Herziene Statenvertaling (HSV)
3

De uitnemendheid van de kennis van Christus

31Verder, mijn broeders,

3:1
Filipp. 4:4
Jak. 1:2
1 Petr. 4:13
verblijd u in de Heere. Dezelfde dingen aan u te schrijven is mij niet onaangenaam en het geeft u zekerheid.

2

3:2
Jes. 56:10
Let op de honden, let op de slechte arbeiders, let op de versnijdenis.

3

3:3
Deut. 10:16
30:6
Jer. 4:4
Rom. 2:29
Kol. 2:11
Want wij zijn de besnijdenis, wij die
3:3
Joh. 4:24
God in de Geest dienen en in Christus Jezus roemen en niet op het vlees vertrouwen.

4Hoewel ik reden heb om ook op het vlees te vertrouwen; als iemand anders denkt te kunnen vertrouwen op het vlees,

3:4
2 Kor. 11:21
ik nog meer:

5besneden op de achtste dag, uit het geslacht van

3:5
2 Kor. 11:22
Israël, van de stam
3:5
Gen. 49:27
Benjamin, een Hebreeër uit de Hebreeën, wat de wet betreft
3:5
Hand. 23:6
een Farizeeër,

6wat ijver betreft

3:6
Hand. 8:3
9:1
22:3,4
Gal. 1:13
1 Tim. 1:13
een vervolger van de gemeente, wat de rechtvaardigheid betreft die in de wet is, onberispelijk.

7

3:7
Matt. 13:44
Maar wat voor mij winst was, dat heb ik om Christus' wil als schade beschouwd.

8Ja, beslist, ik beschouw ook alles als schade

3:8
Jes. 53:11
Jer. 9:23
Joh. 17:3
Kol. 2:2
vanwege de voortreffelijkheid van de kennis van Christus Jezus, mijn Heere, om Wie ik dat alles als schade ervaren heb. En ik beschouw het als vuiligheid, opdat ik Christus mag winnen,

9en in Hem gevonden word, niet met mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof in Christus is, namelijk de rechtvaardigheid

3:9
Rom. 1:17
3:21
uit God door middel van het geloof;

10opdat ik Hem mag kennen, en de kracht van Zijn opstanding

3:10
Rom. 8:17
2 Kor. 4:10
2 Tim. 2:11,12
1 Petr. 4:13
en de gemeenschap met Zijn lijden, doordat ik aan Zijn dood gelijkvormig word,

11om hoe dan ook te komen tot de opstanding van de doden.

12Niet dat ik het al verkregen heb of al volmaakt ben, maar ik jaag ernaar om het ook te grijpen. Daartoe ben ik ook door Christus Jezus gegrepen.

13Broeders, ikzelf denk niet dat ik het gegrepen heb,

14maar één ding doe ik: vergetend wat achter is, mij uitstrekkend naar wat voor is,

3:14
1 Kor. 9:24
2 Tim. 4:7
jaag ik naar het doel: de prijs van de roeping van God, die van boven is, in Christus Jezus.

15Laten wij dan, voor zover wij geestelijk volwassen3:15 volwassen - Letterlijk: volmaakt. zijn, deze gezindheid hebben; en als u iets anders gezind bent, ook dat zal God u openbaren.

16Maar tot zover wij gekomen zijn, laten wij

3:16
Gal. 6:16
naar dezelfde regel wandelen,
3:16
Rom. 12:16
15:5
1 Kor. 1:10
Filipp. 2:2
1 Petr. 3:8
laten wij eensgezind zijn.

Leven als burgers van de hemel

17Wees met elkaar

3:17
1 Kor. 4:16
11:1
1 Thess. 1:6
mijn navolgers, broeders, en houd het oog gericht op hen die zó wandelen, zoals u ons
3:17
2 Thess. 3:9
1 Petr. 5:3
tot een voorbeeld hebt.

18

3:18
Rom. 16:17
Want velen – ik heb dikwijls met u over hen gesproken en zeg het nu ook onder tranen3:18 onder tranen - Letterlijk: huilend. – wandelen als vijanden van het kruis van Christus.

19Hun einde is het verderf, hun god is de buik en hun eer is in hun schande; zij bedenken aardse dingen.

20

3:20
Hebr. 13:14
Ons burgerschap is echter in de hemelen,
3:20
1 Kor. 1:7
1 Thess. 1:10
Tit. 2:13
waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus,

21

3:21
1 Kor. 15:51
Kol. 3:4
1 Joh. 3:2
Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam, overeenkomstig de werking waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen.

4

Opwekkingen

41Daarom, mijn geliefde broeders, naar wie ik zeer verlang, mijn blijdschap

4:1
1 Thess. 2:19
en kroon, blijf zo staande in de Heere, geliefden!

2Ik roep Euodia en ik roep Syntyche ertoe op eensgezind te zijn in de Heere.

3Ja, ik vraag ook u, mijn oprechte metgezel: Help deze vrouwen, die samen met mij gestreden hebben in het Evangelie, ook met Clemens en mijn andere medearbeiders, van wie de namen

4:3
Ex. 32:32
Ps. 69:29
Openb. 3:5
20:12
21:27
in het boek des levens staan.

4

4:4
1 Thess. 5:16
Verblijd u altijd in de Heere; ik zeg het opnieuw: Verblijd u.

5Uw welwillendheid zij alle mensen bekend.

4:5
1 Kor. 10:11
Hebr. 10:25
De Heere is nabij.

6

4:6
Ps. 55:23
Matt. 6:25
1 Tim. 6:8,17
1 Petr. 5:7
Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God;

7

4:7
Joh. 14:27
Rom. 5:1
Efez. 2:14
en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.

8Verder, broeders, al wat waar is,

4:8
Rom. 13:13
al wat eerbaar is, al wat rechtvaardig is, al
4:8
1 Thess. 4:3,4,5
wat rein is, al wat lieflijk is, al wat welluidend is, als er enige deugd is en als er iets prijzenswaardigs is, bedenk dat.

9Wat u ook geleerd en ontvangen en gehoord en in mij gezien hebt, doe dat; en de God van de vrede zal met u zijn.

Dank voor de ontvangen gaven

10En ik ben zeer verblijd geweest in de Heere dat uw denken aan mij eindelijk weer opgebloeid is; u hebt ook wel steeds

4:10
2 Kor. 11:9
aan mij gedacht, maar u hebt de gelegenheid niet gehad om het te tonen.

11Niet dat ik dit zeg vanwege gebrek, want ik

4:11
1 Tim. 6:6
heb geleerd tevreden te zijn in de omstandigheden waarin ik verkeer.

12En ik weet wat het is

4:12
1 Kor. 4:11
2 Kor. 11:27
vernederd te worden, ik weet ook wat het is overvloed te hebben; in elk opzicht en in alles ben ik ingewijd, zowel in verzadigd te zijn als in honger te lijden, zowel in overvloed te hebben als in gebrek te lijden.

13Alle dingen kan ik aan door Christus, Die mij kracht geeft.

14Toch hebt u er goed aan gedaan dat u gedeeld hebt in mijn verdrukking.

15

4:15
2 Kor. 11:9
En ook u, Filippenzen, weet dat in het begin van het Evangelie, toen ik uit Macedonië vertrok, geen enkele gemeente mijn deelgenoot werd in de rekening van uitgave en ontvangst, dan u alleen.

16Want ook in Thessalonica hebt u mij een- en andermaal iets gestuurd voor wat ik nodig had.

17Niet dat ik de gave zoek, maar ik zoek de vrucht die op uw rekening toeneemt.

18Maar ik heb alles ontvangen en ik heb overvloed; ik ben geheel voorzien, nu ik door middel van Epafroditus ontvangen heb wat door u gezonden was,

4:18
Hebr. 13:16
als een aangename geur, een welgevallig offer, welbehaaglijk voor God.

19Maar mijn God zal u, overeenkomstig Zijn rijkdom, voorzien van alles wat u nodig hebt, in heerlijkheid, door Christus Jezus.

20Onze God en Vader nu zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.

Groeten en zegenbede

21Groet elke heilige in Christus Jezus. U groeten de broeders die bij mij zijn.

22Al de heiligen groeten u en vooral die van het huis van de keizer zijn.

23De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]