Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
4

Aansporingen

41

4:1-2
1 Kor. 11:2
2 Tes. 2:15
Broeders en zusters, in naam van de Heer Jezus vragen we u met klem te leven zoals wij het u hebben geleerd, dus zo dat het God behaagt. U doet dat al, maar wij sporen u aan het nog veel meer te doen. 2U kent de voorschriften die wij u op gezag van de Heer Jezus hebben gegeven. 3
4:3-4
1 Kor. 6:13
4:3
Hand. 15:20
Het is de wil van God dat u een heilig leven leidt: dat u zich onthoudt van ontucht, 4dat ieder van u zijn lichaam heiligt en in eerbaarheid weet te beheersen4:4 dat ieder van u zijn lichaam heiligt en in eerbaarheid weet te beheersen – Ook mogelijk is de vertaling: ‘dat ieder van u heilig en eerbaar met zijn vrouw leeft’. 5en dat u niet zoals de ongelovigen, die God niet kennen, toegeeft aan uw hartstocht en begeerte. 6
4:6
Ps. 94:1-2
Schaad of bedrieg uw broeder of zuster in dit opzicht niet, want de Heer vergeldt dit alles, zoals wij u vroeger al nadrukkelijk hebben voorgehouden. 7God heeft ons niet geroepen tot zedeloosheid, maar tot een heilig leven. 8
4:8
Luc. 10:16
Dus wie deze voorschriften verwerpt, verwerpt niet een mens, maar God, die u zijn heilige Geest geeft.

9Over de onderlinge liefde hoeven wij u niets te schrijven, want u hebt zelf van God geleerd hoe u in liefde met elkaar moet omgaan. 10U doet dat al met alle gelovigen in heel Macedonië, maar, broeders en zusters, wij sporen u aan het nog veel meer te doen 11

4:11
Ef. 4:28
2 Tes. 3:6-12
en er een eer in te stellen in alle rust uw eigen zaken te behartigen en uw eigen brood te verdienen. Dat hebben wij u opgedragen, 12opdat u een eerzaam leven zult leiden in de ogen van hen die niet tot de gemeente behoren, en u van niemand afhankelijk bent.

13

4:13-17
2 Tes. 2:1-12
Broeders en zusters, wij willen u niet in het ongewisse laten over de doden, zodat u niet hoeft te treuren, zoals zij die geen hoop hebben. 14Want als wij geloven dat Jezus is gestorven en is opgestaan, moeten wij ook geloven dat God door Jezus de doden naar zich toe zal leiden, samen met Jezus zelf. 15
4:15-17
1 Kor. 15:51-52
Wij zeggen u met een woord van de Heer: wij, die in leven blijven tot de komst van de Heer, zullen de doden in geen geval voorgaan. 16
4:16
1 Kor. 15:23
Wanneer het signaal gegeven wordt, de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God weerklinkt, zal de Heer zelf uit de hemel neerdalen. Dan zullen eerst de doden die Christus toebehoren opstaan, 17
4:17
Op. 1:7
en daarna zullen wij, die nog in leven zijn, samen met hen op de wolken worden weggevoerd en gaan we in de lucht de Heer tegemoet. Dan zullen we altijd bij hem zijn. 18Troost elkaar met deze woorden.

5

51

5:1-2
Mat. 24:36,43
Luc. 12:39
2 Petr. 3:10
Op. 3:3
Broeders en zusters, ik hoef u niet te schrijven over het moment waarop dit zal gebeuren, 2want u weet zelf maar al te goed dat de dag van de Heer komt als een dief in de nacht. 3Als de mensen zeggen dat er vrede en veiligheid is, worden ze plotseling getroffen door de ondergang, zoals een zwangere vrouw door barensweeën. Vluchten is dan onmogelijk. 4
5:4-8
Rom. 13:11-14
Ef. 5:8
Maar u, broeders en zusters, u leeft niet in de duisternis, zodat de dag van de Heer u zou kunnen overvallen als een dief, 5want u bent allen kinderen van het licht en van de dag. Wij behoren niet toe aan de nacht en de duisternis, 6
5:6
1 Petr. 1:13
dus laten we niet slapen, zoals anderen, maar waken en op onze hoede zijn. 7Wie slaapt, slaapt ’s nachts, en wie zich bedrinkt, is ’s nachts dronken; 8
5:8
Jes. 59:17
Ef. 6:13-17
maar laten wij, die toebehoren aan de dag, op onze hoede zijn, omgord met het harnas van geloof en liefde, en getooid met de helm van de hoop op redding. 9Want Gods bedoeling met ons is niet dat wij veroordeeld worden, maar dat wij gered worden door onze Heer Jezus Christus. 10Hij is voor ons gestorven opdat wij, of we nu op aarde zijn of gestorven zijn, samen met hem zullen leven. 11Dus troost elkaar en wees elkaar tot voorbeeld, zoals u trouwens al doet.

12

5:12-13
1 Kor. 16:16
Hebr. 13:17
Wij vragen u, broeders en zusters, diegenen onder u te erkennen die zich op gezag van de Heer ervoor inzetten u te leiden en terecht te wijzen. 13U moet hun om hun werk veel liefde en respect betonen. Leef in vrede met elkaar. 14
5:14
2 Tes. 3:6-12
Wij sporen u aan, broeders en zusters, iedereen die zijn dagelijks werk verwaarloost terecht te wijzen, de moedelozen hoop te geven, op te komen voor de zwakken, met iedereen geduld te hebben. 15
5:15
Gal. 6:10
Zie erop toe dat niemand kwaad met kwaad vergeldt en streef altijd naar het goede, zowel voor elkaar als voor ieder ander. 16Wees altijd verheugd, 17bid onophoudelijk, 18
5:18
Ef. 5:20
dank God onder alle omstandigheden, want dat is wat hij van u, die één bent met Christus Jezus, verlangt. 19Doof de Geest niet uit 20en veracht de profetieën niet die hij u ingeeft. 21Onderzoek alles, behoud het goede 22en vermijd elk kwaad, in welke vorm het zich ook voordoet. 23Moge de God van de vrede zelf uw leven in alle opzichten heiligen, en mogen heel uw geest, ziel en lichaam zuiver bewaard zijn bij de komst van onze Heer Jezus Christus. 24Hij die u roept is trouw en doet zijn belofte gestand.

25

5:25
2 Tes. 3:1
Broeders en zusters, bid ook voor ons 26
5:26
Rom. 16:16
en groet elkaar met een heilige kus. 27
5:27
Kol. 4:16
In de naam van de Heer verzoek ik u dringend deze brief voor te lezen aan alle broeders en zusters. 28
5:28
Rom. 16:20
2 Tes. 3:18
De genade van onze Heer Jezus Christus zij met u.