Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
2

21Kinderen, ik schrijf u dit opdat u niet zondigt. Mocht een van u echter toch zondigen, dan hebben wij een pleitbezorger bij de Vader: Jezus Christus, de rechtvaardige. 2

2:2
Joh. 1:29
Rom. 3:25-26
Hebr. 2:17
1 Joh. 4:10
Hij is het die verzoening brengt voor onze zonden, en niet alleen voor die van ons, maar voor de zonden van de hele wereld.

3

2:3
1 Joh. 5:2
Dat wij God kennen weten we doordat we ons aan zijn geboden houden. 4
2:4
1 Joh. 1:6
4:20
Wie zegt: ‘Ik ken hem,’ maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een leugenaar; de waarheid is niet in hem. 5
2:5
1 Joh. 4:12
In wie zich aan Gods woord houdt, is zijn liefde ten volle werkelijkheid geworden; hierdoor weten we dat we in hem zijn. 6
2:6
Joh. 13:15
Wie zegt in hem te blijven, behoort in de voetsporen van Jezus te treden. 7
2:7
Joh. 13:34
1 Joh. 3:11
2 Joh. 5
Geliefde broeders en zusters, ik houd u in deze brief geen nieuw gebod voor maar een oud, dat u vanaf het begin bekend is. Dat oude gebod is de boodschap die u gehoord hebt. 8
2:8
Joh. 1:5
8:12
Toch is het ook een nieuw gebod, omdat de duisternis wijkt en het ware licht al schijnt, en dit is werkelijkheid in Jezus’ leven en in uw leven. 9Wie zegt in het licht te zijn maar zijn broeder of zuster haat, bevindt zich nog altijd in de duisternis. 10Wie de ander liefheeft, blijft in het licht en komt niet ten val, 11
2:11
Spr. 4:19
Joh. 9:40-41
1 Joh. 3:15
maar wie de ander haat, bevindt zich in de duisternis. Hij gaat zijn weg in het duister, zonder te weten waarheen die weg voert, want de duisternis heeft hem blind gemaakt.

12Kinderen, ik schrijf u dat uw zonden u vergeven zijn omwille van zijn naam. 13

2:13
1 Joh. 1:1
Ik schrijf u, ouderen: u kent hem die er is vanaf het begin. Ik schrijf u, jongeren: u hebt hem die het kwaad zelf is overwonnen. 14Kinderen, ik schrijf u dus dat u de Vader kent. Ouderen, u schrijf ik: u kent hem die er is vanaf het begin. Jongeren, u schrijf ik: u bent sterk, het woord van God blijft in u, en u hebt het kwaad overwonnen.

15

2:15-17
Jak. 4:4
Heb de wereld en wat in de wereld is niet lief. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem, 16
2:16
Tit. 2:12
want alles wat in de wereld is – zelfzuchtige begeerte, afgunstige inhaligheid, pronkzucht –, dat alles komt niet uit de Vader voort maar uit de wereld. 17
2:17
1 Kor. 7:31
De wereld met haar begeerte gaat voorbij, maar wie Gods wil doet blijft tot in eeuwigheid.

Kinderen van God en kinderen van de duivel

18

2:18
2 Joh. 7
Kinderen, het laatste uur is aangebroken. U hebt gehoord dat de antichrist zal komen. Nu al treden er veel antichristen op, en daardoor weten we dat dit het laatste uur is. 19
2:19
Hand. 20:30
Ze zijn uit ons midden voortgekomen maar ze hoorden niet bij ons, want als ze werkelijk bij ons hadden gehoord, zouden ze bij ons gebleven zijn. Maar het moest aan het licht komen dat niemand van hen bij ons hoorde. 20U echter bent gezalfd door de heilige, u allen weet dat.2:20 u allen weet dat – Ook mogelijk is de vertaling: ‘u allen bezit kennis’. 21Ik schrijf u niet omdat u de waarheid niet zou kennen, maar juist omdat u die kent en omdat uit de waarheid nooit een leugen voortkomt. 22Bestaat er een grotere leugenaar dan iemand die ontkent dat Jezus de christus2:22 de christus – Griekse titel, elders weergegeven als ‘de messias’ (zie de noot bij Matteüs 2:4), hier als ‘de christus’ vanwege het verband met ‘de antichrist’. is? De antichrist is ieder die de Vader en de Zoon niet erkent. 23
2:23-24
2 Joh. 9
2:23
Joh. 5:23
Ieder die de Zoon niet erkent, heeft ook de Vader niet. Wie de Zoon erkent, heeft ook de Vader. 24Wat uzelf betreft: wat u vanaf het begin hebt gehoord, laat dat in u blijven. Als in u blijft wat u vanaf het begin hebt gehoord, zult u in de Zoon en in de Vader blijven. 25En dit is wat hij ons heeft beloofd: het eeuwige leven. 26Dit wilde ik u schrijven over hen die proberen u te misleiden. 27
2:27
2 Kor. 1:21
Wat uzelf betreft: de zalving die u van hem ontvangen hebt is blijvend, u hebt geen leraar nodig. Zijn zalving leert u alles naar waarheid, zonder bedrog. Blijf daarom in hem, zoals zijn zalving u geleerd heeft.

28Blijf dus in hem, kinderen. Dan kunnen we vol vertrouwen zijn wanneer hij verschijnt en hoeven we ons niet te schamen bij zijn komst. 29U weet dat hij rechtvaardig is, en u moet daarom wel inzien dat ieder die rechtvaardig leeft uit God geboren is.

3

31

3:1
Joh. 1:12
Rom. 8:14-17
Bedenk toch hoe groot de liefde is die de Vader ons heeft geschonken! Wij worden kinderen van God genoemd, en dat zijn we ook. Dat de wereld ons niet kent, komt doordat de wereld hem niet kent. 2Geliefde broeders en zusters, wij zijn nu al kinderen van God. Wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard, maar we weten dat we aan hem gelijk zullen zijn wanneer hij zal verschijnen, want dan zien we hem zoals hij is. 3Ieder die dit vol vertrouwen van hem verwacht maakt zich rein, zoals ook Jezus rein is. 4Ieder die zondigt overtreedt Gods wet, want zondigen is Gods wet overtreden. 5
3:5
Joh. 1:29
U weet dat Jezus verschenen is om de zonden weg te nemen; er is in hem geen zonde. 6Ieder die in hem blijft, zondigt niet. Ieder die zondigt, heeft hem nooit gezien en kent hem niet.

7Kinderen, laat niemand u misleiden: wie rechtvaardig leeft is een rechtvaardige, zoals ook Jezus rechtvaardig is, 8

3:8-10
Joh. 8:44
en wie zondigt komt uit de duivel voort, want de duivel heeft vanaf het begin gezondigd. De Zoon van God is dan ook verschenen om de daden van de duivel teniet te doen. 9Wie uit God geboren is zondigt niet, want Gods zaad is blijvend in hem. Hij kán zelfs niet zondigen, want hij is uit God geboren. 10Hieraan is te zien wie kinderen van God en wie kinderen van de duivel zijn: wie niet rechtvaardig leeft, komt niet uit God voort. Hetzelfde geldt voor wie zijn broeder of zuster niet liefheeft.

Heb elkaar lief

11

3:11
Joh. 13:34
1 Joh. 2:7
Dit is immers wat u vanaf het begin hebt horen verkondigen: dat we elkaar moeten liefhebben 12
3:12
Gen. 4:8
en niet moeten doen zoals Kaïn, die voortkwam uit hem die het kwaad zelf is, en zijn broer doodsloeg. En waarom sloeg hij hem dood? Omdat zijn eigen daden slecht waren en die van zijn broer rechtvaardig. 13
3:13
Joh. 15:18-21
Wees niet verbaasd, broeders en zusters, als de wereld u haat. 14
3:14
Joh. 5:24
Wij weten dat we van de dood zijn overgegaan naar het leven omdat we elkaar liefhebben. Wie niet liefheeft blijft in de dood. 15
3:15
1 Joh. 2:11
Iedereen die zijn broeder of zuster haat, is een moordenaar, en u weet dat een moordenaar het eeuwige leven niet blijvend in zich heeft. 16
3:16
Joh. 15:12-13
Wat liefde is, hebben we geleerd van hem die zijn leven voor ons gegeven heeft. Daarom horen ook wij ons leven te geven voor onze broeders en zusters. 17
3:17
Deut. 15:7,11
Jak. 2:15-16
Hoe kan Gods liefde in iemand blijven die meer dan genoeg heeft om van te bestaan, maar zijn hart sluit voor een broeder of zuster die hij gebrek ziet lijden?

18

3:18
Jak. 1:22
Kinderen, we moeten niet liefhebben met de mond, met woorden, maar waarachtig, met daden. 19Dan weten we dat we voortkomen uit de waarheid en kunnen we met een gerust hart voor God staan. 20En zelfs als ons hart ons aanklaagt: God is groter dan ons hart, hij weet alles. 21Geliefde broeders en zusters, als ons hart ons niet aanklaagt, kunnen we ons vol vertrouwen tot God wenden 22
3:22
Mat. 7:11
Joh. 14:13-14
1 Joh. 5:14
en ontvangen we van hem wat we maar vragen, omdat we ons aan zijn geboden houden en doen wat hij wil. 23
3:23
Joh. 13:34
15:12,17
2 Joh. 5
Dit is zijn gebod: dat we geloven in de naam van zijn Zoon Jezus Christus en elkaar liefhebben, zoals hij ons heeft opgedragen. 24
3:24
1 Joh. 4:13-16
Wie zich aan zijn geboden houdt blijft in God, en God blijft in hem. Dat hij in ons blijft, weten we door de Geest die hij ons heeft gegeven.

4

Wie de Zoon heeft, heeft het leven

41Geliefde broeders en zusters, vertrouw niet elke geest. Onderzoek altijd of een geest van God komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen. 2De Geest van God herkent u hieraan: iedere geest die belijdt dat Jezus Christus als mens gekomen is, komt van God. 3

4:3
2 Joh. 7
Iedere geest die dit niet belijdt,4:3 Iedere geest die dit niet belijdt – Andere handschriften lezen: ‘Iedere geest die niet belijdt dat Jezus Christus als mens gekomen is’. komt niet van God; dat is de geest van de antichrist, waarvan u hebt gehoord dat hij zal komen – nu al is hij in de wereld. 4U, kinderen, komt uit God voort en u hebt de valse profeten overwonnen, want hij die in u is, is machtiger dan hij die in de wereld heerst. 5
4:5
Joh. 3:31
Die valse profeten komen uit de wereld voort. Daarom spreken zij de taal van de wereld en luistert de wereld naar hen. 6
4:6
Joh. 8:47
14:17
Wij komen uit God voort. Wie God kent luistert naar ons. Wie niet uit God voortkomt luistert niet naar ons. Hieraan kunnen we de geest van de waarheid en de geest van de dwaling herkennen.

7

4:7
Joh. 13:34
Geliefde broeders en zusters, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde komt uit God voort. Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God. 8
4:8
1 Joh. 4:16
Wie niet liefheeft kent God niet, want God is liefde. 9
4:9
Joh. 3:16
En hierin is Gods liefde ons geopenbaard: God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden, opdat we door hem zouden leven. 10
4:10
1 Joh. 2:2
Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden.

11Geliefde broeders en zusters, als God ons zo heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar liefhebben. 12

4:12
Joh. 1:18
6:46
Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden. 13
4:13-16
1 Joh. 3:24
Dat wij in hem blijven en hij in ons, weten we doordat hij ons heeft laten delen in zijn Geest. 14
4:14
Joh. 3:17
4:42
En we hebben zelf gezien waarvan we nu getuigen: dat de Vader zijn Zoon gezonden heeft als redder van de wereld. 15
4:15
1 Joh. 5:1
Als iemand belijdt dat Jezus de Zoon van God is, blijft God in hem en blijft hij in God. 16
4:16
1 Joh. 4:8
Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem.

17Zo is de liefde bij ons werkelijkheid geworden, en daardoor kunnen we op de dag van het oordeel vol vertrouwen zijn, want hoewel wij nog in deze wereld zijn, zijn we als Jezus. 18De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden. 19Wij hebben lief omdat God ons het eerst heeft liefgehad. 20

4:20
1 Joh. 2:4
Als iemand zegt: ‘Ik heb God lief,’ maar hij haat zijn broeder of zuster, is hij een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, die hij nooit gezien heeft, liefhebben als hij de ander, die hij wel ziet, niet liefheeft. 21We hebben dan ook dit gebod van hem gekregen: wie God liefheeft, moet ook de ander liefhebben.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]