Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
2

Wat voorafgaat aan de komst van de Heer

21

2:1-12
1 Tes. 4:13-17
Broeders en zusters, over de komst van onze Heer Jezus Christus en het tijdstip waarop we met hem worden verenigd, zeggen we u: 2verlies niet meteen uw verstand en raak niet in paniek wanneer een profetie, een uitspraak of een brief die door ons zou zijn geschreven, het voorstelt alsof de dag van de Heer op het punt staat aan te breken. 3
2:3
Jer. 29:8
Laat u door niemand misleiden, op geen enkele manier. De dag van de Heer breekt niet aan voordat velen zich van het geloof hebben afgekeerd en de wetteloze mens verschenen is, hij die verloren zal gaan. 4
2:4
Dan. 11:36
Hij zal alles wat goddelijk en heilig is bestrijden en zich erboven verheffen, om in Gods tempel plaats te nemen op de troon en zich voor te doen als God zelf. 5
2:5
1 Tes. 3:4
Herinnert u zich niet dat ik u dit herhaalde malen heb gezegd toen ik bij u was? 6Dan weet u ook wat hem nog tegenhoudt en dat hij pas zal verschijnen op de voor hem vastgestelde tijd. 7Hoewel in het verborgene de wetteloosheid nu al werkzaam is, moet eerst degene die hem tegenhoudt verdwijnen. 8
2:8
Job 4:9
Jes. 11:4
Pas dan verschijnt hij – en dan zal de Heer Jezus hem doden met de adem van zijn mond en vernietigen door de aanblik van zijn komst. 9
2:9
Mat. 24:24
De komst van de wetteloze mens is het werk van Satan en gaat gepaard met groot machtsvertoon en valse tekenen en wonderen, 10
2:10
Mat. 24:12
en allen die verloren zullen gaan, zal hij met zijn kwaadaardigheid verleiden. Want ze hebben de liefde voor de waarheid, die hen had kunnen redden, niet aanvaard. 11
2:11
1 Kon. 22:22
Daarom treft God hen met verblinding, zodat ze dwalen en de leugen geloven. 12Zo zal iedereen die de waarheid niet gelooft maar behagen schept in onrecht, worden veroordeeld.

13

2:13
Ef. 1:4
2 Tes. 1:3
Maar voor u, broeders en zusters, geliefden van de Heer, moeten wij God altijd danken. Hij heeft u als eersten uitgekozen om te worden gered door de Geest die heilig maakt en door het geloof in de waarheid. 14Hij heeft u daartoe geroepen door het evangelie dat wij u verkondigd hebben en waardoor u zult delen in de luister van onze Heer Jezus Christus. 15
2:15
1 Kor. 11:2
1 Tes. 4:1-2
2 Tes. 3:6
Wees standvastig, broeders en zusters, en blijf bij de traditie waarin u door ons onderwezen bent, in woord of geschrift. 16
2:16-17
1 Tes. 3:11-13
Mogen onze Heer Jezus Christus en God, onze Vader, die ons zijn liefde heeft getoond en ons door zijn genade blijvende steun en goede hoop gegeven heeft, 17u aanmoedigen en sterken in al het goede dat u doet en zegt.

3

Doe uw dagelijks werk

31

3:1
1 Tes. 5:25
Voor het overige, broeders en zusters, bid voor ons. Bid dat het woord van de Heer zich elders even snel verspreidt en evenzeer geprezen wordt als bij u. 2Bid ook dat wij worden behoed voor slechte en kwaadaardige mensen, want niet iedereen is betrouwbaar. 3
3:3
Mat. 6:13
Maar de Heer is trouw, hij zal u kracht geven en u tegen het kwaad beschermen. 4De Heer geeft ons de overtuiging dat u doet wat wij u opdragen en dat zult blijven doen. 5Moge de Heer uw wil en verlangen richten op de liefde voor God en de standvastige trouw aan Christus.3:5 de liefde voor God en de standvastige trouw aan Christus – Ook mogelijk is de vertaling: ‘Gods liefde en Christus’ standvastigheid’.

6

3:6-12
1 Tes. 2:9
4:11
5:14
Broeders en zusters, op gezag van onze Heer Jezus Christus dragen wij u op u niet in te laten met broeders of zusters die hun werk verwaarlozen en niet leven volgens de traditie die wij hebben doorgegeven. 7
3:7
Filip. 3:17
U weet zelf wat het betekent ons na te volgen. Toen we bij u waren, hebben we ons dagelijks werk niet verwaarloosd 8
3:8
1 Kor. 4:12
en op niemands kosten geleefd. Integendeel, we hebben ons ingezet en ingespannen, dag en nacht hebben we gewerkt om niemand van u tot last te zijn. 9
3:9
Filip. 3:17
Niet dat we geen aanspraak konden maken op uw ondersteuning, maar we wilden onszelf tot voorbeeld stellen, zodat u ons zou navolgen. 10Toen we bij u waren, hebben we herhaaldelijk gezegd dat wie niet wil werken, niet zal eten. 11We horen dat sommigen van u hun werk verwaarlozen, dat ze zich niet nuttig maken maar zich slechts onledig houden met nutteloze bezigheden. 12In naam van de Heer Jezus Christus dragen wij dergelijke mensen nadrukkelijk op rustig hun werk te doen en hun eigen brood te verdienen. 13
3:13
Gal. 6:9
Broeders en zusters, doe het goede, zonder op te geven, 14en wees op uw hoede voor wie geen gehoor geven aan wat wij in deze brief schrijven. Ga niet met hen om, dan zullen ze zich schamen. 15
3:15
1 Tes. 5:14
Behandel hen echter niet als vijanden, maar wijs hen als uw broeders en zusters terecht. 16Moge de Heer van de vrede zelf u altijd en op elke wijze vrede geven. De Heer zij met u allen.

17

3:17
1 Kor. 16:21
Gal. 6:11
Ik, Paulus, groet u in mijn eigen handschrift. Dat is in elke brief het waarmerk dat ik hem zelf geschreven heb. 18
3:18
Rom. 16:20
De genade van onze Heer Jezus Christus zij met u allen.