Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
2

21Ik wil dat u weet hoe zwaar de strijd is die ik voor u en de gelovigen in Laodicea voer, en voor alle anderen die mij nog nooit in levenden lijve hebben gezien. 2

2:2-3
Ef. 3:18-19
Zo wil ik hen bemoedigen en hen in liefde bijeenhouden, opdat ze tot de volle rijkdom van allesomvattend inzicht komen, tot de kennis van Gods mysterie: Christus,2:2 Gods mysterie: Christus – Andere handschriften lezen: ‘het mysterie van God (en van) de Vader en van Christus’. 3
2:3
Spr. 2:4-5
Jes. 45:3
in wie alle schatten van wijsheid en kennis verborgen liggen.

4

2:4
Ef. 5:6
Dit alles schrijf ik opdat niemand u met fraaie redeneringen op een dwaalspoor brengt. 5
2:5
1 Kor. 5:3-4
Want hoewel ik lijfelijk niet aanwezig ben, ben ik in de geest wel bij u, en ik zie met vreugde hoe hecht u met elkaar verbonden bent en hoe onwrikbaar uw geloof in Christus is.

Met Christus gestorven en opgewekt uit de dood

6Volg de weg van Christus Jezus, nu u hem als uw Heer aanvaard hebt. 7

2:7
Ef. 3:17
Blijf in hem geworteld en gegrondvest, houd vast aan het geloof dat u geleerd is en wees vervuld van dankbaarheid. 8Wees op uw hoede en laat u niet meeslepen door holle en misleidende theorieën die op menselijke tradities zijn gebaseerd en zich richten op de machten van de wereld en niet op Christus. 9
2:9
Kol. 1:19
Want in hem is de goddelijke volheid lichamelijk aanwezig, 10en omdat u één bent met hem, het hoofd van alle machten en krachten, bent ook u van die volheid vervuld. 11
2:11
Filip. 3:3
In hem bent u ook besneden, niet door mensenhanden, maar met de besnijdenis van Christus, door het afleggen van het aardse lichaam. 12
2:12
Rom. 6:4
Ef. 2:6
Toen u gedoopt werd bent u immers met hem begraven, en met hem bent u ook tot leven gewekt, omdat u gelooft in de kracht van God die hem uit de dood heeft opgewekt. 13
2:13
Ef. 2:1-5
U was dood door uw zonden en door uw onbesneden staat, maar God heeft u samen met Christus levend gemaakt toen hij ons al onze zonden kwijtschold. 14
2:14
Ef. 2:15
Hij heeft het document met voorschriften waarin wij werden aangeklaagd, uitgewist en het vernietigd door het aan het kruis te nagelen. 15Hij heeft zich ontdaan van de machten en krachten, hij heeft hen openlijk te schande gemaakt en in Christus over hen getriomfeerd.

16

2:16
Rom. 14:1-6
Laat niemand u iets voorschrijven op het gebied van eten en drinken of het vieren van feestdagen, nieuwemaan en sabbat. 17Dit alles is slechts een schaduw van wat komt – de werkelijkheid is Christus. 18Laat u niet veroordelen door mensen die opgaan in zelfvernedering en engelenverering, zich verdiepen in visioenen2:18 in visioenen – Andere handschriften lezen: ‘in wat hij niet gezien heeft’. of zich laten voorstaan op eigen bedenksels. 19
2:19
Ef. 4:16
Zulke mensen richten zich niet naar het hoofd, van waaruit God het hele lichaam, door gewrichtsbanden en pezen ondersteund en bijeengehouden, doet groeien. 20
2:20
Gal. 4:3
Als u met Christus dood bent voor de machten van de wereld, waarom laat u zich dan geboden opleggen alsof u nog in de wereld leeft? 21‘Raak dit niet aan, proef dat niet, blijf daarvan af’ – 22
2:22
Mat. 15:9
het zijn menselijke voorschriften en principes over zaken die door het gebruik vergaan. 23Dat moet allemaal voor wijsheid doorgaan, maar het is zelfbedachte godsdienst, zelfvernedering en verachting van het lichaam; het heeft geen enkele waarde en dient alleen maar tot eigen bevrediging.

3

31

3:1
Ps. 110:1
Marc. 16:19
Ef. 1:20
Hebr. 10:12
Als u nu met Christus uit de dood bent opgewekt, streef dan naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God. 2Richt u op wat boven is, niet op wat op aarde is. 3U bent immers gestorven, en uw leven ligt met Christus verborgen in God. 4En wanneer Christus, uw leven, verschijnt, zult ook u, samen met hem, in luister verschijnen.

Het nieuwe leven

5

3:5-6
Ef. 5:6
Laat dus wat aards in u is afsterven: ontucht, zedeloosheid, hartstocht, lage begeerten en ook hebzucht – hebzucht is afgoderij –, 6
3:6-7
Ef. 2:2-3
want om deze dingen treft Gods toorn degenen die hem ongehoorzaam zijn. 7
3:7
Tit. 3:3
Vroeger hebt u ook die weg gevolgd en zo geleefd, 8
3:8-10
Ef. 4:22-24
3:8
Ef. 4:31
maar nu moet u alles wat slecht is opgeven: woede en drift, vloeken en schelden. 9
3:9
Ef. 4:25
Bedrieg elkaar niet, nu u de oude mens en zijn leefwijze afgelegd hebt 10
3:10
Gen. 1:26
en de nieuwe mens hebt aangetrokken, die steeds vernieuwd wordt naar het beeld van zijn schepper en zo tot inzicht komt. 11
3:11
1 Kor. 12:13
15:28
Gal. 3:27-28
Dan is er geen sprake meer van Grieken of Joden, besnedenen of onbesnedenen, barbaren, Skythen, slaven of vrijen, maar dan is Christus alles in allen.

12Omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en hij u liefheeft, moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld. 13

3:13
Mat. 6:14
2 Kor. 2:7
Ef. 4:2,32
Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven. 14En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt. 15
3:15
Rom. 12:5
Laat in uw hart de vrede van Christus heersen, want daartoe bent u geroepen als de leden van één lichaam. Wees ook dankbaar. 16
3:16-17
Ef. 5:19-20
Laat Christus’ woorden in al hun rijkdom in u wonen; onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid, zing met heel uw hart psalmen en hymnen voor God en liederen die de Geest u vol genade ingeeft. 17Doe alles wat u zegt of doet in de naam van de Heer Jezus, terwijl u God, de Vader, dankt door hem.

18

3:18-4:6
Ef. 5:22-6:9
6:18-20
3:18
1 Petr. 3:1
Vrouwen, erken het gezag van uw man, zoals past bij uw verbondenheid met de Heer. 19
3:19
1 Petr. 3:7
Mannen, heb uw vrouw lief en wees niet bitter tegen haar. 20Kinderen, gehoorzaam je ouders in alles, want dat is de wil van de Heer. 21Vaders, vit niet op uw kinderen, want dat maakt ze moedeloos. 22
3:22-24
Tit. 2:9-10
1 Petr. 2:18
Slaven, gehoorzaam uw aardse meester in alles, niet met uiterlijk vertoon om bij de mensen in de gunst te komen, maar oprecht en met ontzag voor de Heer. 23Wat u ook doet, doe het van harte, alsof het voor de Heer is en niet voor de mensen, 24want u weet dat u van de Heer een erfenis als beloning zult ontvangen – uw meester is Christus! 25
3:25
Deut. 10:17
Hand. 10:34
Rom. 2:11
Gal. 2:6
Maar iedereen die onrecht doet zal daarvoor boeten, en daarbij wordt geen onderscheid gemaakt.

4

41Meesters, geef uw slaven waar ze recht op hebben en wat redelijk is, want u weet dat ook u een meester hebt, in de hemel.

2

4:2-4
Ef. 6:18-20
4:2
Rom. 12:12
Blijf bidden en blijf daarbij waakzaam en dankbaar. 3En bid dan ook voor ons, dat God deuren voor ons opent om het mysterie van Christus te verkondigen waarvoor ik gevangenzit, 4en bid dat ik het mag onthullen zoals het moet. 5
4:5
Ef. 5:15
Gedraag u wijs tegenover buitenstaanders en benut iedere gelegenheid, 6en als u wilt weten hoe u op de mensen moet reageren: vriendelijk, maar beslist.

Groeten

7

4:7
Hand. 20:4
Ef. 6:21-22
2 Tim. 4:12
Tit. 3:12
Tychikus, onze geliefde broeder, onze trouwe helper en mededienaar van de Heer, zal u alles over mij vertellen. 8Hem stuur ik naar u toe om u over onze omstandigheden in te lichten en om u moed in te spreken, 9
4:9
Filem. 10-12
samen met Onesimus, onze trouwe en geliefde broeder die een van u is; zij beiden zullen u vertellen hoe het hier gaat.

10

4:10
Hand. 12:12,25
19:29
20:4
27:2
2 Tim. 4:11
Filem. 24
Aristarchus, mijn medegevangene, Barnabas’ neef Marcus (over wie u al instructies hebt gekregen: ontvang hem gastvrij wanneer hij bij u komt) 11en Jezus Justus groeten u; zij zijn de enige Joden die met mij meewerken voor Gods koninkrijk, en ze zijn dan ook een grote troost voor me geweest. 12
4:12
Kol. 1:7
Filem. 23
Epafras, een dienaar van Christus Jezus en een van u, groet u; in al zijn gebeden strijdt hij voor u en bidt hij dat u als volmaakte mensen en met volle overtuiging zult vasthouden aan alles wat God wil. 13Ik kan van hem getuigen dat hij zich erg voor u inspant en ook voor de mensen in Laodicea en Hiërapolis. 14
4:14
2 Tim. 4:10-11
Filem. 24
Ook Lucas, onze geliefde arts, en Demas groeten u. 15Wilt u de broeders en zusters in Laodicea groeten, en ook Nymfa en de gemeente die bij haar thuis samenkomt? 16
4:16
1 Tes. 5:27
Wanneer deze brief bij u is voorgelezen, moet u ervoor zorgen dat hij ook in de gemeente van Laodicea wordt voorgelezen, en dat u de brief aan hen te lezen krijgt. 17
4:17
Filem. 2
En zeg tegen Archippus: ‘Let erop dat u de taak die u van de Heer hebt ontvangen, ook vervult.’

18

4:18
1 Kor. 16:21
Gal. 6:11
2 Tes. 3:17
1 Tim. 6:21
2 Tim. 4:22
Een eigenhandig geschreven groet van mij, Paulus. Denk aan mijn boeien! Genade zij met u.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]