Herziene Statenvertaling (HSV)
20

De satan gebonden

201En ik zag een engel neerdalen uit de hemel

20:1
Openb. 1:18
met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand.

2

20:2
2 Petr. 2:4
Openb. 12:9
En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor duizend jaar,

3en wierp hem in de afgrond, en sloot hem daarin op en verzegelde die boven hem,

20:3
Vers
opdat hij de volken niet meer zou misleiden, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen zouden zijn. En daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten.

De eerste opstanding

4En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten,

20:4
Openb. 6:10
en het oordeel werd hun gegeven. En ik zag
20:4
Openb. 6:9
de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God, en die
20:4
Openb. 13:12
het beest en
20:4
Openb. 13:15
zijn beeld niet hadden aanbeden, en die
20:4
Openb. 13:16
het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en op hun hand.
20:4
Openb. 6:11
En zij leefden en gingen als koningen regeren met Christus, duizend jaar lang.

5Maar de overigen van de doden werden niet weer levend, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen waren. Dit is de eerste opstanding.

6Zalig en heilig is hij die deelheeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen

20:6
Jes. 61:6
1 Petr. 2:9
Openb. 1:6
5:10
priesters van God en van Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen regeren, duizend jaar lang.

De satan geheel overwonnen

7En wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten.

8En hij zal uitgaan om de volken te misleiden die zich in de vier hoeken van de aarde bevinden,

20:8
Ezech. 38:2
39:1
Gog en Magog, om hen
20:8
Openb. 16:14
te verzamelen voor de oorlog. En hun aantal is als het zand van de zee.

9En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen.

10En de duivel, die hen misleidde,

20:10
Dan. 7:11
Openb. 19:20
werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook
20:10
Openb. 19:20
het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht
20:10
Openb. 14:10
gepijnigd worden in alle eeuwigheid.

Het laatste oordeel

11En ik zag een grote witte troon, en Hem Die daarop zat. Voor Zijn aangezicht vluchtten de aarde en de hemel weg, zodat er geen plaats meer voor hen te vinden was.

12En ik zag de doden, klein en groot, voor God staan. En de boeken werden geopend en nog een ander boek werd geopend, namelijk het boek

20:12
Ex. 32:32
Ps. 69:29
Filipp. 4:3
Openb. 3:5
21:27
des levens. En de doden werden geoordeeld overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond,
20:12
Ps. 62:13
Jer. 17:10
32:19
Matt. 16:27
Rom. 2:6
14:12
2 Kor. 5:10
Gal. 6:5
Openb. 2:23
overeenkomstig hun werken.

13En de zee gaf de doden die in haar waren. Ook de dood en het rijk van de dood gaven de doden die in hen waren, en zij werden geoordeeld, ieder overeenkomstig zijn werken.

14En de dood en het rijk van de dood werden in de poel van vuur geworpen. Dit is de tweede dood.

15En als iemand niet bleek ingeschreven te zijn in het boek des levens, werd hij in de poel van vuur geworpen.

21

De nieuwe hemel en de nieuwe aarde

211En

21:1
Jes. 65:17
66:22
2 Petr. 3:13
ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan. En de zee was er niet meer.

2En ik, Johannes, zag

21:2
Vers
de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is.

3En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen:

21:3
Ezech. 43:7
Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn.

4

21:4
Jes. 25:8
Openb. 7:17
En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.

5

21:5
Openb. 4:2
20:11
En Hij Die op de troon zit, zei: Zie,
21:5
Jes. 43:19
2 Kor. 5:17
Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden
21:5
Openb. 19:9
zijn waarachtig en betrouwbaar.

6En Hij zei tegen mij:

21:6
Openb. 16:17
Het is geschied.
21:6
Jes. 41:4
44:6
Openb. 1:8
22:13
Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde.
21:6
Jes. 55:1
Wie dorst heeft, zal Ik voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens.

7Wie overwint, zal alles beërven,

21:7
Zach. 8:8
Hebr. 8:10
en Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn.

8Maar wat betreft

21:8
Openb. 22:15
de lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars: hun deel is in de poel
21:8
Openb. 20:14,15
die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood.

Het nieuwe Jeruzalem

9En een van de zeven engelen

21:9
Openb. 15:6,7
die de zeven schalen hadden, vol van de zeven laatste plagen, kwam naar mij toe en hij sprak met mij en zei: Kom, ik zal u de bruid, de vrouw van het Lam, laten zien.

10En hij voerde mij weg

21:10
Openb. 1:10
in de geest op een grote en hoge berg en liet mij de
21:10
Vers
grote stad zien, het heilige Jeruzalem, dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan.

11Zij had de heerlijkheid van God, en haar uitstraling was als een zeer kostbare edelsteen, als een kristalheldere steen jaspis.

12Zij had een grote en hoge muur met twaalf poorten, en bij die poorten twaalf engelen. Ook waren er namen op geschreven, namelijk van de twaalf stammen van de Israëlieten.

13Drie poorten op het oosten, drie poorten op het noorden, drie poorten op het zuiden, en drie poorten op het westen.

14

21:14
Efez. 2:20
En de muur van de stad had twaalf fundamenten met daarop de twaalf namen van de twaalf apostelen van het Lam.

15En hij die met mij sprak,

21:15
Ezech. 40:3
Zach. 2:1
had een gouden meetlat om de stad op te meten, en haar poorten, en haar muur.

16En de stad lag daar als een vierkant, haar lengte was even groot als haar breedte. En hij mat de stad met de meetlat op: twaalfduizend stadiën.21:16 stadiën - Eén stadie bedraagt ongeveer 185 meter. Haar lengte, breedte en hoogte waren gelijk.

17En hij mat haar muur op: honderdvierenveertig el, een mensenmaat, die ook de maat van een engel is.

18En het bouwmateriaal van de muur was jaspis en de stad was zuiver goud, gelijk aan zuiver glas.

19En de fundamenten van de muur van de stad waren met allerlei edelgesteente versierd. Het eerste fundament was jaspis, het tweede saffier, het derde chalcedon, het vierde smaragd,

20het vijfde onyx, het zesde sardius, het zevende chrysoliet, het achtste beril, het negende topaas, het tiende chrysopraas, het elfde hyacint, het twaalfde amethist.

21En de twaalf poorten waren twaalf parels. Elke poort apart bestond uit één parel, en de straat van de stad was zuiver goud, als doorzichtig glas.

22Ik zag geen tempel in haar, want de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam.

23

21:23
Jes. 60:19
Zach. 14:7
En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlicht haar,
21:23
Openb. 22:5
en het Lam is haar lamp.

24

21:24
Jes. 60:3
En de naties die zalig worden, zullen in haar licht wandelen, en de koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid en eer erin.

25

21:25
Jes. 60:11
En haar poorten zullen overdag nooit gesloten worden,
21:25
Openb. 22:5
want daar zal geen nacht zijn.

26En zij zullen de heerlijkheid en de eer van de naties daarin brengen.

27Al wat onrein is, zal er niet inkomen, en ook niemand die zich bezighoudt met gruwelen en leugens, maar alleen zij die geschreven zijn

21:27
Ex. 32:32
Ps. 69:29
Filipp. 4:3
Openb. 3:5
20:12
in het boek des levens van het Lam.

22

De rivier van levend water

221En hij liet

22:1
Ezech. 47:1
Zach. 14:8
mij een zuivere rivier zien, van het water des levens, helder als kristal, die uit de troon van God en van het Lam kwam.

2In het midden van haar straat en aan de ene en de andere zijde van de rivier bevond zich

22:2
Openb. 2:7
de Boom des levens, die twaalf vruchten voortbrengt – van maand tot maand geeft Hij Zijn vrucht. En de bladeren van de boom zijn tot genezing van de heidenvolken.

3En geen enkele vervloeking zal er meer zijn. En de troon van God en van het Lam zal daar zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen,

4en zullen Zijn aangezicht zien, en

22:4
Openb. 3:12
Zijn Naam zal op hun voorhoofd zijn.

5

22:5
Jes. 60:19
Zach. 14:7
Openb. 21:23
En daar zal geen nacht zijn, en zij hebben geen lamp en ook geen zonlicht nodig, want de Heere God verlicht hen. En zij zullen als koningen regeren in alle eeuwigheid.

Waarschuwingen en beloften

6En hij zei tegen mij:

22:6
Openb. 19:9
21:5
Deze woorden zijn betrouwbaar en waarachtig. En de Heere, de God van de heilige profeten, heeft Zijn engel gezonden
22:6
Openb. 1:1
om Zijn dienstknechten te laten zien wat met spoed moet gebeuren.

7En zie, Ik kom spoedig.

22:7
Openb. 1:3
Zalig is hij die de woorden van de profetie van dit boek in acht neemt.

8En ik, Johannes, ben het die deze dingen gezien en gehoord heeft. En toen ik ze gehoord en gezien had, viel ik neer om te aanbidden voor de voeten van de engel die mij deze dingen liet zien.

9En hij zei tegen mij:

22:9
Hand. 10:26
14:14
Openb. 19:10
Pas op dat u dat niet doet! Want ik ben een mededienstknecht van u en van uw broeders, de profeten, en van hen die de woorden van dit boek in acht nemen. Aanbid God.

10En hij zei tegen mij:

22:10
Dan. 8:26
12:4
Verzegel de woorden van de profetie van dit boek niet, want
22:10
Openb. 1:3
de tijd is nabij.

11Wie onrecht doet, laat hij nog meer onrecht doen. En wie vuil is, laat hij nog vuiler worden. En wie rechtvaardig is, laat hij nog meer gerechtvaardigd worden. En wie heilig is, laat hij nog meer geheiligd worden.

Christus bevestigt Zijn Woord

12En zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij

22:12
Ps. 62:13
Jer. 17:10
32:19
Matt. 16:27
Rom. 2:6
14:12
1 Kor. 3:8
2 Kor. 5:10
Gal. 6:5
Openb. 2:23
om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn.

13

22:13
Openb. 1:8
21:6
Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde,
22:13
Jes. 41:4
44:6
48:12
Openb. 1:8
21:6
de Eerste en de Laatste.

14Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, zodat zij recht mogen hebben op22:14 zij recht mogen hebben op - Letterlijk: hun macht zal zijn aan. de Boom des levens, en opdat zij door de poorten de stad mogen binnengaan.

15

22:15
1 Kor. 6:10
Efez. 5:5
Kol. 3:5,6
Maar buiten bevinden zich de honden, de tovenaars, de ontuchtplegers, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet.

16

22:16
Openb. 1:1
Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om bij u in de gemeenten van deze dingen te getuigen.
22:16
Jes. 11:10
Rom. 15:12
Openb. 5:5
Ik ben de Wortel en het Nageslacht van David,
22:16
2 Petr. 1:19
de blinkende Morgenster.

17En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En laat hij die het hoort, zeggen: Kom!

22:17
Jes. 55:1
Joh. 7:37
En laat hij die dorst heeft, komen; en laat hij die wil, het water des levens nemen, voor niets.

18Want ik getuig aan ieder die de woorden van de profetie van dit boek hoort: Als iemand iets aan deze dingen toevoegt, zal God hem de plagen toevoegen die in dit boek geschreven zijn.

19

22:19
Deut. 4:2
12:32
Spr. 30:6
En als iemand afdoet van de woorden van het boek van deze profetie, zal God zijn deel afdoen van
22:19
Openb. 13:8
17:8
het boek des levens, en van de heilige stad, van de dingen die in dit boek geschreven zijn.

20Hij Die van deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig. Amen. Ja, kom, Heere Jezus!

21De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.