Herziene Statenvertaling (HSV)
92

Loflied op de goedertierenheid van de HEERE

921Een psalm, een lied, op de sabbatdag.

2Het is goed om de HEERE te loven

en voor Uw Naam psalmen te zingen, Allerhoogste;

3in de morgen Uw goedertierenheid te verkondigen

en Uw trouw in de nachten,

4op het tiensnarig instrument en op de luit,

bij snarenspel op de harp.

5Want U hebt mij verblijd, HEERE, met Uw daden;

ik zal vrolijk zingen over de werken van Uw handen.

6HEERE, hoe groot zijn Uw werken,

zeer diep zijn Uw gedachten.

7Een onverstandig man weet hier niets van

en een dwaas begrijpt dit niet:

8wanneer de goddelozen groeien als gras

en allen die onrecht bedrijven, bloeien

om tot in eeuwigheid weggevaagd te worden!

9Maar U bent de Allerhoogste,

voor eeuwig de HEERE.

10Want zie, Uw vijanden, HEERE,

want zie, Uw vijanden zullen omkomen;

allen die onrecht bedrijven, zullen overal verspreid worden.

11Maar U zult mijn hoorn opheffen als die van een wilde os,

ik ben met verse olie overgoten.

12Mijn oog zal de val aanschouwen van hen die mij bespieden;

mijn oren zullen horen wat de kwaaddoeners overkomt

die tegen mij opstaan.

13De

92:13
Hos. 14:6
rechtvaardige zal groeien als een palmboom,

hij zal opgroeien

92:13
Richt. 9:15
als een ceder op de Libanon.

14Wie in het huis van de HEERE geplant zijn,

die mogen groeien in de voorhoven van onze God.

15In de ouderdom zullen zij nog vruchten dragen,

zij zullen fris92:15 fris - Letterlijk: vet. en groen zijn,

16om te verkondigen dat de HEERE waarachtig is;

Hij is mijn rots en in Hem is geen onrecht.

93

De HEERE is Koning

931De HEERE regeert, Hij is met majesteit bekleed,

de HEERE is bekleed en heeft Zichzelf omgord met macht.

Ja, vast staat de wereld, hij zal niet wankelen;

2vast staat Uw troon, van oudsher,

U bent van eeuwigheid.

3De rivieren verheffen, HEERE,

de rivieren verheffen hun stem,

de rivieren verheffen hun gebruis.

4De HEERE in de hoogte is machtiger

dan het bruisen van machtige wateren,

de machtige golven van de zee.

5Uw getuigenissen zijn zeer betrouwbaar;

de heiligheid is een sieraad voor Uw huis, HEERE,

tot in lengte van dagen.

94

De HEERE is een veilige vesting

941O God van alle wraak, HEERE,

God van alle wraak,

94:1
Deut. 33:2
Ps. 50:2
80:2
verschijn blinkend!

2Rechter van de aarde, verhef U,

vergeld de hoogmoedigen naar wat zij verdienen.

3Hoelang zullen de goddelozen, HEERE,

hoelang zullen de goddelozen van vreugde opspringen,

4hun mond doen overvloeien, hooghartige taal spreken?

Hoelang zullen allen die onrecht bedrijven, zich beroemen?

5HEERE, zij verbrijzelen Uw volk,

zij verdrukken Uw eigendom.

6De weduwe en de vreemdeling doden zij;

zij vermoorden de wezen

7en zeggen:

94:7
Ps. 10:11,13
59:8
De HEERE ziet het niet,

de God van Jakob merkt het niet.

8

94:8
Ps. 92:7
Let op, onverstandigen onder het volk;

dwazen, wanneer zult u verstandig worden?

9

94:9
Ex. 4:11
Zou Hij Die het oor plant, niet horen?

Zou Hij Die het oog vormt, niet zien?

10Zou Hij Die de heidenvolken bestraft, niet straffen,

Hij Die de mens kennis bijbrengt?

11

94:11
1 Kor. 3:20
De HEERE kent de gedachten van de mens:

vluchtig zijn ze.

12Welzalig de man die U bestraft, HEERE,

en die U onderwijst uit Uw wet.

13Zo geeft U hem rust voor dagen van onheil,

totdat de kuil voor de goddeloze gegraven wordt.

14Want

94:14
1 Sam. 12:22
Rom. 11:1,2
de HEERE zal Zijn volk niet in de steek laten,

Hij zal Zijn eigendom niet verlaten.

15Want het oordeel zal weer rechtvaardig zijn,

alle oprechten van hart zullen ermee instemmen.94:15 zullen ermee instemmen - Letterlijk: en het achterna.

16Wie zal voor mij opkomen tegen de kwaaddoeners?

Wie zal zich voor mij opstellen tegen wie onrecht bedrijven?

17Als de HEERE niet mijn Helper was geweest,

had mijn ziel bijna in de stilte gewoond.

18Toen ik zei: Mijn voet wankelt,

ondersteunde Uw goedertierenheid mij, HEERE.

19Toen mijn gedachten binnen in mij zich vermenigvuldigden,

verkwikten Uw vertroostingen mijn ziel.

20Zou de zetel van het verderf een verbintenis met U aangaan,

die onheil sticht bij verordening?

21Zij spannen samen tegen de ziel van de rechtvaardige,

onschuldig bloed verklaren zij schuldig.

22Maar de HEERE is mij een veilige vesting geweest,

mijn God is mij tot een rots, mijn toevlucht.

23Hij zal hun onrecht op hen doen terugkeren,

Hij zal hen in hun slechtheid ombrengen,

de HEERE, onze God, zal hen ombrengen.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]