik heb ook gezien hoe zondaars naar het graf werden gedragen. Op de heilige plaats werden ze in het graf gelegd en ze verlieten onder eerbetoon het leven. Maar de rechtvaardigen werden vergeten in de stad. Ook dat is enkel leegte. 11Omdat een slechte daad niet snel bestraft wordt, is een mensenhart maar al te snel tot het kwaad geneigd. 12Een zondaar kan wel honderd maal kwaad doen en toch vele jaren leven. Natuurlijk weet ook ik: het zal een mens die ontzag voor God heeft goed vergaan – want hij heeft toch ontzag voor God? 13

8:13
Jes. 3:10-11
Een zondaar daarentegen zal het slecht vergaan: de schaduw van zijn levensdagen zal niet lengen – want hij heeft toch geen ontzag voor God? 14
8:14
Job 21:7
Ps. 73:3-5
Pred. 7:15
Jer. 12:1-2
Maar is het hier op aarde niet een grote leegte dat rechtvaardigen ten deel valt wat zondaars verdienen, en zondaars wat rechtvaardigen verdienen? Ook dat – zeg ik – is leegte. 15Daarom prijs ik de vreugde, want er is onder de zon niets beters voor de mens dan dat hij zich aan eten en drinken te goed doet en geniet. De vreugde is zijn metgezel wanneer hij zwoegt op elke levensdag onder de zon die God hem heeft gegeven.

16Ik zocht met heel mijn hart naar wijsheid. Alles wat de mens op aarde onderneemt, wilde ik doorgronden. Nooit geeft hij zijn ogen rust, dag noch nacht, 17

8:17
Job 11:7
Pred. 3:11
maar bij alles wat God doet onder de zon, zo heb ik ingezien, doet hij wat hij doet. De mens is niet in staat de zin ervan te vinden. Hij tobt zich af en zoekt ernaar, maar hij vindt hem niet, en al zegt de wijze dat hij inzicht heeft, ook hij is niet in staat de zin ervan te vinden.