Herziene Statenvertaling (HSV)
1

Opschrift

11De last1:1 De last - Dat wil zeggen: een woord van God dat de profeet als een last is opgelegd. van Ninevé. Het boek van het visioen van Nahum uit Elkos.

Loflied op de HEERE

2Een

1:2
Ex. 20:5
na-ijverig God en een Wreker is de HEERE, aleph

een Wreker is de HEERE, en zeer grimmig.1:2 zeer grimmig - Letterlijk: een Bezitter van grimmigheid.

Een Wreker is de HEERE voor Zijn tegenstanders,

en Hij handhaaft Zijn toorn jegens Zijn vijanden.

3De HEERE is geduldig, maar groot van kracht

en Hij houdt de schuldige zeker niet voor onschuldig.

De weg van de HEERE is in wervelwind en in storm, beth

wolken zijn het stof van Zijn voeten.

4Hij bestraft de zee en maakt die droog, gimel

al de rivieren laat Hij verdrogen.

Basan en Karmel zijn verwelkt, daleth

de bloesem van Libanon is verwelkt.

5

1:5
Ex. 19:18
Ps. 18:8
29:5,6
68:8
97:4,5
114:4
De bergen beven voor Hem, he

de heuvels smelten weg,

de aarde rijst op voor Zijn aangezicht, waw

de wereld met al zijn bewoners.

6Wie kan standhouden voor Zijn gramschap? zain

Wie kan te midden van Zijn brandende toorn opstaan?

Zijn grimmigheid is uitgegoten als vuur, cheth

de rotsen worden door Hem stukgebroken.

7De HEERE is goed, teth

1:7
Joël 3:16
Hij is tot een vesting op de dag van de benauwdheid.

Hij kent hen die tot Hem hun toevlucht nemen. jod

8En door een overstromende vloed

zal Hij een vernietigend einde maken aan zijn plaats kaph

en duisternis achtervolgt Zijn vijanden.

Profetie over Juda en Ninevé

9Wat u ook bedenkt tegen de HEERE,

Hij Zelf maakt er een vernietigend einde aan.

Geen tweede keer zal de benauwdheid opkomen.

10Omdat zij vervlochten zijn als dorens,

en dronken als dronkaards,

zullen zij volledig verteerd worden, als dorre stoppels.

11Uit u is iemand voortgekomen

die kwaad bedenkt tegen de HEERE,

een verderfelijke raadsman.

12Zo zegt de HEERE:

Al gaat het hun goed en al zijn zij talrijk,

toch zullen zij worden weggeschoren: hij zal voorbijgaan!

Ik heb u wel vernederd,

maar Ik zal u niet meer vernederen.

13Nu dan, Ik zal zijn juk van u stukbreken

en uw banden verscheuren.

14Maar wat u betreft heeft de HEERE geboden:

Uw naam zal zich niet meer voortplanten.1:14 Uw naam … voortplanten - Letterlijk: Van uw naam zal niet meer gezaaid worden.

Uit het huis van uw god zal Ik

de gesneden en gegoten beelden uitroeien.

Ik zal uw graf toebereiden, want u bent verachtelijk.

15

1:15
Jes. 52:7
Rom. 10:15
Zie op de bergen

de voeten van hem die het goede boodschapt,

die vrede laat horen!

Vier uw feestdagen, Juda,

kom uw geloften na,

want de verderfelijke man zal voortaan niet meer

door u heen trekken,

hij is helemaal uitgeroeid.

2

Profetie over de ondergang van Ninevé

21De verstrooier trekt tegen u op!

Bewaak de vesting,

houd de weg in het oog,

sterk de lendenen,

zet al uw kracht in!2:1 zet al uw kracht in - Letterlijk: versterk zeer de kracht.

2Voorzeker, de HEERE zal

de glorie van Jakob herstellen,

zoals de glorie van Israël;

want

2:2
Ps. 80:13
Jes. 10:12
plunderaars hebben hen geplunderd

en hun wijnranken te gronde gericht.

3Het schild van zijn helden is rood geverfd,

de dappere mannen zijn in karmozijnrood gekleed.

De strijdwagens schitteren als in het vuur van fakkels

op de dag dat hij zich gereedmaakt,

en de lansen worden geschud.

4De strijdwagens razen door de straten,

ze jagen over de pleinen.

Hun uiterlijk is als fakkels,

als bliksemflitsen schieten ze heen en weer.

5Hij denkt aan zijn machtigen

– struikelen zullen zij op hun wegen –

zij haasten zich naar haar muur

en het stormdak wordt gereedgemaakt.

6De poorten van de rivieren worden opengedaan;

het paleis smelt weg.

7Dit staat vast: zij wordt ontbloot, zij wordt opgebracht,

terwijl haar slavinnen klagen zoals het koeren van duiven,

terwijl zij zich op de borst slaan.2:7 terwijl … slaan - Letterlijk: terwijl zij op hun harten trommelen.

8Ninevé is als een watervijver,

vanaf de dagen dat het bestaat,

maar nu slaan zij op de vlucht!

Blijf staan, blijf staan!

Maar niemand keert zich om!

9Roof zilver, roof goud!

Er komt geen einde aan de voorraad:

de rijkdom aan allerlei

kostbare voorwerpen!

10Leeg, leeggeplunderd, verwoest,

2:10
Deut. 1:28
20:8
Joz. 2:11
5:1
7:5
Jes. 13:7
Ezech. 21:7
het hart smelt weg en de knieën knikken,

en pijnscheuten zijn

2:10
Jes. 13:8
21:3
in al de lendenen

en de gezichten van hen allen verschieten van kleur.

11Waar is nu de verblijfplaats van de leeuwen,

de open plaats voor de jonge leeuwen,

waar de leeuw heen ging,

de leeuwin was daar, het leeuwenwelp

en niemand schrikte ze op?

12De leeuw verscheurde genoeg voor zijn welpen

en wurgde voor zijn leeuwinnen,

en hij vulde zijn holen met prooi,

zijn verblijfplaatsen met het verscheurde.

13Zie, Ik zál u,

spreekt de HEERE van de legermachten:

Ik zal haar strijdwagens in rook doen opgaan en verbranden,

en het zwaard zal uw jonge leeuwen verteren.

Ik zal uw prooi uitroeien van de aarde,

en de stem van uw gezanten zal niet meer gehoord worden.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]